HomeGroupsTalkZeitgeist
This site uses cookies to deliver our services, improve performance, for analytics, and (if not signed in) for advertising. By using LibraryThing you acknowledge that you have read and understand our Terms of Service and Privacy Policy. Your use of the site and services is subject to these policies and terms.
Hide this

Results from Google Books

Click on a thumbnail to go to Google Books.

De Bokkerijders by Willy Vandersteen
Loading...
MembersReviewsPopularityAverage ratingConversations
412273,462 (3.63)None

None.

None
Loading...

Sign up for LibraryThing to find out whether you'll like this book.

No current Talk conversations about this book.

Showing 2 of 2
Locaties

Dit verhaal speelt zich af op de volgende locaties:

mijnstreek in Limburg, steenkolenmijn, het Duivelsven.

Personages

In dit verhaal spelen de volgende personages mee:

Suske, Wiske met Schanulleke, tante Sidonia, Lambik, Johan Matheus Lambik (voorouder van Lambik, Bokkenrijder), Thijs de Sprinkhaan (Bokkenrijder), Zilveren Bok, Driek (mijnwerker in trein), Jan (ploegbaas), Isidoor (de vliegende bok), vrouw bij wie Lambik kostganger is, Lambik II, Wiske II, Suske II.

Het verhaal
Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Wiske vertelt tante Sidonia en Suske over een droom. Als Lambik erachter komt dat hij afstamt van een Bokkenrijder, Johan Matheus Lambik, verdwijnt hij. Suske en Wiske verwonden Sidonia per ongeluk aan haar voet, en gaan samen op zoek naar Lambik in de Limburgse mijnstreek. Ze denken dat Lambik op zoek is naar een hol, waar een Zilveren Bok is verborgen.

Suske en Wiske belanden door een vliegende bok in een huis. Als Lambik er komt, slaat hij alles aan puin. Hij wil goud en macht, en wordt door Suske naar buiten gesmeten waar hij wordt ontvoerd door Thijs en Isidoor de bok. Lambik ziet dit, en gaat met zijn vrienden naar de steenkolenmijn.

Suske wordt door Wiske gevangen, maar het blijkt haar dubbelganger te zijn. Ook Suske wordt gekopieerd door de zilveren bok, al zijn slechte eigenschappen komen in deze dubbelganger. Voor het eerst sinds twee eeuwen vliegen de Bokkenrijders weer door de lucht, op weg naar het huis van tante Sidonia. Suske en Wiske worden door Lambik bevrijd en zien een vurige wagen boven de heide vliegen en horen over de bokkenrijders die hier in 1743 aan de galg werden geknoopt.

Bij Sidonia's huis laat de engelbewaarder van Wiske de dubbelgangers verdwijnen. Suske, Wiske en Lambik overleven de brand van Sidonia’s huis, aangestoken door de Bokkenrijders, in een ijskast en het bad. Sidonia is aan het verband aan haar voet meegesleurd door de Zilveren Bok en beland in een boom. De vrienden vinden haar en ze worden door de Stierenpatrouille, een groep padvinders, gered.

Thijs is berouwvoller, en overvalt niet meer iedereen. Als hij een belastinginspecteur tegenkomt vindt hij het erg dat er een officiële dienst is voor het afpakken van geld. De Zilveren Bok vernietigt het hol, waar Suske en Wiske in zitten, en wil zich met Thijs in het Duivelsven werpen nu hij verloren heeft.

De engelbewaarder van Wiske heeft hen weer gered, en Lambik vindt hen in het hol. De padvinders bouwen een brug over het moeras richting de bok en Thijs. Thijs wil zich bekeren bij het zien van een beeld van de Heilige Barbara, maar zinkt toch met de zilveren bok in het moeras. 's Nachts komt zijn geest die de vrienden de zilveren bok brengen, die omgesmolten wordt en teruggegeven aan de bestolen kerken.

Achtergronden bij het verhaal

Het verhaal werd geïnspireerd door de legende van de bokkenrijders, een bende rovers die in de 18de eeuw de Landen van Overmaas onveilig zouden hebben gemaakt.
Lambik blijkt in dit album een 18de-eeuwse voorouder, Johan Matheus Lambik (1730 – 1792), te hebben gehad die berouw kreeg over zijn verleden als Bokkenrijder.
De Bokkenrijders krijgen in dit album berouw over hun daden wanneer ze een heiligenbeeld van de Heilige Barbara aanschouwen. Barbara is patrones van de mijnwerkers. Andere katholieke symboliek sluipt in het verhaal wanneer Wiske hulp krijgt van haar engelbewaarder.
De Heilige Barbara zou opnieuw opduiken in De mysterieuze mijn.

