Paul Celan (Cernauti in Roemenië, nu Tsjernivtsi in Oekraïne, 23 november 1920 - Parijs, rond 20 april 1970) was een Roemeens dichter. Paul Celan was het meest gebruikte pseudoniem van Paul Antschel (een anagram van zijn Roemeense achternaam Ancel, welke hij verkreeg door de H van Hitler en de ST van Jozef Stalin te verrwijderen). Hij was getrouwd met Gisèle Celan-Lestrange, met wie hij twee kinderen kreeg, François en Eric. François overleed kort na de geboorte. Paul Celan werd geboren in Roemenië, leefde ook in Oostenrijk en lange tijd in Frankrijk. Hij schreef in het Duits, zijn moedertaal. Door gedichten in deze taal te schrijven herdacht hij zijn moeder. (zie gedicht Wolfsbohne). Naast zijn werk als dichter bezorgde hij de Duitse literatuur ook een groot aantal vertalingen van poëzie uit het Frans, Engels, Russisch, Italiaans, Roemeens, Portugees en Hebreeuws. Celan wordt algemeen beschouwd als een der grootste dichters van de tweede helft van de twintigste eeuw. Hij schreef, beïnvloed door het symbolisme en het surrealisme, gedichten waarin hij op zijn eigen wijze zijn ervaringen met de Holocaust verwerkte. Eén van zijn bekende gedichten is Todesfuge, waarin hij bezwerend het lot van de Joden in de Tweede Wereldoorlog oproept en zijn moeder herdenkt. Zijn poëzie wordt gaandeweg hermetischer, al bevatten veel van zijn gedichten verwijzingen naar historische en politieke gebeurtenissen. Celan gaat spaarzaam met woorden om en schrijft op de rand van het zwijgen. Hij gebruikt gewaagde metaforen en neologismen, die hij voor een deel haalde uit lectuur van geologische boeken. In 1960 ontving hij de Georg-Büchner-Preis. Op 12 mei 1970 werd hij begraven op de Parijse begraafplaats Thiais.
