
Larry Silver (1) (1947–)
Author of Hieronymus Bosch
For other authors named Larry Silver, see the disambiguation page.
About the Author
Larry Silver is Farquhar Professor of Art History at the University of Pennsylvania.
Works by Larry Silver
Grand Scale: Monumental Prints in the Age of Durer and Titian (Davis Museum and Cultural Center, Wellesley College) (2008) 29 copies
Peasant Scenes and Landscapes: The Rise of Pictorial Genres in the Antwerp Art Market (2006) 17 copies
Phoebus Focus XI: Mondeken toe Quinten Massijs (ca. 1465-1530) en de zot in de zestiende eeuw (2019) 9 copies, 2 reviews
Early Northern European Paintings (Bulletin of the Saint Louis Art Museum, Summer 1982) (1982) 2 copies
Associated Works
The primacy of the image in Northern European art, 1400-1700 : essays in honor of Larry Silver (2017) 6 copies
Artful Armies, Beautiful Battles: Art and Warfare in Early Modern Europe (2001) — Contributor — 2 copies
Tagged
Common Knowledge
- Canonical name
- Silver, Larry
- Birthdate
- 1947-10-14
- Gender
- male
- Education
- Harvard University (M.A.|1971|Ph.D|1974)
University of Chicago (B.A.|1969) - Occupations
- professor
art historian - Organizations
- University of Pennsylvania
Northwestern University
University of California, Berkeley - Awards and honors
- Arthur Kingsley Porter Prize (1975)
Roland H. Bainton Book Prize (2007, 2010)
Eric Hoffer Book Award (2011) - Nationality
- USA
- Places of residence
- Philadelphia, Pennsylvania, USA
- Associated Place (for map)
- Pennsylvania, USA
Members
Reviews
Where to start? Back in the 1400's and 1500's a relatively unknown Dutch painter named Hieronymus Bosch (1450-1516) painted some of the most imaginative, esoteric, captivating, at times grotesque, and always fascinating paintings of all time. The written word will not do justice to the eerie, otherworldly creatures and buildings he conceived. It would be wonderful to know more about Bosch- to discover what drove him, or what experiences gave birth to his genius, but details of his life are show more sketchy. The real value of this book is simply the presentation of his complete works, with many larger-than-life photos which allow the viewer to appreciate the fine details and subtle visual jokes or comments he rendered. Many people are familiar with his Magnum Opus, "The Garden of Earthly Delights" (on display in Madrid's Prado Museum).
In one sense, Bosch was quite normal for an artist of his time, in that his work is heavily-laden with religious content. What is quite unusual, however, is that instead of depicting Bible stories or Jesus and the Saints, Bosch likes to focus on hell and hardcore retribution for sinners. Check this out!
It's hard to know whether Bosch was simply possessed of a fantastic imagination, or whether something else was at work here. Some of Bosch's body dysmorphic creatures resemble what is commonly seen in association with art produced by patients with schizophrenia.
Alternatively, many of the half-human/half-animal creatures remind me of this sculpture by an artist trying to reconstruct hallucinations he had while under the influence of LSD.
That might not be as unlikely as it sounds... "Ergot of Rye" is a condition in which the Rye plant is infected by fungal organisms. One of the byproducts of this union is Lysergic acid diethylamide, or LSD! Outbreaks of Ergotism have been observed as late as the 1800's. When the infected Rye is consumed, the population basically trips out on LSD. The result is widespread hallucinations and all the attendant chaos you might imagine. Medieval ergotism may be responsible for stories involving witchcraft, as well as legends about faeries, gnomes, or other supernatural creatures.
Check out this article!
http://www.botany.hawaii.edu/faculty/wong/bot135/lect12.htm
Curious sidenote: Bosch's art, and "The Garden of Earthly Delights" in particular inspired the mid-90's Metallica video for their song "Until It Sleeps". Compare this still to the above pic!
In addition, the book features lesser-known works which are also deserving of attention, appreciation, and analysis. Esteban may enjoy this rendering of a trepanation (a puncturing of the skull to "relieve pressure" - a medieval treatment for recurrant headaches!) show less
In one sense, Bosch was quite normal for an artist of his time, in that his work is heavily-laden with religious content. What is quite unusual, however, is that instead of depicting Bible stories or Jesus and the Saints, Bosch likes to focus on hell and hardcore retribution for sinners. Check this out!
It's hard to know whether Bosch was simply possessed of a fantastic imagination, or whether something else was at work here. Some of Bosch's body dysmorphic creatures resemble what is commonly seen in association with art produced by patients with schizophrenia.
