On This Page
Tags
Recommendations
Member Reviews
Mini-Ulysses set in Amsterdam against the background of the riots on the day of Queen Beatrix's inauguration, 30 April 1980. A lot of play with symbols (especially scissors) and a lot of semi-ironic references to Great Literature: van der Heijden seems to be teasing the literary establishment by arguing that, assuming the Netherlands deserves a great national epic, then the protagonists should be heroin-addicted petty criminals and right-wing taxi drivers, and the great battles should be fought between squatters and riot police. Of course, this is the early eighties, when all literary novels had to be about drug addicts, irrespective of which country they were set in. Conceived as a prologue to vdH's cycle De tandeloze tijd, but works show more pretty well as a self-contained novel too. show less
Ooit las ik dit boek, begin jaren 80, en vervolgens heb ik bijna alle delen van De tandeloze tijd gelezen. Wellicht is dit de start van het herlezen van meerdere boeken uit die serie. Deze proloog was me bijgebleven als tamelijk warrig, maar viel me bij herlezing niet tegen. Ook niet echt mee trouwens, maar het zegt me wel wat meer nu ik weet hoe de serie in elkaar zit.
Als je wat wil lezen van de grote cyclus De Tandeloze Tijd van A.F.Th. van der Heijden, is het wellicht handig om met de proloog te beginnen, De slag om de Blauwbrug. Hierin maken we kennis met de hoofdpersoon Albert Egberts. Ook in de in deze cyclus belangrijke personages Flix Boezaardt en Thjum Schwantje komen al voorbij (samen vormen de eerste letters van de voornamen de initialen van de schrijver).
Het is een boekje van 121 pagina’s en we bevinden ons in Amsterdam op 30 april 1980. Het is de verjaardag van Albert, het is Koninginnedag én de dag van de abdicatie van Juliana. In de vroege morgen zwerft de verslaafde Albert nog over straat met een pijnlijke schouder. Hij is gebeten door een hond die hij aantrof op de achterbank van show more een auto toen hij daar inbrak om zijn verslaving te kunnen bekostigen. Daarvoor gebruikt hij een schaar en dan valt meteen op dat Van der Heijden nogal eens wat zijpaadjes bewandelt. Geen idee of dit model staat voor zijn schrijfstijl, dit is het eerste boek dat ik lees van hem. Maar die schaar dus. Dat is voor Albert een stuk gereedschap maar de auteur gaat er mee aan de haal;
De scharen uit Napels zijn ouwe, gammele krengen vol steenhard aangekoekt vuil, waar nog de kiemen van de cholera-epidemie van 1884 als microscopische fossielen in vastgeroest zitten (En, wie weet, zelfs die van de epidemie van 1836 – zo oud zijn ze.)
Ik heb het even voor u opgezocht, er waren inderdaad cholera-epidemieën in genoemde jaren. Albert’s gedachten schieten alle kanten op en er zijn flashbacks naar het verleden. Hij wacht in de vroege morgen op een taxi en laat zich uiteindelijk naar een ziekenhuis brengen waar een oude vriendin van hem, Susan (Sux) Cox, uit de nachtdienst komt. De woordgrappen zijn voor rekening van de auteur, dat begrijpt u.
Het is geen vrolijke ontmoeting, want Albert eindigt het gesprek met een mep die hij Sux verkoopt, vanwege een rekenfout met schrikkeljaren die zij ooit heeft gemaakt. Ik vond het een wat aparte wending in het verhaal.
Zoals wellicht bekend verliep genoemde Koninginnedag niet bepaald rustig en Albert hoort ook rumoer als hij weer op straat loopt. Hij gaat kijken en belandt in een demonstratie die uitloopt op een gevecht op de Blauwbrug. U weet wel, die monumentale brug die het Waterloopplein met de Amstelstraat verbindt. Dat gevecht wordt door de demonstranten met de Mobiele Eenheid gevoerd en Albert laat zich meeslepen. Hij pakt een steen en als er een helikopter verschijnt is hij in de verleiding om die steen er tegenaan te gooien, zijn eigen mogelijkheden ietwat overschattend wellicht;
Van de helikopter was het dubbele portier, met de achtpuntige rijkspolitiester, opzij geschoven. Achter de bestuurder met koptelefoon en microfoon zat een cameraman, die zijn lens op me richtte, gereed om mijn daad vast te leggen. Ik kon hem zijn eigen dood laten filmen.
