Jan Donkers
Author of Burma behind the Mask
About the Author
Image credit: Jan Donkers in 2011 [credit: Ilonamay at Wikipedia]
Works by Jan Donkers
De tiende deur — Author — 3 copies
verhalen 1 copy
Associated Works
De heimweefabriek : geheugen, tijd & ouderdom (2008) — Narrator, some editions — 135 copies, 1 review
De schrijversmarkt, of Een schrijver is ook maar een mens — Contributor — 11 copies
Sport : de 141 beste Nederlandse en Vlaamse sportverhalen van 1945 tot nu (2007) — Contributor — 6 copies
De zeven hoofdzonden — Author, some editions — 5 copies
Tagged
Common Knowledge
- Canonical name
- Donkers, Jan
- Legal name
- Donkers, Johannes Mattheus
- Other names
- Donkers, Gonzo
- Birthdate
- 1943-06-15
- Gender
- male
- Occupations
- radio producer
journalist
writer - Relationships
- Funhoff, Tineke (ex-wife)
- Nationality
- Netherlands
- Birthplace
- Amsterdam, Netherlands
- Places of residence
- Amsterdam, Netherlands
- Associated Place (for map)
- Amsterdam, Netherlands
Members
Reviews
A book about some of the bleak histories of Amsterdam North, were a lot of people were very poor. The author lived as a small boy in Amsterdam-Noord and rembembers his young life there. He left the neighbourhood to study sociology in Amsterdam and became a journalist and writer. The book contains also an interesting history about the shipping industry that went down totally. Very sad really. Positive is that he sees a new optimistic future for the IJ-oever.
Ik kocht Mijn muziek van popjournalist en VPRO-diskjockey Jan Donkers voor luttele euri in een antiquariaat. Een boek uit 2006 en zonder de blijkbaar bijbehorende cd en dan hoop je dat het goed uitpakt. Nu, dat doet het.
Met vierenveertig hoofdstukken in 266 pagina’s snapt u dat het geen grote hoofdstukken zijn, maar de artiesten en onderwerpen spreken mij toevallig aan. Daar komt bij dat Donkers een lange staat van dienst heeft, soms op de juiste plaats op het juiste moment is en dan heb show more je ineens een onderhoudend boek waar veel uit te halen is.
Allereerst gaat hij op zoek naar wat ‘Americana’ nou is, toevallig een genre waarvan ik nu veel beluister. Vervolgens sleurt Donkers een hele stoet aan artiesten voor het voetlicht die ik niet of nauwelijks ken, of waarvan ik nog beschamend weinig beluisterd heb.
Kent u Dan Bern? Een zanger met Litouwse roots en daar schrijft hij een prachtig nummer over, Lithuania. Maar Bern schrijft over veel meer. Over abortus, kapitalisme, Afghanistan, hennep, John McEnroe, Cuba, Madonna, Muhammed Ali, Brad Pitt, marsmannetjes en Monika Lewinsky bijvoorbeeld. In één liedje, overigens. Donkers verbloemt zijn enthousiasme niet, bijvoorbeeld over Bern’s album My Country II;
Het is een plaat die me bijna tot tranen roert. Zo hoort muziek te zijn, zo hoort Amerika te zijn, zo hoort Amerikaanse muziek te zijn, opstandig, oneerbiedig, elementair en eerlijk.
Ik houd daarvan, het laat mij naar nieuwe muziek luisteren. Zo maak ik kennis met de prima albums Leftovers van The Bottle Rockets en Roadmaster van de ex-Byrd Gene Clark. Donkers wisselt het af met persoonlijke verhalen, zoals toen hij, als nachtdeejay in Austin, Texas, met enige regelmaat ene George W. Bush aan de lijn had, die toen uiteraard nog bekend moest worden.
Donkers krijgt het zelfs voor elkaar mij te doen overwegen een album aan mijn collectie toe te voegen van Dion and the Belmonts. U kent ze wellicht van hits als Runaround Sue en The Wanderer maar die wilt u echt horen op hun live-album Reunion, Live at Madison Square Garden 1972 met een uitzinnig publiek op de achtergrond.