Alternatively, many of the half-human/half-animal creatures remind me of this sculpture by an artist trying to reconstruct hallucinations he had while under the influence of LSD.
That might not be as unlikely as it sounds... "Ergot of Rye" is a condition in which the Rye plant is infected by fungal organisms. One of the byproducts of this union is Lysergic acid diethylamide, or LSD! Outbreaks of Ergotism have been observed as late as the 1800's. When the infected Rye is consumed, the population basically trips out on LSD. The result is widespread hallucinations and all the attendant chaos you might imagine. Medieval ergotism may be responsible for stories involving witchcraft, as well as legends about faeries, gnomes, or other supernatural creatures.
Check out this article!
http://www.botany.hawaii.edu/faculty/wong/bot135/lect12.htm
Curious sidenote: Bosch's art, and "The Garden of Earthly Delights" in particular inspired the mid-90's Metallica video for their song "Until It Sleeps". Compare this still to the above pic!
In addition, the book features lesser-known works which are also deserving of attention, appreciation, and analysis. Esteban may enjoy this rendering of a trepanation (a puncturing of the skull to "relieve pressure" - a medieval treatment for recurrant headaches!) show less
De reeks Phoebus Focus voorstellen hoeft voor de vaste lezers van mijn boekbesprekingen allicht sinds lang niet meer, maar ik houd er toch aan te vermelden dat ook dit Mondeken toe – Quinten Massijs (ca. 1465-1530) en de zot in de zestiende eeuw in die serie verscheen en daarin al het elfde deel was.
Logisch dus dat ook in dit deel weer Katharina Van Cauteren, “stafchef van de kanselarij van The Phoebus Foundation”, het voorwoord verzorgde en dat het boekje – zoals alle voorafgaande show more – prachtig verzorgd is: uitgegeven op glanzend papier, met talrijke illustraties (wat altijd meegenomen is als het onderwerp kunst is), en zonder op het eerste zicht vindbare zet- en of schrijffouten. Alleen vroeg ik me bij dit nummer XI af of de auteur dan zo goed het Nederlands beheerst of wie dan wel de vertaler mag zijn. Wat dat laatste betreft, vind ik geen enkele vermelding terug; wat het eerste betreft doet ‘s mans bio op de achterflap me toch vermoeden dat Nederlands niet diens moedertaal is: “Larry Silver (1947) is Farquhar emeritus professor in de kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Pennsylvania (Philadelphia, VS). Hij bekleedde eerder posities aan de Universiteit van Californië in Berkeley en aan de Northwestern University (…) Silver was voorzitter van The College Art Association en van The Historians of Netherlandish Art”. Maar het zoú natuurlijk kunnen zijn dat professor Silver een en ander heeft opgestoken tijdens zijn werk: “Als specialist in vroegmoderne schilderkunst en prentkunst in de Lage Landen heeft hij talloze studies gepubliceerd over kunstenaars uit de regio, van Jan Van Eyck tot Rubens en Rembrandt, maar Silver is het meest gekend om zijn werk over zestiende-eeuwse kunst uit de Nederlanden: Quinten Massijs, Jheronimus Bosch, Lucas van Leyden en Pieter Bruegel”.
Doet er uiteraard niet heel erg toe, maar voor de petite histoire had ik het graag geweten. Per slot van rekening komen we uit het voorwoord van Van Cauteren ook te weten hoe, volgens kunstenaarsbiograaf Karel Van Mander, “Quinten Massijs kunstenaar werd”: “Volgens die historie – die Van Mander als een rasechte journalist pseudoterughoudend en snoepend beschrijft – was Massijs oorspronkelijk smid. Hij ging zijn schort echter aan de wilden [daar dan toch die zeldzame schrijffout, noot van mij] omdat hij verliefd was op ‘een aerdigh schoon Meysken’. Zij speelde echter hard to get. Er was een kaper op de kust, en die bleek schilder. Nu wilde het meisje best wel verder met haar Quinten, maar ze vond dat smedenwerk zo vies. Ce que femme veut, Dieu le veut, en Quinten werd schilder. Het moet zowat de meest succesvolle carrièreswitch uit de geschiedenis zijn.”