Dat klinkt redelijk dramatisch en leest u vooral zelf hoe dit afloopt. Albert komt er niet helemaal zonder kleerscheuren vanaf en ziet vanuit een café uiteindelijk dat de politie zich moet terugtrekken. Het verhaal eindigt op een tijdstip zo’n drie maanden na deze dag, waarop Albert beseft dat hij wil stoppen met de heroïne. De trigger om te stoppen ligt hem in zijn weerzin tegen het feit dat voor zijn verslaving er baby’s zijn gedood en volgestopt werden met zakjes heroïne om het spul het land in te smokkelen. De laatste regel is voor zijn gereedschap, de schaar.
Het is dus mijn eerste kennismaking met A.F.Th. van der Heijden en dit was een prima leesbaar verhaal, maar ik weet dat de vervolgdelen een stuk dikker zijn. Ik ben benieuwd of hij mijn aandacht weet vast te houden; ik laat het u weten. show less
Het is een boekje van 121 pagina’s en we bevinden ons in Amsterdam op 30 april 1980. Het is de verjaardag van Albert, het is Koninginnedag én de dag van de abdicatie van Juliana. In de vroege morgen zwerft de verslaafde Albert nog over straat met een pijnlijke schouder. Hij is gebeten door een hond die hij aantrof op de achterbank van show more een auto toen hij daar inbrak om zijn verslaving te kunnen bekostigen. Daarvoor gebruikt hij een schaar en dan valt meteen op dat Van der Heijden nogal eens wat zijpaadjes bewandelt. Geen idee of dit model staat voor zijn schrijfstijl, dit is het eerste boek dat ik lees van hem. Maar die schaar dus. Dat is voor Albert een stuk gereedschap maar de auteur gaat er mee aan de haal;
De scharen uit Napels zijn ouwe, gammele krengen vol steenhard aangekoekt vuil, waar nog de kiemen van de cholera-epidemie van 1884 als microscopische fossielen in vastgeroest zitten (En, wie weet, zelfs die van de epidemie van 1836 – zo oud zijn ze.)
Ik heb het even voor u opgezocht, er waren inderdaad cholera-epidemieën in genoemde jaren. Albert’s gedachten schieten alle kanten op en er zijn flashbacks naar het verleden. Hij wacht in de vroege morgen op een taxi en laat zich uiteindelijk naar een ziekenhuis brengen waar een oude vriendin van hem, Susan (Sux) Cox, uit de nachtdienst komt. De woordgrappen zijn voor rekening van de auteur, dat begrijpt u.
Het is geen vrolijke ontmoeting, want Albert eindigt het gesprek met een mep die hij Sux verkoopt, vanwege een rekenfout met schrikkeljaren die zij ooit heeft gemaakt. Ik vond het een wat aparte wending in het verhaal.
Zoals wellicht bekend verliep genoemde Koninginnedag niet bepaald rustig en Albert hoort ook rumoer als hij weer op straat loopt. Hij gaat kijken en belandt in een demonstratie die uitloopt op een gevecht op de Blauwbrug. U weet wel, die monumentale brug die het Waterloopplein met de Amstelstraat verbindt. Dat gevecht wordt door de demonstranten met de Mobiele Eenheid gevoerd en Albert laat zich meeslepen. Hij pakt een steen en als er een helikopter verschijnt is hij in de verleiding om die steen er tegenaan te gooien, zijn eigen mogelijkheden ietwat overschattend wellicht;
Van de helikopter was het dubbele portier, met de achtpuntige rijkspolitiester, opzij geschoven. Achter de bestuurder met koptelefoon en microfoon zat een cameraman, die zijn lens op me richtte, gereed om mijn daad vast te leggen. Ik kon hem zijn eigen dood laten filmen.
Dat klinkt redelijk dramatisch en leest u vooral zelf hoe dit afloopt. Albert komt er niet helemaal zonder kleerscheuren vanaf en ziet vanuit een café uiteindelijk dat de politie zich moet terugtrekken. Het verhaal eindigt op een tijdstip zo’n drie maanden na deze dag, waarop Albert beseft dat hij wil stoppen met de heroïne. De trigger om te stoppen ligt hem in zijn weerzin tegen het feit dat voor zijn verslaving er baby’s zijn gedood en volgestopt werden met zakjes heroïne om het spul het land in te smokkelen. De laatste regel is voor zijn gereedschap, de schaar.
