
Inger Leemans
Author of Worm en donder : geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1700-1800 : de Republiek
About the Author
Works by Inger Leemans
Worm en donder : geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1700-1800 : de Republiek (2013) 22 copies, 1 review
Associated Works
Boekenwijsheid drie eeuwen kennis en cultuur in 30 bijzondere boeken : opstellen bij de voltooiing van de Short-Title Catalogue, Netherlands (2009) — Contributor — 11 copies, 1 review
Tagged
Common Knowledge
- Legal name
- Leemans, Inger Barbara
- Other names
- Leemans, Inger
- Birthdate
- 1971
- Gender
- female
- Nationality
- Nederland
Members
Reviews
Worm en donder is deel vijf van de Geschiedenis van de Nederlandse literatuur. Het is geschreven door Inger Leemans en Gert-Jan Johannes en behandelt de periode 1700 – 1800 en dan met name de literatuurgeschiedenis in De Republiek. Een volgend en dunner deel gaat over dezelfde periode, maar dan over de literatuurgeschiedenis in De Zuidelijke Nederlanden.
Net als het vorige deel is dit ook een lijvig werk van 723 pagina’s en wee degene die het integraal wenst te lezen. De auteurs show more waarschuwen alvast;
Dat onze benadering meer thematisch dan chronologisch is, heeft tot gevolg dat het boek niet één doorlopend verhaal bevat en ook niet is onderverdeeld in afgebakende perioden…We pakken de tijdslijn telkens opnieuw op onder verschillende thema’s. Wie het boek in zijn geheel zou lezen, kan daardoor soms stukjes informatie meerdere malen tegenkomen onder verschillende noemers. We gaan ervan uit dat dit voor maar weinig lezers zal gelden.
Dan kennen zij mij nog niet. Ik vind die thematische aanpak dus prima en die herhaling werkt juist verrassend goed, er blijft zo best veel hangen, dus last had ik er niet van.
De thema’s aan de hand waarvan de auteurs ons door het 18e-eeuwse literaire landschap leiden zijn de natuur, de religie, reizen en de maakbaarheid van de mens en samenleving. Eerst wordt echter uitgebreid stilgestaan bij de vraag wat men onder literatuur verstaat in die tijd en hoe het letterkundig bedrijf eruit zag. Boekenmarkten, broodschrijvers, rijmwevers, tijdschriften, uitgevers en letterkundige genootschappen vormen maar een deel van het kader waarbinnen de literatuur zich beweegt.
Die theorie is mooi, maar waarom ik deze boeken lees zijn de voorbeelden uit het verleden en dan met name de rebellen die eruit springen. Zo ben ik terstond fan van de ontregelende schrijver Willem van Swaanenburg (1679-1728). Toen hij naar Amsterdam kwam in 1722 had hij er al een loopbaan op zitten als privéleraar en kunstschilder, maar hij kwam als een 18e-eeuwse Johnny van Doorn de boel eens flink opschudden. Zijn verzen zijn donderende orakelspreuken, uitbarstingen van creatief poëtisch geweld en overrompelden het publiek:
Ik stak al ’t ys in brand,
En deed den Zoomer dansen,
Op klompen van robyn,
Langs vacht van elpenbeen
In zijn gedicht Chaös of Swaanenburgs overstulpte digtluim geeft hij nog eens extra gas;
Of Mars in ’t yzer brult, by ‘t blaffen der kartouwen,
Die ruggen van arduin, met schorfte nagels krouwen;
Of dat hy borsten kneet, op dons van armelyn,
En lelybronnen tapt uit tepels van robyn.
Dan zijn de schrijfsels van de dames Betje Wolff en Aagje Deken toch heel andere koek. Toch mogen deze dames niet onderschat worden want ze hadden een zeer kritische blik en schreven hun waarnemingen zeer nauwgezet en soms met onverholen sarcasme op. Hun briefromans zijn nog steeds bekend, waaronder hun magnus opus Sara Burgerhart natuurlijk. Het is een roman over een vrouw die de grenzen van haar vrijheid verkent. Minder bekend en gewaardeerd maar wellicht nog inetressanter is de opvolger De Historie van mejuffrouw Cornelia Wildschut, of de gevolgen der opvoeding. Komt bijna iedereen in Sara Burgerhart nog aardig terecht, in Cornelia Wildschut loopt het uit op een slachting. Ik moet ze echt eens gaan lezen.
