Picture of author.

Arjen Fortuin

Author of Geert van Oorschot, uitgever

10 Works 80 Members 5 Reviews

About the Author

Includes the name: Arjen Fortuin

Works by Arjen Fortuin

Tagged

Common Knowledge

Birthdate
1971
Gender
male
Nationality
Netherlands
Birthplace
Amsterdam, Noord-Holland, Nederland
Associated Place (for map)
Netherlands

Members

Reviews

8 reviews
Met mijn interesse voor het Nederlands literatuurlandschap kon ik niet om Geert van Oorschot, uitgever van Arjen Fortuin heen. Met ruim 600 pagina’s is dit een biografie die mij veel heeft bijgebracht over het literaire klimaat in Nederland uit de vorige eeuw.

Het vak leerde hij bij Uitgeverij Stols en bij Uitgeverij Querido. Na de oorlog vestigde hij zich als zelfstandig uitgever in Amsterdam, inmiddels met zijn tweede vrouw Hillie Munneke. Eigenlijk begint daar het grote uitgeversavontuur show more en blijkt waar de grote kracht van Van Oorschot in zit. Hij zorgt allereerst voor een goede catalogus met auteurs als Multatuli, Du Perron en Couperus. Hij wordt wel de uitgever van de dode schrijvers genoemd. Dat deert hem niet, ook nieuwe talenten als Hermans en Van het Reve gaan met hem in zee.

Vervolgens zorgt hij voor herkenbaarheid, door de vormgever Helmut Salden aan te trekken. Een nukkige, compromisloze Duitser maar een vakman, onder meer verantwoordelijk voor het vignet dat nog altijd de boeken van Van Oorschot siert.

Verder was Van Oorschot niet bang voor grote projecten. De complete Multatuli, de Russische Bibliotheek, de complete Belle van Zuijlen, er waren astronomische investeringen voor nodig maar Van Oorschot praatte en sleurde onvermoeibaar, net zolang tot hij het voor elkaar had. Het boek maakt zeer duidelijk dat hij heel nauw naar de kosten keek; erven liet hij van royalty’s afzien, kosten werden links en rechts ingehouden op honoraria van schrijvers en vertalers en als er werd geklaagd dan kon hij een waar rookgordijn van cijfers optrekken ter verantwoording.

Dat was dan ook zijn valkuil. Een enorm temperament en enorme gedrevenheid waardoor hij mensen aantrok en afstootte. Hermans, Van het Reve, Salden en een hele berg anderen, hij ging er mee in zee en kreeg er de grootste ruzie mee. Anderen konden beter met hem omgaan, zoals de weduwe van Menno ter Braak, van wie hij ook het complete werk uitgaf;

‘Natuurlijk is van O. een gek en een barbaar en een fantast en een bezetene en wat je maar wilt. Maar zonder die eigenschappen had hij nooit deze uitgeverij gehad en was ook het Verzameld werk van Ter Braak nooit verschenen. Het kan best zijn dat hij mensen heeft bedonderd en dan was hij slimmer dan die mensen. Ik heb zelf enorme ruzies met hem uitgevochten en een grote bek gezet tegenover de zijne.’

Van Oorschot dendert door. Met zijn blad Tirade bijvoorbeeld. Hij had al eerder bladen uitgegeven en talloze redacties versleten, maar Tirade zou hem overleven. Een blad vond hij nodig om aan het maatschappelijk debat deel te nemen. Waar Van Oorschot altijd dichter wilde worden, brak hij door als schrijver met zijn boek Twee vorstinnen en een vorst, onder het pseudoniem R.J. Peskens. Daar hield het succes als schrijver ook wel op;

‘R.J. Peskens is reeds geruime tijd aan het nadenken of de boeken welke hij in portefeuille heeft wel goed genoeg zijn voor publicatie,’ schreef hij eind 1978 aan criticus Wam de Moor. En het was niet goed genoeg. Achteraf beschouwd was R.J. Peskens bij het verschijnen van zijn debuut al uitgeschreven.

Privé kreeg van Oorschot een dreun te verwerken met de zelfmoord van zijn zoon Guido. Er kwam druk te staan op zijn huwelijk met Hillie maar ze bleven bij elkaar tot haar dood in 1979. Een andere constante in zijn leven was zijn goede vriendin, schrijfster, dichteres en psychiater Vasalis met wie hij in contact bleef tot aan zijn dood in 1987.