Een verhaaltje misschien, maar waarom dit boek over “de zot in de zestiende eeuw” gaat, weten we in ieder geval met zekerheid: “In die zin getuigt het van gepaste humor dat het eerste stuk van Massijs dat werd verworven door The Phoebus Foundation geen plechtstatig historiestuk is, geen gewichtige heilige. De grote held van de Antwerpse schilderkunst is immers ook de maker van deze doldwaze Mondeken toe: een voorstelling van een zot, compleet met haakneus, bult en een haan op zijn hoofd. Zijn assistent laat zijn blote kont zien. Zelf houdt onze nar de vinger op de mond, want wat hij weet, mag hij eigenlijk niet vertellen. Nochtans zegt de zot al lachend zijn gedacht.” Waarmee u zich ook een begin van voorstelling van dat schilderij kan maken al hebt u het dan misschien nog nooit gezien (troost u, ik had het ook nog nooit gezien voor ik dit werkje ter hand nam).
Ook buiten dat schilderij héél veel afgebeeld referentiemateriaal voor het onderdeel van het thema “en de zot in de zestiende eeuw”: Lachende nar met een staf van Jan Saenredam (naar Hendrick Goltzius), Elk heeft de zijn uit Sinnepoppen van Roemer Visscher, Rebus: de wereld voedt veel zotten van Jan Massijs (geboren uit het tweede huwelijk van Quinten), De bedelaars van Pieter I Bruegel, Nar die door zijn vingers kijkt van een anonieme meester, De oude dwaas en zijn kat van Alexander II Voet (naar Jacob Jordaens), Harpocrates van Jan Harmenszoon Muller, De genezing der zotheid van Jheronimus Bosch, De operatie of de verwijdering van de Steen der Dwazen van Jan Van Hemessen, De ezel op school van Pieter I Bruegel, De keisnijder of de heks van Mallegem van Pieter Van der Heyden (naar diezelfde Pieter I Bruegel), Ecce Homo van Jheronimus Bosch, Vijf groteske hoofden van Leonardo da Vinci, Ongelijke liefde van Jacob Jordaens, enzovoort, enzovoort. Ongeveer een vierde van de werken waarvan afbeeldingen in dit boekje zijn opgenomen zijn in bezit van The Phoebus Foundation, voor de rest wordt u meegenomen op een rit langs één Nederlands museum (het Rijksmuseum in Amsterdam), één Zwitsers (de Öffentliche Kunstsammlung in Basel), één Frans (het Louvre in Parijs), één Spaans (het Prado in Madrid), twee Duitse (de Staatliche Museen in Berlijn en het Städel Museum in Frankfurt), twee in Engeland (National Gallery in Londen en Royal Collection Trust in Windsor), twee in de Verenigde Staten (het “Met” in New York en de National Gallery of Art in Washington), en ten slotte – toch wel – twee in Vlaanderen (het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen en de Koninklijke Bibliotheek in Brussel). Een aardig reisje waarvoor je – in tegenstelling tot wat geldt voor minstens een aantal van die musea – géén muilkorf aan moet en al evenmin een “vaccin” in je lijf moet laten spuiten.
Behalve over de “zot” met al zijn attributen (de “marot”, de riem met belletjes, de hanenkam, ezelsoren) en eigen-aardigheden leer je in dit boekje uiteraard een en ander bij over de artiest zelf, die wellicht – of hij nu eerst smid was of niet – opgeleid werd door “een van de telgen van de beroemde Leuvense meester Dirk Bouts”. Maar tussendoor ook over Desiderius Erasmus (waarbij uiteraard diens Lof der Zotheid de connectie vormt), het Narrenschiff (Narrenschip) van Sebastian Brants, de Steen der Dwazen (ongeveer even dwaas als de Steen der Wijzen overigens). En dan krijg je ook nog een aantal minder “gekke” werken van Massijs voorgeschoteld: De heilige Maria Magdalena, Portret van een groteske oude vrouw, Portret van een oude vrouw (minder grotesk, maar ook zonder de vrouw in kwestie mooier te maken dan ze was), Lezende vrouw, Een geleerde, Aanbidding der Wijzen en Ecce Homo.
Een stevige portie interessante, maar – zoals gebruikelijk in deze serie – ook lichtverteerbare kost. Een aanrader voor wie geïnteresseerd is in kunst. Of in zotten natuurlijk.