Donkers geeft een band als The Grateful Dead maar één pagina en verwijst slim naar een ander boek van hem voor meer informatie, maar kenschetst ‘de beroerdste band met de trouwste supportersschare’ nog wel even;
Wanneer je in een Amerikaanse stad een verzameling langharigen met slaapzakken onder de arm zag, in een ordentelijke rij die zich vaak langs vele huizenblokken uitstrekte dan wist je: de Grateful Dead komen eraan.
Vervolgens geeft hij een tip over het beste Buddy Guy album en komt hij met de blueszanger Son House, wiens biografie toevallig ook op mijn wensenlijst staat. Het hoofdstuk over Little Richard mag er ook zijn, hoewel diens ontdekker Bumps Blackwell het eerst niet zag zitten met hem. Immers:
‘If you look like Tarzan and you sound like Mickey Mouse, it just doesn’t work out.’
Dan komt hij met de band Marah, ontdekt door zanger Steve Earle waar ik u later nog mee lastig ga vallen. Prima band ook. Ik heb ook wel eens wat beluisterd van singer-songwriter David Olney, maar Donkers wijst mij in nog geen twee pagina’s op de verhalende kracht en diverse personages in zijn songs en weet mij een hele dag gevangen te houden met diens muziek. Zo’n soort boek is dit dus.
Dat geldt ook voor de band Slobberbone. Die is volledig langs mij heen gegaan en leverden hun laatste album af in 2016, maar hun album Barrel Chested (en de rest ook eigenlijk) hoort in uw luisterbagage. Donkers probeert mij ook enthousiast te krijgen voor Doug Sahm (Mendocino, kent u hem nog?), maar dat vind ik toch net iets te veel ‘The Cats goes USA’. Misschien moet ik hem een tweede kans geven.
Het hoofdstuk over Harry Smith en zijn Anthology of American Folk Music heeft mij ook aardig beziggehouden, zeker omdat de door mij bewonderde zanger Dave van Ronk het als zijn ‘bijbel’ beschouwde;
‘we kenden allemaal elk woord van elk lied uit ons hoofd, inclusief van die waaraan we een hekel hadden.’
Leest u dan door over de tragiek van Joe South, die talloze hits schreef maar zelf vond dat hij zijn vroege werk nooit meer kon overtreffen. Er staat een mooi interview in met hem. Beluister dan ook meteen het album Out of het Valley van John Gorka.
Dat laatste album heeft Donkers opgenomen in zijn persoonlijke top honderd, voor als u nog niet genoeg te luisteren had. Daar staan ook artiesten in als Seigneur Tabu Ley Rochereau, Cuarteto Patria en Guillermo Portabales, maar ook meer gangbare namen als Marvin Gaye, Jackson Browne, Ry Cooder en Ray Charles.
Eigenlijk valt er nog veel meer te vertellen, over mijn enthousiasme voor Greg Trooper, de herontdekking van Bonnie Raitt en de ontmoeting van Donkers met Sid Vicious en Nancy Spungen in hert Chelsea Hotel, een paar weken voor haar tragische dood. Maar tikt u vooral zelf dit boek ergens op de kop en verliest u zichzelf in een dagenlange muzikale ontdekkingsreis. show less
Met vierenveertig hoofdstukken in 266 pagina’s snapt u dat het geen grote hoofdstukken zijn, maar de artiesten en onderwerpen spreken mij toevallig aan. Daar komt bij dat Donkers een lange staat van dienst heeft, soms op de juiste plaats op het juiste moment is en dan heb show more je ineens een onderhoudend boek waar veel uit te halen is.
Allereerst gaat hij op zoek naar wat ‘Americana’ nou is, toevallig een genre waarvan ik nu veel beluister. Vervolgens sleurt Donkers een hele stoet aan artiesten voor het voetlicht die ik niet of nauwelijks ken, of waarvan ik nog beschamend weinig beluisterd heb.
