
About the Author
Works by Tom Verschaffel
Tagged
Common Knowledge
- Canonical name
- Verschaffel, Tom
- Birthdate
- 1964
- Short biography
- Tom Verschaffel studeerde geschiedenis aan de Katholieke Universiteit van Leuven en aan het European University Institute in Firenze waar hij promoveerde met een proefschrift over historiografie in de Oostenrijkse Nederlanden. Hij is hoofddocent van de subfaculteit Letteren aan KULAK (Katholieke Universiteit Leuven Campus Kortrijk). Tot zijn onderzoeksgebieden behoren cultuurgeschiedenis van de 18e en 19e eeuw, historiografie en historische cultuur, cultureel nationalisme, culturele transfers en interculturele relaties. (http://www.dwb.be/auteurs/tom-verscha...)
- Nationality
- Belgium
- Associated Place (for map)
- Belgium
Members
Reviews
De weg naar het binnenland. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1700-1800. De Zuidelijke Nederlanden by Tom Verschaffel
De weg naar het binnenland is deel zes van de Geschiedenis van de Nederlandse Literatuur. Het is geschreven door Tom Verschaffel en net als deel vijf behandelt het de periode 1700-1800, maar dan de geschiedenis van de literatuur in de Zuidelijke Nederlanden. Deel vijf ging over de geschiedenis in De Republiek ofwel de Noordelijke Nederlanden.
Dit deel is met 283 pagina’s een stuk minder lijvig dan zijn voorganger en dat heeft een reden. Er valt literatuurtechnisch in het zuiden niet zo veel show more te beleven in die tijd. Verschaffel;
Er is in deze periode geschreven en gepubliceerd, maar slechts weinig daarvan heeft de aandacht van literatuurhistorici getrokken.
Een oorzaak daarvan is het feit dat met name in het Zuiden andere talen dan het Nederlands een belangrijke rol spelen. Frans is de hoftaal en de taal voor officiële stukken en de hooggeschoolden. Het Latijn is de taal van de clerus en het Nederlands? Het volk spreekt Nederlands en als dat volk bereikt moet worden, dan is de Nederlandse taal een factor. De doelgroep en reden van wat wordt geschreven speelt een grote rol.
Om het nog wat ingewikkelder te maken hebben we het hier over de Nederlandstalige literatuur van de Oostenrijkse Nederlanden. Het zijn de zuidelijke provincies die onder het bewind van de Oostenrijkse tak van het huis Habsburg stonden en grotendeels het huidige België en Luxemburg bestrijken.
Nog een reden waarom dit boek niet zo dik is, is dat de literatuurproductie in het Noorden onvergelijkelijk veel groter was dan in het Zuiden. Verschaffel licht het allemaal keurig toe.
Natuurlijk ligt het literaire landschap niet helemaal braak. Er zijn rederijkerskamers die literair actief zijn door dichtwedstrijden te houden. De kamers doen ook aan toneel. Vaak bewerken ze daarvoor de klassieken maar er wordt ook nieuw werk geschreven, zoals door Pieter Vincent. Hij zorgt zelfs voor een feestrede waarin hij zichzelf daarvoor de lof toezwaait;
Wy speelden menigh spel dat wy niet wilden haelen
By d’een of d’anderen uytlantschen puykpoëet
Het Nederlands dus in dichtvorm en voor op het toneel en er verschijnt ook een Nederlandstalig tijdschrift, Den Vlaamschen Indicateur. Dat is een vooruitstrevend blad dat maatschappelijke kwesties behandelt, maar het publiceert ook besprekingen en signalementen van boeken en heeft literaire bijdragen.
Omdat literair proza dun gezaaid is, ligt de focus vooral op toneelteksten en de dichtkunst. Berijmde dichtkunst, maar volgens de monnik en bibliothecaris Godefridus Bouvaert moeten we daar ook niet te benauwd over doen; rijmen is geen must.
‘Oordeelt nu, onpartydigen Lezer, of een wel-gemaekt gedicht zonder rym, niet honderd-mael bevallyker is, als rymende liniën zonder maet. Nu de rechte dicht-maet gevonden is, konnen wy den rym wel derven.’