Björn Roose show less
Logisch dus dat ook in dit deel weer Katharina Van Cauteren, “stafchef van de kanselarij van The Phoebus Foundation”, het voorwoord verzorgde en dat het boekje – zoals alle voorafgaande show more – prachtig verzorgd is: uitgegeven op glanzend papier, met talrijke illustraties (wat altijd meegenomen is als het onderwerp kunst is), en zonder op het eerste zicht vindbare zet- en of schrijffouten. Alleen vroeg ik me bij dit nummer XI af of de auteur dan zo goed het Nederlands beheerst of wie dan wel de vertaler mag zijn. Wat dat laatste betreft, vind ik geen enkele vermelding terug; wat het eerste betreft doet ‘s mans bio op de achterflap me toch vermoeden dat Nederlands niet diens moedertaal is: “Larry Silver (1947) is Farquhar emeritus professor in de kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Pennsylvania (Philadelphia, VS). Hij bekleedde eerder posities aan de Universiteit van Californië in Berkeley en aan de Northwestern University (…) Silver was voorzitter van The College Art Association en van The Historians of Netherlandish Art”. Maar het zoú natuurlijk kunnen zijn dat professor Silver een en ander heeft opgestoken tijdens zijn werk: “Als specialist in vroegmoderne schilderkunst en prentkunst in de Lage Landen heeft hij talloze studies gepubliceerd over kunstenaars uit de regio, van Jan Van Eyck tot Rubens en Rembrandt, maar Silver is het meest gekend om zijn werk over zestiende-eeuwse kunst uit de Nederlanden: Quinten Massijs, Jheronimus Bosch, Lucas van Leyden en Pieter Bruegel”.
Doet er uiteraard niet heel erg toe, maar voor de petite histoire had ik het graag geweten. Per slot van rekening komen we uit het voorwoord van Van Cauteren ook te weten hoe, volgens kunstenaarsbiograaf Karel Van Mander, “Quinten Massijs kunstenaar werd”: “Volgens die historie – die Van Mander als een rasechte journalist pseudoterughoudend en snoepend beschrijft – was Massijs oorspronkelijk smid. Hij ging zijn schort echter aan de wilden [daar dan toch die zeldzame schrijffout, noot van mij] omdat hij verliefd was op ‘een aerdigh schoon Meysken’. Zij speelde echter hard to get. Er was een kaper op de kust, en die bleek schilder. Nu wilde het meisje best wel verder met haar Quinten, maar ze vond dat smedenwerk zo vies. Ce que femme veut, Dieu le veut, en Quinten werd schilder. Het moet zowat de meest succesvolle carrièreswitch uit de geschiedenis zijn.”
Een verhaaltje misschien, maar waarom dit boek over “de zot in de zestiende eeuw” gaat, weten we in ieder geval met zekerheid: “In die zin getuigt het van gepaste humor dat het eerste stuk van Massijs dat werd verworven door The Phoebus Foundation geen plechtstatig historiestuk is, geen gewichtige heilige. De grote held van de Antwerpse schilderkunst is immers ook de maker van deze doldwaze Mondeken toe: een voorstelling van een zot, compleet met haakneus, bult en een haan op zijn hoofd. Zijn assistent laat zijn blote kont zien. Zelf houdt onze nar de vinger op de mond, want wat hij weet, mag hij eigenlijk niet vertellen. Nochtans zegt de zot al lachend zijn gedacht.” Waarmee u zich ook een begin van voorstelling van dat schilderij kan maken al hebt u het dan misschien nog nooit gezien (troost u, ik had het ook nog nooit gezien voor ik dit werkje ter hand nam).
Ook buiten dat schilderij héél veel afgebeeld referentiemateriaal voor het onderdeel van het thema “en de zot in de zestiende eeuw”: Lachende nar met een staf van Jan Saenredam (naar Hendrick Goltzius), Elk heeft de zijn uit Sinnepoppen van Roemer Visscher, Rebus: de wereld voedt veel zotten van Jan Massijs (geboren uit het tweede huwelijk van Quinten), De bedelaars van Pieter I Bruegel, Nar die door zijn vingers kijkt van een anonieme meester, De oude dwaas en zijn kat van Alexander II Voet (naar Jacob Jordaens), Harpocrates van Jan Harmenszoon Muller, De genezing der zotheid van Jheronimus Bosch, De operatie of de verwijdering van de Steen der Dwazen van Jan Van Hemessen, De ezel op school van Pieter I Bruegel, De keisnijder of de heks van Mallegem van Pieter Van der Heyden (naar diezelfde Pieter I Bruegel), Ecce Homo van Jheronimus Bosch, Vijf groteske hoofden van Leonardo da Vinci, Ongelijke liefde van Jacob Jordaens, enzovoort, enzovoort. Ongeveer een vierde van de werken waarvan afbeeldingen in dit boekje zijn opgenomen zijn in bezit van The Phoebus Foundation, voor de rest wordt u meegenomen op een rit langs één Nederlands museum (het Rijksmuseum in Amsterdam), één Zwitsers (de Öffentliche Kunstsammlung in Basel), één Frans (het Louvre in Parijs), één Spaans (het Prado in Madrid), twee Duitse (de Staatliche Museen in Berlijn en het Städel Museum in Frankfurt), twee in Engeland (National Gallery in Londen en Royal Collection Trust in Windsor), twee in de Verenigde Staten (het “Met” in New York en de National Gallery of Art in Washington), en ten slotte – toch wel – twee in Vlaanderen (het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen en de Koninklijke Bibliotheek in Brussel). Een aardig reisje waarvoor je – in tegenstelling tot wat geldt voor minstens een aantal van die musea – géén muilkorf aan moet en al evenmin een “vaccin” in je lijf moet laten spuiten.