Ik vond het een prachtig boek om te lezen. Ik heb de liefde voor poëzie van Van Oorschot nog niet genoemd maar die komt uitgebreid aan bod en deed mij een aantal bundels bestellen, onder meer van Jan van Nijlen, Christiaan J. van Geel, Richard Minne en Jan Emmens. Zijn omgang met de literaire grootheden zoals wij ze kennen is fascinerend. De clashes met Hermans en Van het Reve, het afserveren van Biesheuvel, een A.F. Th. van der Heijden die met het zweet in zijn handjes Van Oorschot niet durft aan te spreken (hoewel hij voor een kop koffie was uitgenodigd) en ga maar door. Een eigenzinnig man die uiteindelijk een pracht van een bedrijf heeft nagelaten.
show less
Gerrit Kouwenaar was ik al tegengekomen in boeken over Remco Campert en Lucebert, zijn medestrijders in De Vijftigers, de literaire stroming die vond dat het allemaal anders moest.

men moet (jawel, geen hoofdletters) van Arjen Fortuin is de biografie van gerrit kouwenaar (jawel, weer geen hoofdletters) die wellicht niet de definitieve biografie is van deze dichter. Ook Kouwenaar’s vriend Wiel Kusters is net met een biografie over Kouwenaar gekomen met de titel Morgen wordt het voor iedereen show more maandag. Het is zelfs het eerste deel dus wie weet wat er nog komt.

Ik koos echter voor de biografie van Fortuin omdat ik diens eerdere biografie over Geert van Oorschot goed geschreven vond en dat geldt ook voor dit boek. Het telt ruim 500 pagina’s en het leven van Kouwenaar wordt chronologisch gevolgd. Vaak opent Fortuin een hoofdstuk met het leven van een bepalende persoon in Kouwenaar’s leven, wat verschillende perspectieven oplevert. Het leest allemaal erg prettig door.

Taal was er al vroeg in het gezin Kouwenaar. Gerrit groeide op met een oudere zus en broer en het hele gezin was dol op nonsensrijmpjes. Woorden waren immers gratis speelgoed, dat altijd ter beschikking stond van gezinsleden die zich wilden amuseren. Een gezonde instelling, lijkt mij.

Kouwenaar gaat dan ook schrijven en maakt al vroeg zijn prozadebuut. De oorlog gooit roet in het eten en hij wordt vanwege betrokkenheid bij illegale tijdschriften opgepakt en zit een half jaar vast. Het zou een grote invloed op hem hebben.

Na de oorlog onmoet hij Lucebert en herkent onmiddelijk een geestverwant. De beide dichters vullen elkaar aan en zoeken aansluiting met een andere experimentele groep, de Cobragroep van onder meer Karel Appel en Corneille. Toch komt het succes niet aanwaaien. Het werk van Lucebert en Kouwenaar wordt bekritiseerd door onder meer Willem Frederik Hermans. Ook Godfried Bomans en uitgever A.A.M. Stols zijn kritisch en betogen dat de zogenaamde ‘vernieuwing’ niet tot hen doordringt.

Toch komen er langzamerhand publicaties. Van Remco Campert, Simon Vinkenoog, Paul Rodenko, Hans Andreus, Jan Hanlo, Gerrit Kouwenaar en vooral van Lucebert;

Op de bagagedrager van het wonderlijke genie Lucebert reden de andere jongelingen de literaire wereld in.

Gedichten schrijven is geen vetpot en Kouwenaar had wat succes met drie romans. Om den brode ging hij ook vertaalwerk doen en daar zou hij zelfs prijzen voor krijgen. Hij bleef het lange tijd doen. Toch beschouwt hij zichzelf primair als dichter en hij wil zich losmaken van De Vijftigers. Zijn gedichten worden nog niet omarmd door het grote publiek en zelfs critici als Kees Fens, die zijn werk waarderen schrijven;

‘De poëzie uit de jongste dichtbundel van Gerrit Kouwenaar…is moeilijk toegankelijk. Na lezing en herhaaldelijke lezing blijft er voor de lezer veel gesloten. Nu is dat niet zo bezwaarlijk: er zijn verzen die pas na jaren hun laatste woord spreken en sommige doen het nooit.’

