HomeGroupsTalkMoreZeitgeist
Search Site
This site uses cookies to deliver our services, improve performance, for analytics, and (if not signed in) for advertising. By using LibraryThing you acknowledge that you have read and understand our Terms of Service and Privacy Policy. Your use of the site and services is subject to these policies and terms.

Results from Google Books

Click on a thumbnail to go to Google Books.

Loading...

The Philosophy of Artificial Life

by Margaret A. Boden

MembersReviewsPopularityAverage ratingConversations
541487,242 (3.67)None
The aim of this series is to bring together important recent writings in major areas of philosophical inquiry, selected from a variety of sources, mostly periodicals, which may not be conveniently available to the university student or the general reader. The editor of each volume contributesan introductory essay on the items chosen and on the questions with which they deal. A selective bibliography is appended as a guide to further reading.This volume offers a selection of the most important philosophical work in the new and fast-growing interdisciplinary area of artificial life; it will set the agenda for future study and research. Artificial life (A-Life) research aims to synthesize the characteristics of life by artificial means,particularly employing computer technology. The essays chosen explore such fascinating themes as the nature of life, the relation between life and mind, and the limits of technology.The first two papers, one of which is the classic A-Life manifesto by Christopher Langton, provide a general overview of the subject and compare it with artificial intelligence (AI); in Part II, the contributors describe examples of A-Life research. Part III discusses various explanatorystrategies in A-Life, and relates them to approaches in AI and cognitive science, while Part IV focuses on the concept of life in general. Finally, Part V explores A-Life's relation to functionalism and the feasibility of `strong' A-Life.… (more)
None
Loading...

Sign up for LibraryThing to find out whether you'll like this book.

No current Talk conversations about this book.

Ik, robot. De filosofie achter kunstmatig leven

_De laatste tien jaar is de oeroude droom zelf leven te creëren nieuw leven ingeblazen. Artificial Life aanhangers claimen al vanaf het eerste uur daadwerkelijk leven te hebben gecreëerd. Ondertussen blijken vele door A-Life gehanteerde begrippen uiterst problematisch. Vandaar dat de Engelse filosoof Margaret Boden een tiental mensen bij elkaar riep om er nog eens goed over na te denken. Dat leverde een boek van behoorlijk filosofisch niveau op._

Chris Langton van het Santa Fe instituut in Nieuw Mexico, de man die tien jaar geleden de term Artificial Life (A-Life) bedacht, stelt onomwonden dat daar waar de gewone biologie het leven bestudeert door het uit elkaar te halen, A-Life dat doet door het in elkaar te zetten. Voor echt leven komt echter heel wat kijken, zoals in staat zijn tot open evolutie, soepele aanpassing aan een veranderende omgeving, een zekere autonomiteit ten opzichte van de omgeving. Zoiets als metabolisme lijkt ook niet onbelangrijk. Terwijl daar voor hogere vormen van leven ook nog eens bewustzijn, intelligentie en conceptueel denken bijkomen. Wat deze aspecten inhouden en hoe essentieel ze voor een definitie van leven zijn, is in _The philosophy of artificial life_ onderwerp van discussie .

Als voorbeeld van evolutionair A-Life komt Thomas Ray met de inmiddels overbekende computersimulatie Tierra aan het woord. Bij Tierra concurreren zelfreproducerende en parasitaire computerprogrammaatjes met elkaar om de geheugenruimte van een computer. Doordat de programmaatjes een beperkte levensduur hebben en onderhevig zijn aan willekeurige wijzigingen (mutaties), ontstaat er een evolutionair proces. Maar of het hier om een echte open evolutie gaat, waarbij bijvoorbeeld door evolutionaire interactie met de omgeving nieuwe zintuigen ontstaan, is nog maar zeer de vraag. Voor zover er in evolutionare simulaties al nieuwe zintuigen ontstaan is de mogelijkheid daartoe al ingebakken door de ontwerper van de simulatie, terwijl het voor Howard Pattee van de New York State University juist gaat om niet van te voren ingecalculeerde nieuwe ontwikkelingen. Alleen dan kan er sprake zijn van echt leven.

Een volgend veel besproken voorbeeld van A-Life zijn de ‘boids’ van Craig Reynolds. Hier wordt een vlucht regenwulpen (boids) nagebootst die rond een aantal obstakels vliegen. De vlucht van elke afzonderlijke boid wordt slechts bepaald door een drietal eenvoudige lokale regels, waarvan de belangrijkste is ‘houdt de afstand tot andere boids en obstakels op een bepaald minimum’. De boids vliegen in een prachtige en natuurlijk aandoende zwerm om een aantal zuilen heen. Ze demonstreren daarbij een belangrijk methodologisch uitgangspunt van A-Life, namelijk de bottom-up benadering. Bij het ontwerp van A-Life systemen, of dat nu robots zijn of computerprogramma’s, gaat men niet uit van regulering van processen op hoog niveau maar van een beperkt aantal lokale regels op laag niveau. Het totale gedrag van het systeem is daarbij een gevolg van de interactie van de regels op het lage niveau. Men spreekt van emergent gedrag om aan te geven dat er op hoger niveau iets nieuws ontstaat dat er op lager niveau niet was. Deze emergentie acht men doorgaans een essentieel kenmerk van levende wezens, waarbij op basis van lokale biochemische processen op celniveau uiteindelijk een heel organisme functioneert.