Kent u Dan Bern? Een zanger met Litouwse roots en daar schrijft hij een prachtig nummer over, Lithuania. Maar Bern schrijft over veel meer. Over abortus, kapitalisme, Afghanistan, hennep, John McEnroe, Cuba, Madonna, Muhammed Ali, Brad Pitt, marsmannetjes en Monika Lewinsky bijvoorbeeld. In één liedje, overigens. Donkers verbloemt zijn enthousiasme niet, bijvoorbeeld over Bern’s album My Country II;
Het is een plaat die me bijna tot tranen roert. Zo hoort muziek te zijn, zo hoort Amerika te zijn, zo hoort Amerikaanse muziek te zijn, opstandig, oneerbiedig, elementair en eerlijk.
Ik houd daarvan, het laat mij naar nieuwe muziek luisteren. Zo maak ik kennis met de prima albums Leftovers van The Bottle Rockets en Roadmaster van de ex-Byrd Gene Clark. Donkers wisselt het af met persoonlijke verhalen, zoals toen hij, als nachtdeejay in Austin, Texas, met enige regelmaat ene George W. Bush aan de lijn had, die toen uiteraard nog bekend moest worden.
Donkers krijgt het zelfs voor elkaar mij te doen overwegen een album aan mijn collectie toe te voegen van Dion and the Belmonts. U kent ze wellicht van hits als Runaround Sue en The Wanderer maar die wilt u echt horen op hun live-album Reunion, Live at Madison Square Garden 1972 met een uitzinnig publiek op de achtergrond.
Donkers geeft een band als The Grateful Dead maar één pagina en verwijst slim naar een ander boek van hem voor meer informatie, maar kenschetst ‘de beroerdste band met de trouwste supportersschare’ nog wel even;
Wanneer je in een Amerikaanse stad een verzameling langharigen met slaapzakken onder de arm zag, in een ordentelijke rij die zich vaak langs vele huizenblokken uitstrekte dan wist je: de Grateful Dead komen eraan.
Vervolgens geeft hij een tip over het beste Buddy Guy album en komt hij met de blueszanger Son House, wiens biografie toevallig ook op mijn wensenlijst staat. Het hoofdstuk over Little Richard mag er ook zijn, hoewel diens ontdekker Bumps Blackwell het eerst niet zag zitten met hem. Immers:
‘If you look like Tarzan and you sound like Mickey Mouse, it just doesn’t work out.’
Dan komt hij met de band Marah, ontdekt door zanger Steve Earle waar ik u later nog mee lastig ga vallen. Prima band ook. Ik heb ook wel eens wat beluisterd van singer-songwriter David Olney, maar Donkers wijst mij in nog geen twee pagina’s op de verhalende kracht en diverse personages in zijn songs en weet mij een hele dag gevangen te houden met diens muziek. Zo’n soort boek is dit dus.
Dat geldt ook voor de band Slobberbone. Die is volledig langs mij heen gegaan en leverden hun laatste album af in 2016, maar hun album Barrel Chested (en de rest ook eigenlijk) hoort in uw luisterbagage. Donkers probeert mij ook enthousiast te krijgen voor Doug Sahm (Mendocino, kent u hem nog?), maar dat vind ik toch net iets te veel ‘The Cats goes USA’. Misschien moet ik hem een tweede kans geven.
Het hoofdstuk over Harry Smith en zijn Anthology of American Folk Music heeft mij ook aardig beziggehouden, zeker omdat de door mij bewonderde zanger Dave van Ronk het als zijn ‘bijbel’ beschouwde;
‘we kenden allemaal elk woord van elk lied uit ons hoofd, inclusief van die waaraan we een hekel hadden.’
Leest u dan door over de tragiek van Joe South, die talloze hits schreef maar zelf vond dat hij zijn vroege werk nooit meer kon overtreffen. Er staat een mooi interview in met hem. Beluister dan ook meteen het album Out of het Valley van John Gorka.