Er staan talloze voorbeelden in het boek en op het eerste gezicht lijkt het lastige poëzie, maar Fortuin weet prima uit te leggen hoe Kouwenaar te werk gaat en hoe die werkwijze verandert. Waar Kouwenaar eerst veel gedichten schreef en er een paar goede uitkoos, zou hij later minder gedichten schrijven waar hij eindeloos aan kon peuteren om een woord goed te krijgen. En dat zijn werk lastig te begrijpen is? Hij zegt er zelf over;

‘dat wat niet in drie minuten was gemaakt, ook niet in drie minuten begrepen kan worden.’

De successen zouden komen en de prijzen ook. Kouwenaar was nooit erg openhartig over zijn privéleven maar ook dat komt ruimschoots aan bod. Zijn relaties, zijn zoon Marnix en diens verslavingsproblematiek, zijn vriendschappen met Lucebert, Remco Campert, Hans Faverey, Anna Enquist, Wiel Kusters en al die anderen die zich in het literaire landschap bewegen. Het gaat over zijn huis in Frankrijk dat hij met zijn vrouw Paula betrok en de beroemde ‘witte kamer’ waarin hij werkte en waarover hij dichtte. Die witte kamer zou onlosmakelijk verbonden worden aan de nagedachtenis van zijn vrouw Paula.

Want Kouwenaar zou haar en vele vrienden overleven. Hij werd 91 jaar en overleed in 2014, waar Remco Campert zou overblijven als laatste van De Vijftigers. Hij overleed in 2022, 92 jaar oud.

De biografie heeft mij veel bijgebracht over de dichter Kouwenaar en de mens Kouwenaar. De mens was niet altijd even makkelijk. Niet als vader en niet voor zijn vrienden. Hij kon tijden niets van zich laten horen als vrienden hem nodig hadden. Hij verontschuldigde zich dan wel. Het was ook geen desinteresse, het was schroom en onhandigheid. Fortuin;

Maar naast die mopperaar bestond de sociale Kouwenaar, de eter en drinker die tot diep in de nacht het hoogste woord kon hebben, die met Paula in Frankrijk elk zomerweekend wel andere vrienden te logeren had. De man die zich verlustigde in ‘een grapje dat mag’, in running gags en woordspelingen die buiten de literaire conventies vielen – een man die speels kon zijn.

En een man die een bijzonder oeuvre heeft nagelaten dat ik door dit boek al deels heb leren kennen, maar waar ik mij nog meer in ga verdiepen.
show less
Arjen Fortuin heeft het naar het einde toe wat moeilijk om de chronologie vast te houden, – eind jaren ’70, begin jaren ’80 springen de jaren verschillende keren op en over elkaar heen. (Eenmaal staat er 1987, waar er 1978 had moeten staan – in het hoofdstuk over Hillie.) Maar een kniesoor die daar een recensie mee opent, want deze biografie is zonder twijfel hét boek van 2015.

Een eerbetoon, een monument – maar, anders dan de boeken die hier in Vlaanderen aan Angèle Manteau zijn show more gewijd, – geen hagiografie. Ook bij Fortuin is Van Oorschot de man die zijn schrijvers horendol dreef, de man die niet zelden het kostenplaatje van een publicatie overdreef, de man die conflicten op de spits dreef (maar in de rechtbank wel het gelijk aan zijn kant kreeg). Een man die je 100 boeken door de maag splitst, wanneer je er maar 25 wenst te kopen. Een man die midden in de nacht aan je deur staat met een fles jenever, maar je vriendschap in vraag stelt, en ‘verraad’ schreeuwt, wanneer je een gedicht in een ander tijdschrift dan Tirade laat plaatsen. Een man die je ganse oeuvre verramsjt als je hem tegen de haren inwrijft. Een man die aandacht heeft voor de vormgeving van zijn boeken, maar bespaart op de kosten van de vormgever. Een man, zo ijdel. Een man, zo theatraal. Een man van woeste gebaren, achterdocht, die het soms moe is om uitgever te zijn, die veel liever een schrijver was geweest …

Al die ooit een boek van Van Oorschot las, moet ook dit boek lezen!
show less
De Vlissinger Geert van Oorschot staat bekend als één van de succesvolste naoorlogse literaire uitgevers van Nederland. In zijn laatste deel van zijn leven was hij ook een succesvol romanschrijver onder het pseudoniem R.J. Peskens.