Bron: Wikipedia
  Besselina | Nov 10, 2013 |
Wiske word na een nachtmerrie wakker en vertelt deze aan de ontbijttafel aan haar tante. Sidonia, die iets weet van droomontleding, vertelt Wiske, wat haar droom te betekenen heeft. Hierbij wordt duidelijk, dat Lambik gevaar loopt domme dingen te doen. Suske en Wiske gaan na het ontbijt meteen Lambik bezoeken en ontdekken, dat hij er niet is en vinden tevens een brief met verwarrende inhoud.
Op een stormachtige avond zien Suske en Wiske licht in het verlaten huis van Lambik en gaan er meteen op af om te kijken wat er aan de hand is en ontdekken er Lambik in een mijnwerkersplunje. Deze is mentaal echter danig van streek en verdwijnt uit het huis de stormachtige nacht in.
Plots hoort Wiske gestommel in het huis en ze vluchten de keuken in om zich te verstoppen. Suske pakt een vleesmolen ter verdediging. De onbekende komt nietsvermoedend de keuken in en even later is één van de voeten van de onbekende als het ware door de vleeswolf gedraaid.
De onbekende blijkt tante Sidonia te zijn. Ze was nog vóór Suske en Wiske naar het huis van Lambik gegaan, omdat ze ook licht gezien had. Zij heeft meegekregen, dat Lambik zich schaamt voor iets en daarom zo overstuur is en de reden daarvoor op de zolder te zoeken is. Het drietal gaat meteen de zolder onderzoeken en het nogal onhandige Wiske vindt het geheim in vorm van een dagboek. Dit dagboek blijkt bij het doorlezen van één van de voorvaderen van Lambik te zijn met name Johan Matheus Lambik en zijn CV was niet kieskeurig, want hij was na een verdorven jeugd tot een bende toegetreden, die destijds Limburg terroriseerden, de Bokkerijders.
Na een kerkroof wilden de bendeleider, Thijs, van het gestolen zilver een bok laten gieten om het Boze te personificeren. Bij het gestolen zilver was echter ook een beeltenis van de heilige Barbara (de patrones der mijnwerkers) en Johan Matheus Lambik en Mathijs kwamen bij het aanblik van dit beeltenis tot inkeer en wilden niet meer. De overige bendeleden pikten dit echter niet en namen de twee gevangen en na het uitvoeren van een ritueel keerde het Boze in de zilveren bok en deze beval de twee terecht te stellen. De twee konden echter ontsnappen, maar door een explosie storte het hol in. Johan Matheus Lambik trachtte nog zijn vriend te redden, maar...helaas lukte het hem niet. Vol berouw gaf hij zich toen over aan de overheid, die hem opsloot tot zijn levenseinde.

Suske en Wiske besluiten de nu gehandicapte tante Sidonia naar huis te brengen en gaan daarna op zoek naar hun vriend en omdat Lambik bij het verlaten van zijn huis een mijnwerkersplunje aan had beginnen ze met het zoeken in Limburg (Limburg was bekend om haar mijnindustrie en de historische bokkerijders waren Limburgers).
Tijdens de treinrit naar Limburg horen ze van een paar mijnwerkers over een zonderling, die bij hun werkt. Deze zonderling is natuurlijk Lambik. Suske en Wiske vallen echter uit de trein en komen in een wei terecht.
Weer tot bewustzijn gekomen ontdekt Suske een bok met een bereden rug en probeert er op te rijden. Zonder dat Wiske het merkt vliegt Suske met de bok weg. Radeloos over het verdwijnen van Suske gaat Wiske naar de mijn, waar lambik zou werken om daar te horen, dat hij dodelijk verongelukt is. Wiske keert terug naar de wei en ziet daar de bok weer, die Suske ontvoerd heeft. Nu is Wiske aan de beurt en raakt daarbij k.o.
Thijs, de vroegere bendeleider, neemt Wiske mee en verliest haar boven het huis van een oude vrouw. Wiske valt door de schoorsteen in een ketel en ontdekt er Suske. Beseffend dat Thijs weer een nieuwe bende van bokkerijders heeft opgericht en zich ook niet meer herrinnert, dat hij tot inkeer gekomen is, binden de twee de strijd aan tegen Thijs en zijn bokkerijders. Daarbij ontdekken Suske en Wiske, dat de eigenlijke boosdoener niet Thijs is, maar de zilveren bok. Lambik blijkt echter ook nog in leven te zijn en helpt Suske en Wiske.
De zilveren bok takelt zienderogen in ons heden af en heeft niet meer genoeg kracht om de bende te voeren en als laatste wraakneming wil hij Thijs mee in de hel nemen door hem in een moeras te verdrinken. Wiske laat Thijs het beeltenis van de heilige Barbara zien en hij herrinnert zich weer, dat hij tot inkeer gekomen was. De zilveren bok triomfeert en Thijs wordt verzwolgen door het moeras. Onze vrienden treuren maar die avond komt Thijs echter terug en verklaart, dat de zilveren bok en daarmee het boze door zijn berouw overwonnen is en zijn ziel nu rust heeft.

Bron: http://suskeenwiske.ophetwww.net/
Tekst: Alain Stienen ( )
  Besselina | Apr 26, 2008 |
Showing 2 of 2
no reviews | add a review
You must log in to edit Common Knowledge data.
For more help see the Common Knowledge help page.
Series (with order)
Canonical title
Original title
Alternative titles
Original publication date
Information from the Dutch Common Knowledge. Edit to localize it to your language.
People/Characters
Important places
Important events
Related movies
Awards and honors
Epigraph
Dedication
First words
Quotations
Last words
Disambiguation notice
Publisher's editors
Blurbers
Publisher series
Information from the Dutch Common Knowledge. Edit to localize it to your language.
Original language

References to this work on external resources.

Wikipedia in English

None

Book description
Haiku summary

No descriptions found.

No library descriptions found.

Quick Links

Popular covers

Rating

Average: (3.63)
0.5
1
1.5
2 1
2.5
3 1
3.5
4
4.5 1
5 1

Is this you?

Become a LibraryThing Author.

 

About | Contact | Privacy/Terms | Help/FAQs | Blog | Store | APIs | TinyCat | Legacy Libraries | Early Reviewers | Common Knowledge | 125,584,963 books! | Top bar: Always visible