Dat laatste album heeft Donkers opgenomen in zijn persoonlijke top honderd, voor als u nog niet genoeg te luisteren had. Daar staan ook artiesten in als Seigneur Tabu Ley Rochereau, Cuarteto Patria en Guillermo Portabales, maar ook meer gangbare namen als Marvin Gaye, Jackson Browne, Ry Cooder en Ray Charles.
Eigenlijk valt er nog veel meer te vertellen, over mijn enthousiasme voor Greg Trooper, de herontdekking van Bonnie Raitt en de ontmoeting van Donkers met Sid Vicious en Nancy Spungen in hert Chelsea Hotel, een paar weken voor haar tragische dood. Maar tikt u vooral zelf dit boek ergens op de kop en verliest u zichzelf in een dagenlange muzikale ontdekkingsreis. show less
Apr 14, 2026Dutch
De waarde van een boek naar beneden halen door af te geven op de titel ervan is iets te makkelijk, maar laat ons wel wezen: met een titel als De beste Amerikaanse verhalen ligt de oefening voor de hand. Omdat zo’n stelling – ‘Dit zijn de beste Amerikaanse verhalen’ – op een bepaald moment in de tijd geponeerd wordt (in dit geval in 1985, dus veertig jaar geleden), door een bepaald iemand (samensteller Jan Donkers), met bepaalde voorkeuren (er zijn in dit boek bijvoorbeeld géén show more science-fiction- of horrorverhalen te bekennen, terwijl er massa’s Amerikaanse kortverhalen in die genres zijn geschreven), en met een beperkte kennis. In zijn iets meer dan vijf bladzijden lange Inleiding verdedigt Donkers dan wel zijn keuze, maar wat als hij behalve bepaalde voorliefdes ook gewoon hiaten in zijn kennis ter zake heeft of toen had? Je kan bijvoorbeeld wel iets zeggen voor Donkers’ keuze om in het boek alleen schrijvers ‘bijeen te brengen’ “die na de Eerste Wereldoorlog debuteerden”, maar – hij geeft zelf toe dat dat voor een deel een willekeurige keuze is – heeft hij dat niet (ook) gedaan omdat het hem aan kennis van de daaraan voorafgaande periode ontbrak? Mark Twain, bijvoorbeeld, overleed al voor de Eerste Wereldoorlog, maar schreef een pak kortverhalen. Idem voor Henry James (overleden in 1916). Idem voor Ambrose Bierce (in 1913 of 1914 overleden, waarschijnlijk in Mexico). Idem voor Mary Wilkins Freeman (overleden in 1930). Ik kan zo nog wel een tijdje doorgaan, maar doe dat niet, omdat het louter en alleen mijn bedoeling was aan te tonen dat de keuze van Donkers sowieso arbitrair is geweest, zelfs al heeft hij ook nog een poging ondernomen ‘voldoende’ vrouwelijke schrijvers te selecteren, de geselecteerde verhalen “enigszins evenwichtig te spreiden over het tijdvak 1920 – nu”, verhalen die hij zelf beschouwt als “hoogtepunten (…) in de Amerikaanse literatuur van de afgelopen decennia” naast verhalen te plaatsen van “schrijvers, wier reputatie voor een groot deel op verhalenproduktie berust” maar waarvan hij niet meteen wist wat te kiezen, en auteurs die niet gespecialiseerd zijn in het genre bij “minder bekende en dikwijls jongere auteurs, van wie sommigen het genre de laatste tijd opmerkelijke impulsen hebben gegeven”. Sommige van die keuzes kunnen uiteraard de doorsnee van die verhalen beter maken, maar of deze bundel met exemplaren van de hand van – en ik houd het, zoals de auteur, even alfabetisch – Ann Beattie, Saul Bellow, Truman Capote, Raymond Carver, John Cheever, William Faulkner, Mark Helprin, Ernest Hemingway, Shirley Jackson, Mary McCarthy, Flannery O’Connor, Jayne Anne Phillips, Katherine Ann Porter, Philip Roth, Delmore Schwartz, Susan Sontag, F. Scott Fitzgerald, Irwin Shaw, Peter Taylor, Paul Theroux, John Updike (van hem staan er zelfs twee verhalen in), Gore Vidal, Eudora Welty, en Joy Williams daarmee werkelijk – veertig jaar geleden – als De beste Amerikaanse verhalen verdiende betiteld te worden, waag ik in twijfel te trekken.