Het is dus mijn eerste kennismaking met A.F.Th. van der Heijden en dit was een prima leesbaar verhaal, maar ik weet dat de vervolgdelen een stuk dikker zijn. Ik ben benieuwd of hij mijn aandacht weet vast te houden; ik laat het u weten. show less
Aug 9, 2024Dutch
Proloog van Van der Heijdens reeks De Tandeloze Tijd. Ik vond het niet slecht: het springt wat van de hak op de tak, maar het heeft een grote eenheid door de hoofdfiguur en suggereert continu spanning door bijna achteloze verwijzingen naar het protest dat in opbouw is. Vooral de beschrijving van de rellen tijdens de kroning van Beatrix in 1980 blijft bij; en dertig jaar na datum blijkt dat ook toen al aardig wat rabiate racisten rondliepen in Nederland. Ergerlijk vond ik dat andermaal in een Nederlandse roman een zielenpoot centraal staat.
Mar 29, 2014Dutch
"De slag om de Blauwbrug" is het eerste deel van de serie "De tandeloze tijd" waarmee A.F.Th. van der Heijden zijn naam heeft gevestigd. Ik heb een jaar of 15 geleden de hele serie gelezen en ben benieuwd wat ik er nu bij herlezing van vind. Het boek begint ijzersterk met Albert Egberts die door Amsterdam rondloopt op zoek naar auto's om in in te breken. Intussen haalt hij herinneringen op aan zijn broer Egbert, die hondentrainer was en een rit met een Amerikaan in Den Haag die de auto als het doel van de ontwikkeling van de mens beschouwde. Jammer genoeg wordt het boek na een blz of 45 wat minder, maar het is nog altijd een veelbelovend begin van de serie.
Proloog van de tandeloze tijd. Hoofdpersoon is de inbreker Egberts. Hij zwerft tijdens de kroning van Beatrix rond in Amsterdam - gewond door een hondebeet tijdens een autokraak, een gesprek met een verpleegster, de slag om de brug met de ME. Soms hak op de tak. Mooie maar ook lege zinnen.
Nov 29, 2007Dutch
Ratings
Members
- Recently Added By
Lists
Books Read in 2022
5,166 works; 112 members
Author Information
Series
Belongs to Publisher Series
Salamanderpockets (727)
Work Relationships
Has as a reference guide/companion
Common Knowledge
- Canonical title
- De slag om de Blauwbrug
- Original title
- De slag om de Blauwbrug
- Original publication date
- 1983
- People/Characters*
- Albert Egberts
- Important places*
- Amsterdam, Noord-Holland, Nederland
- Important events*
- Koninginnedag (30-04-1980); Krakersrellen in Amsterdam (30-04-1980); Kroning van Koningin Beatrix (30-04-1980)
- Dedication*
- Voor Mirjam 'Minchen' Rosenstreich
- First words*
- Van 't voorjaar, hartje nacht, zag bij de Munt twee jongens, broekjes nog, bezig iets als een marktkraam op te trekken.
- Last words*
- (Click to show. Warning: May contain spoilers.)Pas toen de vinger de top bereikt had, klonk het tsjak!
- Original language
- Dutch
- Canonical DDC/MDS
- 839.31367
*Some information comes from Common Knowledge in other languages. Click "Edit" for more information.
Classifications
- Genres
- General Fiction, Fiction and Literature
- DDC/MDS
- 839.31367 — Literature & rhetoric German & related literatures Other Germanic literatures Netherlandish literatures Dutch Dutch fiction 20th Century 1946-1999
- LCC
- PT5881.18 .E338 .S55 — Language and Literature German, Dutch and Scandinavian literatures Dutch literature Individual authors or works 1961-2000
Statistics
- Members
- 260
- Popularity
- 124,494
- Reviews
- 6
- Rating
- (3.40)
- Languages
- Dutch, English, German, Russian
- Media
- Paper, Ebook
- ISBNs
- 16
- ASINs
- 1






























