Dat geeft moed voor de Sinterklaasperiode lijkt mij zo. Verschaffel gaat verder met zijn exploraties naar Nederlandse teksten en komt bij enkele vanzelfsprekendheden uit.
Het geloof natuurlijk. Het volk dient op verstaanbare wijze het geloof bijgebracht te worden dus de preken worden in het Nederlands gegeven. Daaruit volgt dat die preken ook gedrukt worden in preekboeken. Ook draaien de persen overuren bij het drukken van stichtelijke en moraliserende teksten. In druk verschijnen handige regels voor boeren en arbeiders, opgesomd weergegeven wat men dient te vermijden;
1. De gemeynschap met vrouw-persoonen
2. Het vloeken en sweeren
3. De ledigheyt en den drank
Ik heb enige twijfel aan de effectiviteit en het nut hiervan maar goed. Er zijn ook vrolijker zaken om het volk mee te delen. Als het flink gesneeuwd heeft werden er ook toen sneeuwpoppen gemaakt en zelfs hele kunstwerken, waarop de Antwerpse dichter Jan Antoon Frans Pauwels terstond een gedicht maakte met de titel Berigt van constig gemaeckte sneeuwe beelden.
Als er een vorst overlijdt wordt dat ook in het Nederlands gepubliceerd, inclusief de lof- en treurdichten. Dat was zo bij het overlijden van gouverneur Karel van Lotharingen, maar men ging helemaal vol op het literaire orgel toen keizerin Maria Theresia heenging.
Verschaffel laat verder zien dat de Nederlandse literatuur tot diep in de eeuw een wapen is ter ondersteuning en versterking van de heersende macht. Aan de andere kant biedt het voer voor polemisten, die voor ‘een zondvloed aan pamfletten’ zorgen en zo zelfs een rol spelen in de revolutie.
Daar moeten we het dan ook mee doen en Verschaffel sluit het als volgt af in zijn epiloog;
De geschiedenis van de Nederlandse literatuur in de Zuidelijke Nederlanden in de achttiende eeuw is geen triomfantelijk verhaal. Er worden geen hoge toppen gescheerd. Er is wel heel wat gepubliceerd, ook in het Nederlands: gelegenheidsgedichten, toneelprogramma’s en -stukken, stichtelijke teksten, gebeden- en liedboeken, almanakken en volksboeken, pamfletten en kranten, historisch, juridisch en wetenschappelijk werk. In grote meerderheid geen werk waar literaire roem mee te oogsten valt. Die is er in de Oostenrijkse Nederlanden sowieso nauwelijks te behalen.
Wij gaan te zijner tijd eens bekijken hoe het ervoor staat in de negentiende eeuw, in het volgende deel van deze serie. show less
Dit deel is met 283 pagina’s een stuk minder lijvig dan zijn voorganger en dat heeft een reden. Er valt literatuurtechnisch in het zuiden niet zo veel show more te beleven in die tijd. Verschaffel;
Er is in deze periode geschreven en gepubliceerd, maar slechts weinig daarvan heeft de aandacht van literatuurhistorici getrokken.
Een oorzaak daarvan is het feit dat met name in het Zuiden andere talen dan het Nederlands een belangrijke rol spelen. Frans is de hoftaal en de taal voor officiële stukken en de hooggeschoolden. Het Latijn is de taal van de clerus en het Nederlands? Het volk spreekt Nederlands en als dat volk bereikt moet worden, dan is de Nederlandse taal een factor. De doelgroep en reden van wat wordt geschreven speelt een grote rol.
Om het nog wat ingewikkelder te maken hebben we het hier over de Nederlandstalige literatuur van de Oostenrijkse Nederlanden. Het zijn de zuidelijke provincies die onder het bewind van de Oostenrijkse tak van het huis Habsburg stonden en grotendeels het huidige België en Luxemburg bestrijken.
Nog een reden waarom dit boek niet zo dik is, is dat de literatuurproductie in het Noorden onvergelijkelijk veel groter was dan in het Zuiden. Verschaffel licht het allemaal keurig toe.