Maar dat kan ook aan mijn smaak liggen. Donkers schijnt nogal een voorkeur aan de dag gelegd te hebben voor miserieverhalen – kapotte huwelijken, te laat uit de kast gekomen homo’s, oplichters, slachtoffers van allerlei soort en kunne -, een genre waar in eigen land ook bijvoorbeeld De Clauwaert sterk in was, een genre waar ik weinig mee heb. Van Cyriel Buysse https://bjornroosebespreekt.blogspot.com/search/label/Cyriel%20Buysse, bijvoorbeeld, kan ik dat door de band genomen hebben, omdat zijn personages, doordat ze over meer bladzijden beschikken om dat te doen, nog een kans maken er enigszins bovenop te komen, maar in de kortverhalen die Donkers geselecteerd heeft gaat het vanaf lagerwal alleen maar verder bergaf. Zinloos, zoals in Bellows De manuscripten van Gonzaga, en soms ook plotloos, zoals in Beattie’s De Assepoesterwals, een verhaal dat overigens, zoals alle andere, in schuine letters wordt ingeleid door Donkers met een zeer korte bio- en bibliografie van de auteur. Kinderen op hun verjaardag van Truman Capote is trouwens ook zo’n miserieverhaal, maar dat zit clever genoeg in mekaar opdat je na twintig bladzijden vergeten zou zijn hoe het begon, waarna je met de laatste zin weer aan het begin terechtkomt.
We moeten eens praten van Raymond Carver (scheiding, doodslag) sla ik over, De echtgenoot uit de provincie van John Cheever (scheiding op komst) eveneens, Een roos voor Emily van William Faulkner dito (wegens een clou die je van uren ver ziet aankomen en waarnaar je geenszins met spanning zit uit te kijken): pas met De parelduikers van Mark Helprin (en dan zit je al over een derde van het boek) vond ik in deze bundel eindelijk een verhaal waarvan ik het spijtig had gevonden als ik het niet had gelezen. Ook hier moet enige miserie er zijn (uiteraard), maar de bovennatuurlijke sfeer waarvan het verhaal doordrenkt is, de poëzie ervan, maken het tot een uitschieter: “We werden toevertrouwd aan de zorgen van een ontzaglijk dikke conducteur van een groene stoomtrein die de Ster van het Noorden heette en die er niet voor terugtrok [sic] om lang nadat het duister ingevallen was de zwarte vrieskou in te stormen en voort te snellen over met sneeuw bedekte velden en bruggen, aan de voet waarvan moordzuchtig ijs knelde en sneed. We wisten dat buiten de ramen een man zonder jas vuur moest vinden of anders dood zou gaan. We voelden ook dat de warmte in de trein en de heldere lampen niet vanzelfsprekend waren, maar veel weghadden van het balanceren van een zwaard op de vingertop van een jongleur – een moeizaam bereikt evenwicht, dat door één overmoedige inschatting, één onachtzame beweging, één zwakke plek in het staal verstoord kon worden, zodat we in het verdovend koude water van een van de vele rivieren zouden storten die de conducteur zo vaak was overgestoken dat het hem niets meer deed. We waren voor een heleboel dingen bang – vooral dat onze ouders niet meer bij elkaar zouden komen en dat we nooit meer terug naar huis zouden gaan.” Ik vermoed dat er van de auteur, zoals halverwege de jaren tachtig, nog steeds weinig gepubliceerd is in het Nederlandse taalgebied, maar als ik nog eens wat van hem tegenkom, neem ik dat (mits niet te prijzig) graag mee. Een voornemen dat ik met betrekking tot Hemingway niet meer hoef te maken (ik neem sowieso al alles van hem mee), maar dat ik na lezing van diens De moordenaars ook niet zou gemaakt hébben. Ja, De moordenaars is duidelijk van Hemingway, maar dat open einde is wel zeer lullig.
