Tree Story: The History of the World Written in Rings

by Valerie Trouet

On This Page

Description

What if the stories of trees and people are more closely linked than we ever imagined?

Winner of the World Wildlife Fund's 2020 Jan Wolkers Prize
One of Science News's "Favorite Books of 2020"
A New York Times "New and Noteworthy" Book
A 2020 Woodland Book of the Year
Gold Winner of the 2020 Foreword INDIES Award in Ecology & Environment
Bronze Winner of the 2021 Independent Publisher Book Award in Environment/Ecology

People across the world know that to tell how old a tree is, you count its show more rings. Few people, however, know that research into tree rings has also made amazing contributions to our understanding of Earth's climate history and its influences on human civilization over the past 2,000 years. In her captivating book Tree Story, Valerie Trouet reveals how the seemingly simple and relatively familiar concept of counting tree rings has inspired far-reaching scientific breakthroughs that illuminate the complex interactions between nature and people.

Trouet, a leading tree-ring scientist, takes us out into the field, from remote African villages to radioactive Russian forests, offering readers an insider's look at tree-ring research, a discipline known as dendrochronology. Tracing her own professional journey while exploring dendrochronology's history and applications, Trouet describes the basics of how tell-tale tree cores are collected and dated with ring-by-ring precision, explaining the unexpected and momentous insights we've gained from the resulting samples.

Blending popular science, travelogue, and cultural history, Tree Story highlights exciting findings of tree-ring research, including the fate of lost pirate treasure, successful strategies for surviving California wildfire, the secret to Genghis Khan's victories, the connection between Egyptian pharaohs and volcanoes, and even the role of olives in the fall of Rome. These fascinating tales are deftly woven together to show us how dendrochronology sheds light on global climate dynamics and uncovers the clear links between humans and our leafy neighbors. Trouet delights us with her dedication to the tangible appeal of studying trees, a discipline that has taken her to austere and beautiful landscapes around the globe and has enabled scientists to solve long-pondered mysteries of Earth and its human inhabitants.

.
show less

Tags

Recommendations

Member Reviews

3 reviews
A little dense but very interesting
½
Er vallen zowel positieve als negatieve dingen over dit boek te zeggen.

De feiten die worden aangevoerd zijn bijzonder interssant. De auteur zegt echter dat correlaties niet hetzelfde zijn als oorzakelijke verbanden. Zelf neemt ze het daar niet altijd even nauw mee als het haar uitkomt.

Al te bont wordt het wanneer een Bio-ingenieur zich op het terrein begeeft van historici.

Het boek is oorspronkelijk in het Engels geschreven. Engelstalige onderzoeken schieten vooral tekort omdat ze zich enkel baseren op Engelstalige bronnen. Ook hier is dit een ernstig tekort. Een monumentaal werk dat hier zeker gebruikt had moeten worden is 'Duizend jaar weer, wind en water in de Lage Landen.' van Jan Buisman. En dan te bedenken dat het om een show more Nederlandstalige professor gaat die dit terzijde laat liggen. Een student bij ons zou er een onvoldoende voor krijgen.

Natuurlijk wil een hoogleraar aan de UA niet uit de maat vallen. Wie al van jongs af aan gepriviligeerde kansen krijgt is tot veel bereid om dit zo te houden.

Verwacht tenslotte geen boek over de opwarming van het klimaat. De enkele paragrafen hierover dienen maar als aandachttrekkers.
show less
½
Dendrologie : de wetenschap over bomen, op basis van boomringen
Dendro-chronologie : datering van boomringen van één soort bomen in één aaneengesloten reeks jaren
Dendro-klimatologie : afleiden van wat het klimaat in het verleden was, op basis van boomringen
Dendro-provenance : afleiden van de plaats van herkomst van bomen of hout, op basis van boomringen
Dendro-archaeologie: afleiden van de geschiedenis van oude houten objecten, op basis van boomringen

Trouet is gedreven. Ze structureert haar verhaal en legt hoofdzaken op een bevattelijke manier uit.
Ze begint met wat je kan “lezen” in boomringen, en hoe je op basis van een reeks boomringen van dezelfde boomsoort in een bepaald gebied,
de informatie van boomringen – die elkaar show more minstens 20 jaar overlappen – aan elkaar kan koppelen,
omdat een ring van hetzelfde jaar op verschillende boomringen dezelfde informatie bevat.
Daarmee krijg je een overzicht hoe een bepaalde parameter in een bepaald gebied jaar na jaar veranderde.