De onderwerpen zijn te veel om ze allemaal te benoemen maar duidelijk wordt hoe de Europese en dus ook de Nederlandse roman haar literaire vorm vindt. Aan de hand van de genoemde thema’s worden voorbeelden gegeven, zoals van het geïdealiseerde landleven van de dichter Hubert Korneliszoon Poot (1689-1733). Zijn werk doet denken aan de fysicotheologie, een theologische stroming die door empirisch onderzoek van de natuur nader tot God wil komen. Het wordt uitgebreid behandeld in dit boek want het speelt een grote rol in de literatuur. Poot weet er wel raad mee in zijn gedicht Zomersche avont;
De moede zonnewagen
Staet vrachtloos, d’avontzon
Zinkt in de westerpekelbron.
…
Ook spant de stille Nacht zyn zwarte paerden in.
Wy zien de schemeringen
verdikken, daer we staen.
Interessant is ook het deel dat gaat over reizen, al dan niet imaginair. We komen er geschriften én kritieken tegen over het koloniaal bewind en zelfs over het bloedbad in Batavia in 1740 waarbij talloze Chinezen omkwamen. Hendrik Smeeks (1645-1721) komt in de problemen als men in zijn imaginaire samenleving Krinke Kesmes goddeloosheid en kritiek op de kerk meent te ontwaren. Hij reageert met de vrij autonome literatuuropvatting dat niet hij maar de Zuidlanders in zijn boek verantwoordelijk zijn voor hun uitlatingen. Het helpt hem niet.
Tenslotte wil ik de psalmenberijmingen nog even aanstippen. Pieter Datheen (1531-1588) deed een dappere poging alle psalmen toegankelijk te maken maar kreeg veel opvolgers die ook een poging deden, omdat het werk van Datheen ook veel bekritiseerd werd. Het leidde tot een heuse psalmenoproer, waar Maarten ’t Hart een prachtig boek over schreef (dat ik las voor ik blogde). Het is boeiende materie en dat geldt voor heel veel meer onderwerpen in dit rijke boek. Zo rijk, dat er dus nog ergens een wat dunner deel volgt over de Zuidelijke Nederlanden in dezelfde periode show less
Net als het vorige deel is dit ook een lijvig werk van 723 pagina’s en wee degene die het integraal wenst te lezen. De auteurs show more waarschuwen alvast;
Dat onze benadering meer thematisch dan chronologisch is, heeft tot gevolg dat het boek niet één doorlopend verhaal bevat en ook niet is onderverdeeld in afgebakende perioden…We pakken de tijdslijn telkens opnieuw op onder verschillende thema’s. Wie het boek in zijn geheel zou lezen, kan daardoor soms stukjes informatie meerdere malen tegenkomen onder verschillende noemers. We gaan ervan uit dat dit voor maar weinig lezers zal gelden.
Dan kennen zij mij nog niet. Ik vind die thematische aanpak dus prima en die herhaling werkt juist verrassend goed, er blijft zo best veel hangen, dus last had ik er niet van.
De thema’s aan de hand waarvan de auteurs ons door het 18e-eeuwse literaire landschap leiden zijn de natuur, de religie, reizen en de maakbaarheid van de mens en samenleving. Eerst wordt echter uitgebreid stilgestaan bij de vraag wat men onder literatuur verstaat in die tijd en hoe het letterkundig bedrijf eruit zag. Boekenmarkten, broodschrijvers, rijmwevers, tijdschriften, uitgevers en letterkundige genootschappen vormen maar een deel van het kader waarbinnen de literatuur zich beweegt.