Waarna ik met De loterij van Shirley Jackson op wat ik eerder zei moet terugkomen: De loterij is namelijk een horrorverhaal, een goéd exemplaar zelfs, creepy van begin tot einde. Cornelis Buddingh’ nam de vertaling voor zijn rekening (ieder verhaal is door een andere vertaler naar het Nederlands omgezet, al kan het best wezen dat sommige vertalers er meerdere hebben verwerkt, dat heb ik niet gecontroleerd), maar de kans dat u nog werk van Jackson, al dan niet door de in 1985 overleden Buddingh’ vertaald, in de boekhandel zal tegenkomen is klein: ze overleed in 1965.
Bij De ploert van Mary McCarthy, Openbaring van Flannery O’Connor, Souvenir van Jayne Anne Phillips, Een dag werk van Katherine Ann Porter, Een verdediger des geloofs van Philip Roth, Verantwoordelijkheden beginnen in dromen van Delmore Schwartz, en Rapportage van Susan Sontag maakte ik vervolgens geen enkele aantekening, behalve – in dat laatste geval – een in verband met de taalfouten. Ik heb Pelléas et Mélisande https://bjornroosebespreekt.blogspot.com/2025/04/pelleas-en-melisande-maurice.ht... van Maurice Maeterlinck dan wel niet in het Frans gelezen, maar dat Sontag van “Ne me touchez pas! Ne me touchez pas!” “Ne me tochez pas! Ne me tochez pas!” had gemaakt, viel me toch direct op, wat kennelijk niet zo was bij vertaalster Tineke Funhof. ‘Vertalen van het Engels naar het Nederlands’ hadden ze wellicht gezegd, Frans was dus out of scope…
Enfin, Terug naar Babylon van F. Scott Fitzgerald, wiens De grote Gatsby https://bjornroosebespreekt.blogspot.com/2024/05/de-grote-gatsby-f-scott-fitzger... me nochtans zeer bevallen is, had ik net zo goed, al dan niet op vraag van Mélisande, niet kunnen aanraken, wat ook geldt voor De meisjes in hun zomerjurken (het verhaal dan toch) van Irwin Shaw (al vond Donkers dat “een klein juweel in het genre”), en De zoon van de kapitein van Peter Taylor (“behalve hoogleraar in de Engelse taal, een traditioneel werkend schrijver”) al evenmin. Maar voor Woorden zijn daden van Paul Theroux (van wie ik in 2023 De grote spoorwegcarrousel https://bjornroosebespreekt.blogspot.com/2023/04/de-grote-spoorwegcarrousel-paul... besprak) maak ik graag een positieve uitzondering: het verhaal is maar een goeie zeven bladzijden dik, maar je vliegt meteen in de actie en je krijgt er ook nog een komisch einde boven op, wat – uiteraard, zou ik durven poneren - niet kan gezegd worden van Uit elkaar gaan en het daaropvolgende Daar komen de Maples van John Updike. Wat dan weer iets is wat je als lezer niet meer zo erg vindt omdat je dan langzamerhand wel het einde van het boek nadert. De Zenner-beker van Gore Vidal heeft wel ‘iets’, maar ook niet voldoende om er een interessant kortverhaal van te maken; van Een liefdadigheidsbezoek van Eudora Welty zou ik hetzelfde zeggen; van De treinreis van Joy Williams heb ik voornamelijk onthouden dat het zo fragmentarisch is als het landschap dat je van in het middenpad aan de vensters van een trein ziet voorbijschieten.
Samengevat: ik zou uit dit boek alleen maar De parelduikers (Mark Helprin), De loterij (Shirley Jackson, en Woorden zijn daden (Paul Theroux) overhouden. Niet bijzonder veel van de bijna vierhonderdvijftig bladzijden dus.