Levende bomen worden bemonsterd, door met de hand een holle kernboor horizontaal
naar de kern van de stam te boren op een meter boven de grond. Hoe ouder de boom, hoe meer jaarringen en hoe dikker de stam.
Boren met een lange kernboor is zwaar werk, want meestal is er geen elektriciteit. (en oplaadbare accu’s zijn snel leeg)
Oude bomen staan meestal in afgelegen woeste gebieden, waar geen landbouw is. Slecht toegankelijk, vaak in bergachtig gebied.
In de praktijk, te voet met een zware rugzak daarheen, en ’s avonds terug naar je hutje/ tentje/ terreinwagen. Elke dag opnieuw, weken lang.

Trouet staat haar mannetje, en ze laat zich niet op haar kop zitten.
Op stap met drie jonge mannen om weken lang bomen te bemonsteren in onbewoond gebied,
gaat ze na enkele dagen in staking rond 3 h in de namiddag. Van de honger.
Zij aten ’s middags niet om zoveel mogelijk kernen per dag te boren.
Daarna hoorde ze van hen dat ze sliepen met het raam van hun gemeenschappelijke kamer open,
ondanks dat het buiten bijna vroor en dat ze het koud hadden in hun slaapzak.
Dat macho opbod was niet aan haar besteed.

Niet alle boomsoorten hebben even duidelijke jaarringen, en de breedte en het uitzicht ervan kunnen van verschillende factoren afhangen.
Bomen in gematigde gebieden groeien harder in de lente en trager in zomer en herfst.
Eerst maken ze “vroeghout” met grote cellen om veel vocht en voedingsstoffen naar de knoppen en de bladeren te stuwen om ze snel te laten groeien.
Daarna maken ze “laathout” met kleine cellen, die de structuur van de stam versterken, en overdag water naar de bladeren voeren,
dat CO2 uit de lucht met zonne-energie en fotosynthese omzet in glucose suiker en O2. ’s Nachts wordt CO2 uitgestoten.
Op het einde van het groeiseizoen recupereren loofbomen bladgroen en voedingsstoffen en krijgen hun bladeren herfstkleuren voor ze afvallen.

Bomen in bergachtige streken groeien meestal pas wanneer de omgevingstemperatuur voldoende hoog is.
Bomen in droge streken, groeien ze pas als er voldoende water is.

Trouet stelt dat bomen een “geheugen” hebben, en niet liegen.
Maar om hun jaarringen correct te interpreteren, moet je goed kijken, patronen herkennen
en begrijpen hoe boomsoorten in verschillende biotopen functioneren.
bv. In droge omgevingen vormen sommige oude bomen geen ring in een bijzonder droog jaar.
Dat moet je herkennen als een “ontbrekende ring”. Of nog: in klimaten met moessonregens in het voorjaar
kan een “valse” boomring groeien wanneer de regen onderbroken wordt door een droge periode in het begin van de moesson.
Pas als je daarmee rekening houdt, kan je de informatie van verschillende boomringen
correct samen voegen over een langere periode, zonder een jaar over te slaan of dubbel te tellen.

Gegevens die met een andere methode gedateerd zijn aan een reeks jaarringen koppelen, gaat niet zomaar.
bv. IJskernen die in het poolijs aan noord- of zuidpool verticaal naar beneden uitgeboord werden.
Hoe dieper de boorkern onder de oppervlakte, hoe langer geleden de sneeuw daarvan viel.
De samenstelling van de lucht in de ingesloten bellen kan met koolstof 14 (C14) gedateerd worden,
omdat die met een vaste “halfwaardetijd” vermindert eens de luchtbel toegevroren is.
Maar de calibratie curve die voor de klimaatsverandering metingen gebruikt moet worden,
houdt rekening met zaken zoals: 1963, het laatste jaar dat er kernproeven werden gedaan in de atmosfeer,
omdat het % C14 in de lucht toen 2 keer hoger was, dan voor er kernwapens waren.
En het % C14 veranderde merkelijk in de eerste 10 jaren na een kernproef.

Paleo archeologie

In de paleo-archeologie gaat het erom relevante en betrouwbare gegevens uit andere bronnen te koppelen
aan reeksen boomringen om conclusies te kunnen trekken die voldoende waarschijnlijk zijn.
Trouet bespaart de lezers de details van hoe de waarschijnlijkheid van de conclusie wordt berekend,
maar legt uit dat de basis voor een goede “proxy” reeks gegevens, gezond verstand is en bronnen met correcte gegevens.
Geen “aangepaste” geschiedenis, die voor de overwinnaar werd geschreven.

