In 1873 komt een jonge Nederlandse chemisch technoloog aan in Java, waar zijn ondernemende en vooruitstrevende familie plantages bezit. Hij begint een eigen plantage, Gamboeng, die zijn leven gaat beheersen. Ook nadat hij uit liefde is getrouwd met de levendige, gevoelige Jenny blijft alles in het teken van het afgelegen Gamboeng staan. Pas na haar zelfmoord in 1907 gaat hij begrijpen hoezeer hij haar en anderen te kort heeft gedaan en zichzelf heeft geïsoleerd door zijn onbuigzaamheid. Hella Haasse (1918), vooral bekend door haar historische romans waarin feit en fictie knap zijn verwerkt, groeide op op Java. Zij weet de sfeer van het eiland dan ook uitstekend op te roepen in deze mooie roman. Uitgaande van bestaande correspondentie en documenten, en in de van haar bekende zorgvuldige stijl, beschrijft ze fragmentarisch en uiterst boeiend de ontwikkeling van de hoofdpersonen. Dit boek werd genomineerd voor de AKO-literatuurprijs 1993. Paperbackeditie; kleine druk.
(Biblion recensie, Drs. M.A.H. de Swart

Samenv.: In 1873 komt een jonge Nederlandse, chemisch technoloog aan in Java, waar zijn ondernemende en vooruitstrevende familie plantages bezit. Hij begint een eigen plantage, Gamboeng, die zijn leven gaat beheersen. Ook nadat hij uit liefde is getrouwd met de levendige, gevoelige Jenny blijft alls in het teken van het afgelegen Gamboeng staan. Pas na haar zelfmoord in 1907 gaat hij begrijpen hoezeer hij haar en anderen te kort heeft gedaan en zichzelf heeft geïsoleerd door zijn onbuigzaamheid. Hella Haasse (1918), vooral bekend door haar historische romans, waarin feit en fictie knap zijn verwerkt, groeide op op Java. Zij weet de sfeer van het eiland dan ook uitstekend op te roepen in deze mooie roman. Uitgaande van bestaande correspondentie en documenten, en in de van haar bekende zorgvuldige stijl beschrijft ze fragmentarisch en uiterst boeiend de ontwikkeling van de hoofdpersonen. Dit boek werd genomineerd voor de AKO-literatuurprijs 1993.
Samenv.: In 1871 vertrok Rudolf Kerkhoven, een pas in Delft afgestudeerd 'chemisch technoloog', naar Indië, waarheen in de loop der jaren al ongeveer vijfendertig leden van zijn familie hem waren voorgegaan. Deze mensen, onder wie vele markante persoonlijkheden, vormden een clan die vol ondernemingslust, maar ook bezield van vooruitstrevende denkbeelden, in het wingewest Oost-Indië een beter (en voor de bevolking rechtvaardiger) systeem van landbouw en economie wilde invoeren. De geschiedenis van het echtpaar Rudolf Kerkhoven en Jenny Roosegaarde Bisschop (een achterkleindochter van de 'ijzeren maarschalk' Herman Daendels), en van hun gezinsleven op de afgelegen theeonderneming Gamboeng in de Preanger. Heren van de thee is níét de geschiedenis van ontwikkelingen in de koloniale politiek van 1870 tot 1907, maar van mensen wier karakter, lotgevallen en onderlinge verhouding door die ontwikkelingen werden bepaald. Met goedvinden van hun nakomelingen zijn gegevens uit de familie-archieven door de schrijfster in romanvorm verwerkt.