Hide this

Results from Google Books

Click on a thumbnail to go to Google Books.

Dubbelleven by Gottfried Benn
Loading...

Dubbelleven

by Gottfried Benn

MembersReviewsPopularityAverage ratingConversations
111460,646 (4.5)None
Loading...
won't like will probably not like will probably like will like will love

Sign up for LibraryThing to find out whether you'll like this book.

Een erudiet boek van een eminente dichter-denker, dat is wel het minste wat je over dit werk kunt zeggen. Bijwijlen ietwat enigmatisch is het ook wel... De variatie tussen essayistische passages en vertelde verhalen deed me enigszins denken aan "Niemand anders" van Botho Strauss, naar themathiek zijn beide werken eerder ver van elkaar verwijderd; Strauss heeft het vooral over postmoderne menselijke conditie, Benn zoekt nog veeleer een unifiërend geestesleven in alles waarover hij zijn oog laat vallen. Ik vertel niets nieuws als ik zeg dat voor de tweede wereldoorlog er nog duidelijk meer "Grote Verhalen" waren. In zijn prozastukjes, zoals "Pameelen" en "Rönne" is Benn typisch verwant aan de schriftuur van het vroeg 20ste eeuwse expressionisme, de dialoog tussen Pameelen en "de stem" deed me denken aan het theater van Michel Seuphor, waarin ogenschijnlijke ongerijmdheden in een dwingende en stuwende logica worden gedwongen.
Gottfried Benn (1886-1956) werd geboren in Mansfeld (Brandenburg) als zoon van een dominee in een groot gezin. In 1910 beëindigde hij zijn studie als geneesheer. Tijdens de eerste wereldoorlog werd hij als militaire arts ingezet in Brussel. Vanaf 1917 installeerde hij zich als dokter in huid- en geslachtsziekten te Berlijn. In 1928 werd hij in de Berlijnse PEN-club opgenomen. Sinds 1912 publiceert hij onafgebroken gedichten en novellen in onverholen expressionistische stijl en later ook essays.
Klaus Siegel schreef voor deze autobiografie een zeer gedegen gestructureerd "Nawoord vooraf", dat inderdaad aan het begin van het boek gepresenteerd wordt, en dat een zeer verhelderend inzicht biedt in het schrijverschap van Gottfried Benn, die er merkwaardige, zij het tot nadenken stemmende theorieën op nahield over het ontstaansproces van "het creatieve"; als arts duidde hij het belang aan van de onder de grote hersenen liggende fylogenetisch (d.w.z. de leer van de afstamming van organismen) oudere kleine hersenen en de hersenstam, die hij tot aan zijn dood superieur bleef achten aan de impulsen die uit de "Rinde", de schors van de grote hersenen afkomstig zijn en die het resultaat zijn van het door hem verachte, bewuste, logische denken. Creatieve impulsen ontstaan volgens Benn in een trance-achtige regressie naar de oerstaat van de menselijke geest.
In 1932 werd Benn opgenomen als lid van de "Preussischen Akademie der Künste" in Berlijn, en in de het prille begin van het NS-regime bezondigt hij zich aan een verdediging van het regime in een paar geschriften. Dit lijdt tot een schrijven van Klaus Mann, reeds "In Exil", of de als "entartet" bekend staande dichter Benn nu werkelijk zijn verstand verloren had? De brief van Mann vanuit Zuid-Frankrijk wordt integraal weergegeven in deze literaire autobiografie, en spreekt diepe bezorgdheid uit over Benn's houding tegenover de nazi's. In een repliek "pro domo sua" argumenteert de dichter zijn keuze om, ondanks alles, te blijven in Duitsland. Vanaf 1934 onthoudt Benn zich volledig van elke politieke uitspraak. Ondanks deze gedeisde houding wordt hem vanaf 1938 een totaal publicatieverbod opgelegd, en wordt hij geroyeerd uit zijn publieke literaire functies. Rest hem een soort "aristocratisch Exil" in de Wehrmacht als militaire arts, een functie die hij tijdens de tweede wereldoorlog plichtsgetrouw vervult. De kazernesfeer wordt bijzonder goed gecapteerd in het stuk "Blok II, kamer 66". Tijdens de denazificatie is het Alfred Döblin die Benn in een schrijversvacuüm houdt, door de geallieerde bezetters te herinneren aan zijn vroege NS-misstappen. Maar sinds de herfst van 1948 kan hij terug publiceren en verschijnen zijn belangrijke "Statische Gedichte".
Algemeen gesteld kan men besluiten dat Gottfried Benn de belangrijkste Duitse dichter van het literaire Modernisme is uit de eerste helft van de vorige eeuw. Bovendien blijkt hij na lezen van deze literaire autobiografie een rasintellectueel te zijn; met enorm veel bagage van Griekse cultuur en filosofische en diepte-psychologische werken. Het zou je bijwijlen doen duizelen om zoveel eruditie en authentiek denken op onbegane wegen te ontmoeten in het bestek van 153 bladzijden.
Ik heb ontzag voor deze man, voor zijn volslagen authentieke en compromisloze dichtersstem, maar een "easy read" was dit werk zeker niet. Een empatische natuur kun je Benn bezwaarlijk noemen, hij is veeleer een nauwgezet klinisch observator, of wat zou je van een dichtende medicus verwachten? ( )
  zerkalo | Sep 8, 2007 |
no reviews | add a review
You must log in to edit Common Knowledge data.
For more help see the Common Knowledge help page.
Series (with order)
Canonical Title
Original publication date
People/Characters
Important places
Important events
Related movies
Awards and honors
Epigraph
Dedication
First words
Quotations
Last words
Disambiguation notice
Publisher's editors
Blurbers

References to this work on external resources.

Wikipedia in English

None

Book description

No descriptions found.

The first test round has been closed. Visit the Open Shelves Classification group for details.

Quick Links

Ebooks Audio Swap

Popular covers

 

Help/FAQs | About | Privacy/Terms | Blog | Contact | LibraryThing.com | APIs | WikiThing | Common Knowledge | 46,783,550 books!