Een voorbeeld van een typische A-Life robot is een ‘insect’ met zes poten dat over obstakels heen kan klimmen. Daarbij wordt het loopgedrag bepaald door een paar eenvoudige instructies voor elk van de afzonderlijke poten, zoals ‘poot optillen en naar voren bewegen als je tegen iets aanbotst’. Het A-Life insect is daarmee een voorbeeld van een tweede belangrijk uitgangspunt, zo min mogelijk werken met representaties van de buitenwereld, die eerst moeten worden herkend en op grond waarvan vervolgens acties worden beraamd en ondernomen. Het insect reageert direct op de buitenwereld, zonder eerst na te denken over waar het tegenop botst. A-Life werkt het liefst met directe, lokale reacties op de omgeving.

Men spreekt ook van autonome robots, omdat hun doen en laten niet door een rigoureus door de mens ontworpen computerprogramma wordt bestuurd. Margaret Boden constateert dat het hierbij om een ander soort autonomie gaat dan _het met een zekere onafhankelijkheid van de directe omgeving handelen_, dat we er doorgaans onder verstaan. Volgens Boden zou ware autonomie beide aspecten hebben: adequate reactie op de directe omgeving en hogere orde besturingsmechanismen om onafhankelijkheid te bewerkstelligen. Die besturingsmechanismen zouden daarbij wel door het organisme zelf gegenereerd moeten zijn in een proces van zelforganisatie waarbij interactie met de omgeving een cruciale rol speelt.

De vraag in hoeverre representatie een vereiste is om met name hogere functies zoals conceptueel denken en intelligentie met A-Life te kunnen nabootsen, wordt in een aantal bijdragen besproken. Michael Wheeler uit Oxford stelt zich in _From robots to Rothko_ op het standpunt dat representatie niet nodig is en haalt daar filosofen als Heidegger bij. _En passant_ doet hij daarbij een aanval op de volgens hem al te Cartesiaanse subject/object scheiding die de klassieke kunstmatige intelligentie en cognitieve wetenschappen aanbrengen. Door in de wereldmodellen die zij hun robots meegeven al de representatie van allerlei objecten te stoppen, verbinden zij zich aan een metafysica waarin die objecten los van het organisme bestaan. Volgens Wheeler echter, ontstaat de wereld voor een organisme pas in interactie met zijn omgeving. Hoe die wereld eruit ziet is afhankelijk van de situatie en de lichamelijke activiteit die een organisme daarbinnen ontplooit.

Ten slotte de hamvraag: kan A-Life ooit echt leven worden? Een tweetal bijdragen ziet dat om twee redenen niet of nauwelijks gebeuren. Ten eerste omdat bij A-Life geen sprake is van een metabolisme, van een fysieke verwerking van omgevingselementen tot energie en bouwstenen voor het A-Life organisme. Ten tweede omdat er heel wat moet gebeuren wil evolutie echt open zijn. In de A-Life simulaties van evolutie zal er niet zomaar een nieuw zintuig bij een organisme ontstaan, zoals een oog of oor, tenzij dat er van te voren ingebouwd is. Om dit soort nieuwe ontwikkelingen mogelijk te maken lijkt belichaming van essentieel belang, zodat het organisme en zijn genen een echte interactie met zijn omgeving kan aangaan. De vraag is dan natuurlijk weer wat belichaming en metabolisme precies wel en niet inhouden. Zo hebben filosofen altijd wat te doen.
Margaret Boden (ed.) The philosophy of artificial life. Oxford University Press. 1996. ( )
  freetrader | Jul 2, 2024 |
no reviews | add a review

Belongs to Publisher Series

You must log in to edit Common Knowledge data.
For more help see the Common Knowledge help page.
Canonical title
Original title
Alternative titles
Original publication date
People/Characters
Important places
Important events
Related movies
Epigraph
Dedication
First words
Quotations
Last words
Disambiguation notice
Publisher's editors
Blurbers
Original language
Canonical DDC/MDS
Canonical LCC

References to this work on external resources.

Wikipedia in English (1)

The aim of this series is to bring together important recent writings in major areas of philosophical inquiry, selected from a variety of sources, mostly periodicals, which may not be conveniently available to the university student or the general reader. The editor of each volume contributesan introductory essay on the items chosen and on the questions with which they deal. A selective bibliography is appended as a guide to further reading.This volume offers a selection of the most important philosophical work in the new and fast-growing interdisciplinary area of artificial life; it will set the agenda for future study and research. Artificial life (A-Life) research aims to synthesize the characteristics of life by artificial means,particularly employing computer technology. The essays chosen explore such fascinating themes as the nature of life, the relation between life and mind, and the limits of technology.The first two papers, one of which is the classic A-Life manifesto by Christopher Langton, provide a general overview of the subject and compare it with artificial intelligence (AI); in Part II, the contributors describe examples of A-Life research. Part III discusses various explanatorystrategies in A-Life, and relates them to approaches in AI and cognitive science, while Part IV focuses on the concept of life in general. Finally, Part V explores A-Life's relation to functionalism and the feasibility of `strong' A-Life.

No library descriptions found.

Book description
Haiku summary

Current Discussions

None

Popular covers

Quick Links

Rating

Average: (3.67)
0.5
1
1.5
2 1
2.5
3
3.5 2
4 1
4.5 2
5

Is this you?

Become a LibraryThing Author.

 

About | Contact | Privacy/Terms | Help/FAQs | Blog | Store | APIs | TinyCat | Legacy Libraries | Early Reviewers | Common Knowledge | 208,344,282 books! | Top bar: Always visible