Natuurlijk ligt het literaire landschap niet helemaal braak. Er zijn rederijkerskamers die literair actief zijn door dichtwedstrijden te houden. De kamers doen ook aan toneel. Vaak bewerken ze daarvoor de klassieken maar er wordt ook nieuw werk geschreven, zoals door Pieter Vincent. Hij zorgt zelfs voor een feestrede waarin hij zichzelf daarvoor de lof toezwaait;
Wy speelden menigh spel dat wy niet wilden haelen
By d’een of d’anderen uytlantschen puykpoëet
Het Nederlands dus in dichtvorm en voor op het toneel en er verschijnt ook een Nederlandstalig tijdschrift, Den Vlaamschen Indicateur. Dat is een vooruitstrevend blad dat maatschappelijke kwesties behandelt, maar het publiceert ook besprekingen en signalementen van boeken en heeft literaire bijdragen.
Omdat literair proza dun gezaaid is, ligt de focus vooral op toneelteksten en de dichtkunst. Berijmde dichtkunst, maar volgens de monnik en bibliothecaris Godefridus Bouvaert moeten we daar ook niet te benauwd over doen; rijmen is geen must.
‘Oordeelt nu, onpartydigen Lezer, of een wel-gemaekt gedicht zonder rym, niet honderd-mael bevallyker is, als rymende liniën zonder maet. Nu de rechte dicht-maet gevonden is, konnen wy den rym wel derven.’
Dat geeft moed voor de Sinterklaasperiode lijkt mij zo. Verschaffel gaat verder met zijn exploraties naar Nederlandse teksten en komt bij enkele vanzelfsprekendheden uit.
Het geloof natuurlijk. Het volk dient op verstaanbare wijze het geloof bijgebracht te worden dus de preken worden in het Nederlands gegeven. Daaruit volgt dat die preken ook gedrukt worden in preekboeken. Ook draaien de persen overuren bij het drukken van stichtelijke en moraliserende teksten. In druk verschijnen handige regels voor boeren en arbeiders, opgesomd weergegeven wat men dient te vermijden;
1. De gemeynschap met vrouw-persoonen
2. Het vloeken en sweeren
3. De ledigheyt en den drank
Ik heb enige twijfel aan de effectiviteit en het nut hiervan maar goed. Er zijn ook vrolijker zaken om het volk mee te delen. Als het flink gesneeuwd heeft werden er ook toen sneeuwpoppen gemaakt en zelfs hele kunstwerken, waarop de Antwerpse dichter Jan Antoon Frans Pauwels terstond een gedicht maakte met de titel Berigt van constig gemaeckte sneeuwe beelden.
Als er een vorst overlijdt wordt dat ook in het Nederlands gepubliceerd, inclusief de lof- en treurdichten. Dat was zo bij het overlijden van gouverneur Karel van Lotharingen, maar men ging helemaal vol op het literaire orgel toen keizerin Maria Theresia heenging.
Verschaffel laat verder zien dat de Nederlandse literatuur tot diep in de eeuw een wapen is ter ondersteuning en versterking van de heersende macht. Aan de andere kant biedt het voer voor polemisten, die voor ‘een zondvloed aan pamfletten’ zorgen en zo zelfs een rol spelen in de revolutie.
Daar moeten we het dan ook mee doen en Verschaffel sluit het als volgt af in zijn epiloog;
De geschiedenis van de Nederlandse literatuur in de Zuidelijke Nederlanden in de achttiende eeuw is geen triomfantelijk verhaal. Er worden geen hoge toppen gescheerd. Er is wel heel wat gepubliceerd, ook in het Nederlands: gelegenheidsgedichten, toneelprogramma’s en -stukken, stichtelijke teksten, gebeden- en liedboeken, almanakken en volksboeken, pamfletten en kranten, historisch, juridisch en wetenschappelijk werk. In grote meerderheid geen werk waar literaire roem mee te oogsten valt. Die is er in de Oostenrijkse Nederlanden sowieso nauwelijks te behalen.
Wij gaan te zijner tijd eens bekijken hoe het ervoor staat in de negentiende eeuw, in het volgende deel van deze serie. show less
Mar 12, 2026Dutch
Statistics
- Works
- 6
- Members
- 30
- Popularity
- #449,941
- Rating
- 2.5
- Reviews
- 1
- ISBNs
- 3