Die theorie is mooi, maar waarom ik deze boeken lees zijn de voorbeelden uit het verleden en dan met name de rebellen die eruit springen. Zo ben ik terstond fan van de ontregelende schrijver Willem van Swaanenburg (1679-1728). Toen hij naar Amsterdam kwam in 1722 had hij er al een loopbaan op zitten als privéleraar en kunstschilder, maar hij kwam als een 18e-eeuwse Johnny van Doorn de boel eens flink opschudden. Zijn verzen zijn donderende orakelspreuken, uitbarstingen van creatief poëtisch geweld en overrompelden het publiek:
Ik stak al ’t ys in brand,
En deed den Zoomer dansen,
Op klompen van robyn,
Langs vacht van elpenbeen
In zijn gedicht Chaös of Swaanenburgs overstulpte digtluim geeft hij nog eens extra gas;
Of Mars in ’t yzer brult, by ‘t blaffen der kartouwen,
Die ruggen van arduin, met schorfte nagels krouwen;
Of dat hy borsten kneet, op dons van armelyn,
En lelybronnen tapt uit tepels van robyn.
Dan zijn de schrijfsels van de dames Betje Wolff en Aagje Deken toch heel andere koek. Toch mogen deze dames niet onderschat worden want ze hadden een zeer kritische blik en schreven hun waarnemingen zeer nauwgezet en soms met onverholen sarcasme op. Hun briefromans zijn nog steeds bekend, waaronder hun magnus opus Sara Burgerhart natuurlijk. Het is een roman over een vrouw die de grenzen van haar vrijheid verkent. Minder bekend en gewaardeerd maar wellicht nog inetressanter is de opvolger De Historie van mejuffrouw Cornelia Wildschut, of de gevolgen der opvoeding. Komt bijna iedereen in Sara Burgerhart nog aardig terecht, in Cornelia Wildschut loopt het uit op een slachting. Ik moet ze echt eens gaan lezen.
De onderwerpen zijn te veel om ze allemaal te benoemen maar duidelijk wordt hoe de Europese en dus ook de Nederlandse roman haar literaire vorm vindt. Aan de hand van de genoemde thema’s worden voorbeelden gegeven, zoals van het geïdealiseerde landleven van de dichter Hubert Korneliszoon Poot (1689-1733). Zijn werk doet denken aan de fysicotheologie, een theologische stroming die door empirisch onderzoek van de natuur nader tot God wil komen. Het wordt uitgebreid behandeld in dit boek want het speelt een grote rol in de literatuur. Poot weet er wel raad mee in zijn gedicht Zomersche avont;
De moede zonnewagen
Staet vrachtloos, d’avontzon
Zinkt in de westerpekelbron.
…
Ook spant de stille Nacht zyn zwarte paerden in.
Wy zien de schemeringen
verdikken, daer we staen.
Interessant is ook het deel dat gaat over reizen, al dan niet imaginair. We komen er geschriften én kritieken tegen over het koloniaal bewind en zelfs over het bloedbad in Batavia in 1740 waarbij talloze Chinezen omkwamen. Hendrik Smeeks (1645-1721) komt in de problemen als men in zijn imaginaire samenleving Krinke Kesmes goddeloosheid en kritiek op de kerk meent te ontwaren. Hij reageert met de vrij autonome literatuuropvatting dat niet hij maar de Zuidlanders in zijn boek verantwoordelijk zijn voor hun uitlatingen. Het helpt hem niet.
Tenslotte wil ik de psalmenberijmingen nog even aanstippen. Pieter Datheen (1531-1588) deed een dappere poging alle psalmen toegankelijk te maken maar kreeg veel opvolgers die ook een poging deden, omdat het werk van Datheen ook veel bekritiseerd werd. Het leidde tot een heuse psalmenoproer, waar Maarten ’t Hart een prachtig boek over schreef (dat ik las voor ik blogde). Het is boeiende materie en dat geldt voor heel veel meer onderwerpen in dit rijke boek. Zo rijk, dat er dus nog ergens een wat dunner deel volgt over de Zuidelijke Nederlanden in dezelfde periode show less
Jul 10, 2024Dutch
You May Also Like
Associated Authors
Statistics
- Works
- 4
- Also by
- 1
- Members
- 34
- Popularity
- #413,652
- Rating
- 3.1
- Reviews
- 1
- ISBNs
- 9
- Languages
- 1