Behalve over de “zot” met al zijn attributen (de “marot”, de riem met belletjes, de hanenkam, ezelsoren) en eigen-aardigheden leer je in dit boekje uiteraard een en ander bij over de artiest zelf, die wellicht – of hij nu eerst smid was of niet – opgeleid werd door “een van de telgen van de beroemde Leuvense meester Dirk Bouts”. Maar tussendoor ook over Desiderius Erasmus (waarbij uiteraard diens Lof der Zotheid de connectie vormt), het Narrenschiff (Narrenschip) van Sebastian Brants, de Steen der Dwazen (ongeveer even dwaas als de Steen der Wijzen overigens). En dan krijg je ook nog een aantal minder “gekke” werken van Massijs voorgeschoteld: De heilige Maria Magdalena, Portret van een groteske oude vrouw, Portret van een oude vrouw (minder grotesk, maar ook zonder de vrouw in kwestie mooier te maken dan ze was), Lezende vrouw, Een geleerde, Aanbidding der Wijzen en Ecce Homo.
Een stevige portie interessante, maar – zoals gebruikelijk in deze serie – ook lichtverteerbare kost. Een aanrader voor wie geïnteresseerd is in kunst. Of in zotten natuurlijk.
Björn Roose show less
Phoebus Focus XI: Mondeken toe Quinten Massijs (ca. 1465-1530) en de zot in de zestiende eeuw by Larry Silver
Waar vindt de Phoebus Foundation dit soort dingen toch?: een a-typisch schilderij van de Antwerpse schilder Quinten Massijs (vroeger leerde ik 'Metsijs' of 'Matsijs'), ca 1528, met de afbeelding van een 'zot' die zijn vinger op de mond legt. DIt boekje situeert het portret weer mooi binnen een bepaalde traditie en legt alle afgebeelde attributen uit.
Récemment, la redécouverte extraordinaire, en Espagne, d un tableau perdu de Pieter Bruegel l Ancien (vers 1525-1569) a fait l effet d une bombe et a ravivé l intérêt que le public porte à ce grand peintre flamand. Cette uvre a subi les outrages du temps et est encore en restauration au Prado. Elle est néanmoins reproduite dans ce livre. Célèbre pour ses descriptions amusantes de paysans, de paysages et de tableaux à la façon de Bosch, Bruegel a également créé de nombreuses show more peintures consacrées à des thèmes religieux dans une époque marquée par les controverses religieuses. Cet ouvrage examinera tout l uvre de Bruegel. Tous ses dessins, ses gravures et ses peintures sur toiles ou sur panneaux seront étudiés autant dans leur forme que dans leur contenu par une analyse très actuelle et très complète. De plus, seront présentés une foule de peintres flamands de sa génération qui ont coopérés avec Jérôme Cock, son éditeur de gravures, fondateur de l officine « aux Quatre Vents ».Celle-ci devint la plus grande entreprise de gravures, éditant des maîtres flamands et hollandais, mais également des uvres d après Raphaël et autres artistes italiens. Il est intéressant de confronter Bruegel non seulement avec ses rivaux d Anvers, mais aussi avec les peintres qui l ont inspiré, de loin ou de près, comme Joachim Patinir, Rogier van der Weyden ou Jérôme Bosch. Les historiens de l art trouveront certainement dans ce livre un nouveau point de vue sur l uvre du peintre qui éclairera certaines de leurs propres conceptions, mais il s agit ici d aller également à la rencontre d un public plus large qui découvrira, ou redécouvrira avec plaisir les facéties, les symboles, les scènes paysannes qui ont permis à Bruegel de faire un portrait sans faille de la condition humaine. Une belle façon, à travers des détails somptueux, des reproductions en grand format, de faire le point sur la vie et l uvre de ce peintre si populaire. show less
May 7, 2012French
Awards
You May Also Like
Associated Authors
Statistics
- Works
- 19
- Also by
- 4
- Members
- 257
- Popularity
- #89,244
- Rating
- 4.3
- Reviews
- 4
- ISBNs
- 31
- Languages
- 4