Björn Roose show less
Maar dat kan ook aan mijn smaak liggen. Donkers schijnt nogal een voorkeur aan de dag gelegd te hebben voor miserieverhalen – kapotte huwelijken, te laat uit de kast gekomen homo’s, oplichters, slachtoffers van allerlei soort en kunne -, een genre waar in eigen land ook bijvoorbeeld De Clauwaert sterk in was, een genre waar ik weinig mee heb. Van Cyriel Buysse https://bjornroosebespreekt.blogspot.com/search/label/Cyriel%20Buysse, bijvoorbeeld, kan ik dat door de band genomen hebben, omdat zijn personages, doordat ze over meer bladzijden beschikken om dat te doen, nog een kans maken er enigszins bovenop te komen, maar in de kortverhalen die Donkers geselecteerd heeft gaat het vanaf lagerwal alleen maar verder bergaf. Zinloos, zoals in Bellows De manuscripten van Gonzaga, en soms ook plotloos, zoals in Beattie’s De Assepoesterwals, een verhaal dat overigens, zoals alle andere, in schuine letters wordt ingeleid door Donkers met een zeer korte bio- en bibliografie van de auteur. Kinderen op hun verjaardag van Truman Capote is trouwens ook zo’n miserieverhaal, maar dat zit clever genoeg in mekaar opdat je na twintig bladzijden vergeten zou zijn hoe het begon, waarna je met de laatste zin weer aan het begin terechtkomt.
We moeten eens praten van Raymond Carver (scheiding, doodslag) sla ik over, De echtgenoot uit de provincie van John Cheever (scheiding op komst) eveneens, Een roos voor Emily van William Faulkner dito (wegens een clou die je van uren ver ziet aankomen en waarnaar je geenszins met spanning zit uit te kijken): pas met De parelduikers van Mark Helprin (en dan zit je al over een derde van het boek) vond ik in deze bundel eindelijk een verhaal waarvan ik het spijtig had gevonden als ik het niet had gelezen. Ook hier moet enige miserie er zijn (uiteraard), maar de bovennatuurlijke sfeer waarvan het verhaal doordrenkt is, de poëzie ervan, maken het tot een uitschieter: “We werden toevertrouwd aan de zorgen van een ontzaglijk dikke conducteur van een groene stoomtrein die de Ster van het Noorden heette en die er niet voor terugtrok [sic] om lang nadat het duister ingevallen was de zwarte vrieskou in te stormen en voort te snellen over met sneeuw bedekte velden en bruggen, aan de voet waarvan moordzuchtig ijs knelde en sneed. We wisten dat buiten de ramen een man zonder jas vuur moest vinden of anders dood zou gaan. We voelden ook dat de warmte in de trein en de heldere lampen niet vanzelfsprekend waren, maar veel weghadden van het balanceren van een zwaard op de vingertop van een jongleur – een moeizaam bereikt evenwicht, dat door één overmoedige inschatting, één onachtzame beweging, één zwakke plek in het staal verstoord kon worden, zodat we in het verdovend koude water van een van de vele rivieren zouden storten die de conducteur zo vaak was overgestoken dat het hem niets meer deed. We waren voor een heleboel dingen bang – vooral dat onze ouders niet meer bij elkaar zouden komen en dat we nooit meer terug naar huis zouden gaan.” Ik vermoed dat er van de auteur, zoals halverwege de jaren tachtig, nog steeds weinig gepubliceerd is in het Nederlandse taalgebied, maar als ik nog eens wat van hem tegenkom, neem ik dat (mits niet te prijzig) graag mee. Een voornemen dat ik met betrekking tot Hemingway niet meer hoef te maken (ik neem sowieso al alles van hem mee), maar dat ik na lezing van diens De moordenaars ook niet zou gemaakt hébben. Ja, De moordenaars is duidelijk van Hemingway, maar dat open einde is wel zeer lullig.