Een mooi voorbeeld is hoe ze met zijn drieën op het idee kwamen
om het Spaanse schipbreuken archief “Archivo General de Indias” te gebruiken.
Het bevat alle schipbreuken tot 1825 van de Zilveren vloot in de Caraïbische zee.
Dat historisch archief bestaat nog en wordt in Sevilla bewaard.
Grant Harley (universiteit Idaho), Martha Domíngues-Delmás (dendro-chronoloog, universiteit Amsterdam) en
Valerie Trouet zaten in mei 2013 in Tucson, Arizona, in de bar van een hotel te praten.
Ze vroegen zich af of ze een “proxy” konden vinden voor orkanen in het Caraïbisch gebied vanaf 1707.
Het orkanen archief met gegevens over de wind, gemeten met meetinstrumenten, begon pas in 1851.
Hun onderzoekshypothese was: “Indien orkanen de oorzaak waren van schipbreuken [van zeilschepen] in het Caraïbische gebied,
is het aantal schipbreuken/jaar een goede “proxy” [ = het aantal/jaar correleert goed met] het aantal orkanen?”
Ze selecteerden enkel schepen uit het Archivo die zonken in de Caraïbische zee,
tijdens het “normale” tornado seizoen, dat loopt van juli tot november.
Ze realiseerden zich ook dat er schepen bij kunnen zitten die door kapers
van hun lading goud en zilver “verlost” werden bij weinig wind, en daarna tot zinken gebracht.
Ze vergeleken het aantal schipbreuken met het boomring archief van Big Pine Key dat Grant had gebruikt
om de oorzaken van de groei-onderdrukking bij slash pines (Pinus elliottii) te onderzoeken.
Bomen die in een tornado hun bladeren kwijt waren geraakt, verloren hun normale vermogen tot fotosynthese een aantal jaren -
wat in de boomring te zien is aan een reeks heel smalle ringen, vanaf het jaar van de tornado - tot het jaar dat hun bladerdak terug volledig hergroeid was.
Per toeval ontdekte Trouet - toen ze vanop een afstand naar haar computerscherm keek,
een bijna vlakke lijn in de grafiek met jaartotalen van de schipbreuken tussen juli en november -
ongeveer 70 jaar met heel weinig schipbreuken in het tornado seizoen, tussen 1645 en 1715.
Die periode komt overeen met het “maunder minimum”, een periode aan het einde van de 17e eeuw met uitzonderlijk veel zonnevlekken.
Het verband tussen minder sterke zonnestraling en minder tornado’s, hangt af van de temperatuur van het oceaanwater aan de oppervlakte.
De kans op tornado’s vergroot sterk als het water warmer wordt dan 28°C. In de Caraïbische zee gebeurt dat meestal tussen juli en november.
Het tornado arme maunder-minimum viel samen met het hoogtepunt van het te kaperen varen van Engelse en Franse boekaniers in de Caraïben.
Een kalme zee kwam hen goed uit bij het overvallen van de zwaarbeladen zilveren vloot.

Archeologisch hout (Dendro-provenance)

De meeste archeologische houtmonsters die het LTTR voor datering kreeg, waren van de oude Pueblo cultuur in het ZW van de V.S.
Het zijn houtskoolresten van verbrande gebouwen en constructies, of van haardvuren waarop gekookt werd en/of waarmee het huis verwarmd werd.
Houtskool blijft meestal goed bewaard, omdat het bijna volledig uit koolstof bestaat.
Er zit geen cellulose of suiker in, en daarom zitten er geen microben en insecten in, want dat is wat ze eten.
Houtskool vergaat niet als het in de grond terecht komt.
Maar om geschikt te zijn voor kruisdatering, moeten er voldoende en duidelijke jaarringen in zitten.
Naast de houtskoolresten zijn er een veel kleiner aantal stukken niet verkoold archeologisch hout, meestal houten balken.
Wanneer die heel hun nuttig bestaan bovengronds zaten, zijn ze meestal ontsnapt aan insecten en micro organismen die hout eten.