Hij vernieuwde het boekenvak met dundruk uitgaven zoals tot dat moment alleen in Duitsland gebruikelijk was. Hij richtte voor risicovolle projecten aparte BV’s op met aandeelhouders en directies. Hij zocht private investeerders en langlopende subsidietrajecten. show more Hij was ook zuinig en joeg menig auteur en vertaler tegen zich in het harnas.

Geert van Oorschot (1909 – 1987) was deze man die direct na de Tweede Wereldoorlog zijn uitgeverij startte en daar tot aan zijn dood bij betrokken bleef. Arjen Fortuin is de auteur van de diepgaande biografie Geert van Oorschot, uitgever over deze authentieke persoonlijkheid. Hij was de ontdekker van auteurs als W.F. Hermans, Voskuil en Gerard Reve, dichters als Jan Hanlo en Vasalis en vele vertalers kregen via hem grote en langlopende opdrachten.

Zijn grootste bedrijfsavontuur was de uitgave van het, initieel, 37-delige Russische Bibliotheek. Deze reeks was de kroon op eerdere langere reeksen van onder andere Louis Couperus, Multatuli, E. du Perron en Menno ter Braak. Met de Russische Bibliotheek kwamen de grote auteurs als Tolstoj, Tjeschow en Dostojevski integraal beschikbaar. Maar ook de dan nog in Nederland minder bekende Boelgakov, Boenin, Majakovski en Marina Tsvetajeva. Het project startte in 1953 en werd in 1982 afgerond. Vele vertalers als Charles Timmer, Karel van het Reve, Tom Eekman en Marko Fondse startten hun vertaalcarrière in deze werken.

Op zijn plaats is hier de rol van Helmut Salden te noemen. Hij was de vormgever die decennia lang zijn ‘handtekening’ zette op de fraaie uitgaven van het fonds. Boeken zonder vormgever. Ze bestaan gewoon niet. De omslag, de bladspiegel, het letterfont. Ze maken een boek.

Van Oorschot was geen makkelijke uitgever. Zijn literaire tijdschrift Tirade was de plek waar menig gevierd naoorlogs auteur debuteerde en hoopten om in het Van Oorschot fonds hun eerste roman of dichtbundel te publiceren. Gerard Reve, W.F. Hermans, Voskuil, Jeroen Brouwers debuteerden allen bij Van Oorschot. Maar gingen al heel snel weg om bij uitgevers als Querido en De Bezige Bij hun grote successen te vieren. Van Oorschot kwam met auteurs als Hermans en Reve tot rechtszaken over achterstallige betalingen en rechten.

Geert van Oorschot kende naast uitgeefsuccessen, veel persoonlijke tragedies. De grootste klappen waren de zelfmoord van zoon Guido op 19-jarige leeftijd en het overlijden van zijn tweede vrouw Hillie. Van Oorschot trok zich terug en gaf zich veelvuldig over aan alcoholgebruik.

Van Oorschot overleed in 1987 aan de gevolgen van leverkanker. Hij had de uitgeverij inmiddels overgedragen aan zijn zoon Wouter van Oorschot en Gemma Nefkens. In 2015, bij het 70-jarige bestaan van de uitgeverij, verkocht Wouter van Oorschot de uitgeverij aan Boekhandel Atheneum en een vijftal investeerders.

De uitgeverij (www.vanoorschot.nl) is nog steeds springlevend. Nieuwe debutanten, frisse poëzie, hervertaling van de Homerus Odysseia door Imme Dros. Onlangs verscheen een nieuw deel in de immer uitdijende Russische Bibliotheek, ruim vijftig delen, Dokter Zjivago van Boris Pasternak in een nieuwe vertaling van Aai Prins.

Met de publicatie van Geert van Oorschot, uitgever krijgt de markante man een verdiend ‘standbeeld’.

https://www.managementboek.nl/boekblog/actueel/4916/geert_van_oorschot_vernieuwe...
show less

Statistics

Works
10
Members
80
Popularity
#224,853
Rating
½ 3.5
Reviews
5
ISBNs
11

Charts & Graphs