Waarna ik met De loterij van Shirley Jackson op wat ik eerder zei moet terugkomen: De loterij is namelijk een horrorverhaal, een goéd exemplaar zelfs, creepy van begin tot einde. Cornelis Buddingh’ nam de vertaling voor zijn rekening (ieder verhaal is door een andere vertaler naar het Nederlands omgezet, al kan het best wezen dat sommige vertalers er meerdere hebben verwerkt, dat heb ik niet gecontroleerd), maar de kans dat u nog werk van Jackson, al dan niet door de in 1985 overleden Buddingh’ vertaald, in de boekhandel zal tegenkomen is klein: ze overleed in 1965.
Bij De ploert van Mary McCarthy, Openbaring van Flannery O’Connor, Souvenir van Jayne Anne Phillips, Een dag werk van Katherine Ann Porter, Een verdediger des geloofs van Philip Roth, Verantwoordelijkheden beginnen in dromen van Delmore Schwartz, en Rapportage van Susan Sontag maakte ik vervolgens geen enkele aantekening, behalve – in dat laatste geval – een in verband met de taalfouten. Ik heb Pelléas et Mélisande https://bjornroosebespreekt.blogspot.com/2025/04/pelleas-en-melisande-maurice.ht... van Maurice Maeterlinck dan wel niet in het Frans gelezen, maar dat Sontag van “Ne me touchez pas! Ne me touchez pas!” “Ne me tochez pas! Ne me tochez pas!” had gemaakt, viel me toch direct op, wat kennelijk niet zo was bij vertaalster Tineke Funhof. ‘Vertalen van het Engels naar het Nederlands’ hadden ze wellicht gezegd, Frans was dus out of scope…
Enfin, Terug naar Babylon van F. Scott Fitzgerald, wiens De grote Gatsby https://bjornroosebespreekt.blogspot.com/2024/05/de-grote-gatsby-f-scott-fitzger... me nochtans zeer bevallen is, had ik net zo goed, al dan niet op vraag van Mélisande, niet kunnen aanraken, wat ook geldt voor De meisjes in hun zomerjurken (het verhaal dan toch) van Irwin Shaw (al vond Donkers dat “een klein juweel in het genre”), en De zoon van de kapitein van Peter Taylor (“behalve hoogleraar in de Engelse taal, een traditioneel werkend schrijver”) al evenmin. Maar voor Woorden zijn daden van Paul Theroux (van wie ik in 2023 De grote spoorwegcarrousel https://bjornroosebespreekt.blogspot.com/2023/04/de-grote-spoorwegcarrousel-paul... besprak) maak ik graag een positieve uitzondering: het verhaal is maar een goeie zeven bladzijden dik, maar je vliegt meteen in de actie en je krijgt er ook nog een komisch einde boven op, wat – uiteraard, zou ik durven poneren - niet kan gezegd worden van Uit elkaar gaan en het daaropvolgende Daar komen de Maples van John Updike. Wat dan weer iets is wat je als lezer niet meer zo erg vindt omdat je dan langzamerhand wel het einde van het boek nadert. De Zenner-beker van Gore Vidal heeft wel ‘iets’, maar ook niet voldoende om er een interessant kortverhaal van te maken; van Een liefdadigheidsbezoek van Eudora Welty zou ik hetzelfde zeggen; van De treinreis van Joy Williams heb ik voornamelijk onthouden dat het zo fragmentarisch is als het landschap dat je van in het middenpad aan de vensters van een trein ziet voorbijschieten.
Samengevat: ik zou uit dit boek alleen maar De parelduikers (Mark Helprin), De loterij (Shirley Jackson, en Woorden zijn daden (Paul Theroux) overhouden. Niet bijzonder veel van de bijna vierhonderdvijftig bladzijden dus.
Björn Roose show less
Jul 4, 2025Dutch
Beste boek over Amsterdam-Noord en zijn geschiedenis.Sociologische inslag.Prachtige foto's van Kors van Bennekom uit de jaren '50-'60 bijgevoegd
Awards
You May Also Like
Associated Authors
Statistics
- Works
- 22
- Also by
- 12
- Members
- 104
- Popularity
- #184,480
- Rating
- 3.9
- Reviews
- 4
- ISBNs
- 25
- Languages
- 1