Tot begin 11e eeuw was de bevolkingsdichtheid in Chaco Canyon laag.
Naarmate de nederzetting zich uitbreidde waren er minder bomen in de Canyon
die ze konden gebruiken voor de lange rechte balken van hun “great houses”.
Ze moesten die uit de omringende bergen gaan halen.
Chris Guitarman - een phd student aan het LTTR - mat de breedte van elke jaarring op van 170 balken van “great houses” in Chaco Canyon.
Hij vergeleek die met de jaarring chronologieën van acht bergketens rondom Chaco Canyon, om op te sporen waar de balken vandaan kwamen.
70 % kwam van 2 bergketens: het Chiska gebergte op 80 km > W, en het Zuni gebergte op 80 km > Z.
De indianen hadden geen paarden of karren om de balken te vervoeren.
Om 1 boomstam van Chiska naar Chaco Canyon te brengen waren er ~ 100 werkuren nodig.
Per “great house” moesten ~ 2 000 mensen zo’n tocht naar Pueblo Bonito maken.
Vóór 1020 kwam het meeste hout uit het Zuni gebergte, 15 jaar later uit het Chiska gebergte.
Enkele decennia nadat ze tienduizenden stammen uit beide gebergten hadden gehaald, vertrokken de Chaco’s uit Chaco Canyon.
Ze hadden meer dan 1 MM arbeidsuren gebouwd aan hun “great houses”, en er maar enkele generaties gewoond.
Wanneer je nu aan hun nakomelingen vraagt waarom hun voorouders wegtrokken,
is hun antwoord: “Het was tijd om te vertrekken.”
De meesten trokken naar het zuiden omdat de bevolkingsdichtheid toen te groot werd voor wat de droge omgeving kon opbrengen
- zeker niet in lange perioden van droogte - en ook omdat ze bomen hadden gekapt tot er geen bossen meer waren.

Bosbranden in de Sierra Nevada

Op 8 november 2018 ontdekte een monteur van de Pacific Gas & Electric Co.,
vlak voor zonsopgang een brand onder een elektrische lijn in Butte Country.
De wind waaide aan 80 km/h, de luchtvochtigheid was laag, en de brand liep uit de hand.
Twee uur later bereikte de vlammen het stadje Paradise. Binnen enkele uren stond het hele stadje in brand.
Het duurde 27 dagen om het vuur te blussen.
14 000 huizen werden verwoest, minstens 86 personen waren dood: de meest verwoestende brand in de geschiedenis van Californië.
In heel 2018 waren er meer dan 8 500 “natuurbranden” in Californië.
Ze legden 780 km² bos in de as. De kosten waren ~ 3,5 MMM $, de helft ervan voor het blussen.
Sinds de jaren 1980 duurt het brandseizoen elk jaar langer, en worden de branden alsmaar groter.
Van nature kwamen er enkele eeuwen geleden in droge bossen met lage tot gemiddeld hoge bomen
om de 5 tot 10 jaar “loopvuren” voor, die een deel van van de ondergroei verbranden, maar niet het bladerdak van volgroeide bomen.
Die werden er zelfs beter van, omdat daardoor concurrenten voor water en voedingsstoffen, uitgeschakeld werden.
Brand littekens kwamen toen vaak voor aan de voet van de bomen die op een helling stonden,
en waar aan de hoge kant dode naalden en takken lagen.
Een loopvuur blijft daar langer branden, en kan de bast van de boom verbranden, wat daarna een driehoekig litteken wordt dat niet geneest,
er groeit aan de randen enkel een beetje bast over.
Tot het volgende loopvuur het weer “aanbrandt”, er een nieuw litteken bijkomt dat in de jaarring van de brand te zien is.
Tom Sweetman van LTTR heeft die methodologie ontwikkeld in de jaren 1970.
De gegevens worden bijgehouden in de International Multiproxy Paleo-fire Database.
Er zitten weinig “aangebrande” jaarringen bij tussen 1910 en 1970.

Na de grote bosbrand van 1910, die op 2 dagen tijd meer dan 12 000 km² in de as legde en aan meer dan 100 mensen het leven kostte
- de meesten ervan waren brandweerlui van de Forrest Service - verstomde het verzet tegen de bosbeschermingsprogramma’s van president Roosevelt.
Bosbranden bestrijden werd een nationale zaak.

Indianen staken in het verleden elk voorjaar kleine loopvuren aan , om te voorkomen dat de onderlaag te lang zou branden en
te veel hitte zou afgeven die het bladerdak van de middelmatig hoge bomen verbrandt.
Dat bosbranden nu ook voorkomen in de winter, heeft te maken met toenemende droogte en warmere temperaturen,
vooral na enkele jaren El Niñjo (nat > meer groei) en dan een jaar El Niña (droog),
maar niet met meer bliksem inslagen dan vroeger.

De omslagpunten vielen in de jaren 1776, 1865, 1904.

Ervoor : 175 jaren met een redelijk stabiel aantal bosbranden/jaar ( op 22 % van de gemeten locaties)
De lokale indiaanse bevolking stak geregeld kleine loopvuren aan, en hield een lappendeken van oude en nieuwe onderbegroeiïng in stand.
Na 1776 : meer en intensere bosbranden, over een grotere oppervlakte (38 % van de gemeten locaties)
Tussen 1769 en 1833 evangeliseerden Spaanse missionarissen het gebied, dat toen nog Mexicaans grondgebied was.
De plaatselijke indiaanse bevolking was niet bestand tegen ziekten (o.a. pokken en mazelen, en een endemische ziekte die op Ebola
- en Marburgvirus lijkt en die de Azteken cocolitzli noemden, maar de Spaanse missionarissen niet deerde.
[Eigen commentaar: is cocolitli Syfilis? Syfilis is een endemische venerische ziekte die bij celibataire Spaanse missionarissen in principe niet zou mogen voorkomen.]
Die stak de kop op in een korte natte periode in een lange droge periode.
Tegen 1855 was 85 % van de inheemse bevolking eraan gestorven. En werden er minder loopvuren aangestoken.
Na 1865 : terug zoals de 175 jaren ervoor (De gold rush in Californië begon in 1848. Er werd toen veel meer hout gekapt:
Goudzoekers hadden houten stutten nodig in de mijnen; houten blokhutten om in te slapen;
spoorwegen werden aangelegd en hadden rails met houten liggers.
En er werden nogal wat schapen gehouden om op te eten, die in de bossen graasden.)
Na 1904 : minder branden, na de oprichting van de Forrest Service door Roosevelt.
Maar tegen het einde van de eeuw, alsmaar grotere branden, door opstapeling van dood brandbaar materiaal op de grond.
Besluit: Het verband tussen bosbranden en droogte werd sterker of zwakker, naargelang de manier waarop de mensen het land gebruikten.

Eigen commentaar
In 1972 werd “The Limits to Growth: a Global Challenge” gepubliceerd, vertaald in het Nederlands als “Grenzen aan de groei”, beter bekend als het “Rapport aan de Club van Rome”.
Het voorspelde de gevolgen vrij realistisch van het verstoken van enorm grote hoeveelheden fossiele brandstoffen voor de aarde en het vervuilen door afval.
Belangengroepen die daar rijker van werden, slaagden erin via lobbyen bij hun overheid,
om de juistheid van de diagnose en de dringendheid om het beleid bij te sturen in twijfel te trekken.
In 1992 kwam het vervolgrapport “Beyond the Limits”.
De problemen van milieuvervuiling en de toename van de bevolking waren enkel groter geworden.
Langs de kant van de klimaat-wetenschappers werd enorm veel werk verzet om de vele facetten van de klimaatopwarming en de afvalproblematiek beter te begrijpen,
en strategieën voor te stellen om te voorkomen dat de hele zaak ontspoort.
Dat zal de armsten in de wereld het zwaarst treffen, ondanks dat ze er het minst aan hebben meegewerkt, en er ook weinig aan hebben verdiend.

“Wat bomen ons vertellen” geeft een bloemlezing aan onderzoeken en resultaten. Het voorkomt de smoes: “Wir haben es nicht gewusst.”
show less

Members

Recently Added By

Lists

Books Read in 2021
5,361 works; 113 members
Books Read in 2023
5,547 works; 145 members
Science: Earth
109 works; 1 member

Author Information

Picture of author.
4 Works 161 Members
Valerie Trouet is an internationally renowned professor in the Laboratory of Tree-Ring Research at the University of Arizona.

Awards and Honors

Common Knowledge

Canonical title*
Wat bomen ons vertellen
Original publication date
2020
Original language*
Engels
*Some information comes from Common Knowledge in other languages. Click "Edit" for more information.

Classifications

Genres
Science & Nature, Nonfiction, General Nonfiction, History
DDC/MDS
582.16Natural sciences & mathematicsPlants (Botany)Plants noted for specific vegetative characteristics and flowersHerbaceous and woody plants, plants noted for their flowersTrees
LCC
QK477.2 .A6 .T76ScienceBotanyBotany
BISAC

Statistics

Members
135
Popularity
242,295
Reviews
3
Rating
(3.76)
Languages
Dutch, English
Media
Paper, Audiobook, Ebook
ISBNs
6
ASINs
1