Picture of author.

Leonard Nolens (1947–2025)

Author of Manieren van leven

39+ Works 476 Members 7 Reviews 4 Favorited

About the Author

Image credit: photo Ludo Geysels

Works by Leonard Nolens

Manieren van leven (2001) 33 copies
Een fractie van een kus (2007) 27 copies
Dagboek van een dichter 1979-2007 (2009) 26 copies, 1 review
Zeg aan de kinderen dat wij niet deugen (2011) 22 copies, 2 reviews
Honing en as (1994) 19 copies
Bres (2004) 19 copies
Opzichtige stilte (2014) 17 copies, 2 reviews
Liefdes verklaringen (1990) 17 copies
Derwisj (2003) 16 copies
Woestijnkunde (2008) 16 copies, 1 review

Associated Works

De Nederlandse poëzie van de negentiende en twintigste eeuw in duizend en enige gedichten (1979) — Contributor, some editions — 208 copies, 1 review
Noord en Zuid poëten in het Vlaams parlement : bloemlezing 2004 (2004) — Contributor, some editions — 10 copies
Vlaanderen & Co : poëten in het parlement : bloemlezing 2002 (2002) — Contributor, some editions — 3 copies

Tagged

Common Knowledge

Canonical name
Nolens, Leonard
Legal name
Nolens, Leonard Helena Sylvian
Birthdate
1947-04-11
Date of death
2025-12-26
Gender
male
Awards and honors
Constantijn Huygensprijs (1997)
Prijs der Nederlandse Letteren (2012)
Relationships
Nolens, David (son)
Nationality
Belgium
Birthplace
Bree, Belgium
Places of residence
Antwerp, Belgium
Associated Place (for map)
Belgium

Members

Reviews

7 reviews
Zonder dit te veel te willen 'recenseren' kan ik wel zeggen dat dit een indrukwekkende bundel is die me ook persoonlijk raakte. De eerste reeks gedichten (Kuur I) leest nogal moeizaam door de voortdurend herhaalde tweeregelig versvorm die erg fragmentarisch en verward overkomt -- een stilistische truc allicht om de verwarring en overrompeling (en daarna de monotonie) van een opname weer te geven.

Zelf vind ik Ontslag de sterkste reeks, die bijzonder visueel de dan weer andere verwarring show more beschrijft van een terugkeer in het reguliere leven, maar deze keer met meer vrijheid en hoop, en een zichtbaar herwonnen controle over de taal en de beeldspraak.

De laatste reeks, Weerzien, is een pak minder opgewekt of positief dan men misschien zou verwachten, met aan het eind enkele verwijzingen naar de dood van de partner en de eigen sterfelijkheid. Allicht is dat eigen aan iemand als Nolens (of iedereen die met een hoge dosis beschouwing en zelfreflectie in het leven staat) die een fase als deze niet zomaar van zich afborstelt en er 'weer de schouders onder zet'.
show less
Uiteraard is (bijna) elke dichtbundel het waard om in kleine porties van te proeven, en te herproeven, maar bij deze is dat dubbel en dik het geval. Vooral als je weet dat Nolens hier rechtstreeks put uit persoonlijke, eerder traumatische ervaringen. Na een zwaar gezondheidsprobleem kwam hij in de psychiatrie terecht en deze verzameling illustreert bij uitstek de heel bevreemdende ervaring van het opgenomen worden, het lijdzaam ondergaan, het zogenaamde herstel en de terugkeer naar huis. Het show more is alsof Nolens als een uit zichzelf getreden schim deze ingrijpende ontwikkelingen beschrijft, bijna klinisch tastbaar en des te meer huiveringwekkend en breekbaar. Opvallend is hoeveel keer de woordjes ‘wij’ en ‘ons’ terugkeren, zeker als je weet dat Nolens de ‘ik’-dichter bij uitstek is. Ik weet niet of dit zijn beste dichtwerk is, maar door zijn autobiografisch karakter greep het me in elk geval wel het meest aan. show less
Dit boek bevat de (lichtjes selectieve) verzamelde poëzie van Leonard Nolens, tot 2004 (een recentere editie verscheen onder de titel ‘Manieren van leven. Gedichten’). Nolens is zeker geen hermetisch dichter, maar toch duurde het even voor ik in zijn stijl kwam. Dat ligt onder meer aan de evolutie die die stijl heeft ondergaan. Zijn eerste bundels (verschenen in de jaren 1970 en begin jaren 1980) waren nogal barok en experimenteel van inslag, met soms een opeenstapeling van neologismen show more en paradoxale nevenschikkingen die voor mij als gezocht en te overdadig overkwamen. De latere bundels, met hun soberder en zoals men dikwijls aanhaalt ‘parlando’-stijl, liggen me veel beter.
Ook met de thematiek van Nolens was het worstelen. Tot in de jaren 1990 kreeg hij van de kritiek het verwijt te veel aan navelstaarderij te doen, en dat kan ik wel volgen: bijna voortdurend is Nolens in dialoog met zichzelf, of beter, met de dichter in hem, en opvallend is het overdadig gebruik van het woord ‘ik’. Zelfs sommige dialogen met een geliefde blijken in veel gevallen gesprekken met zichzelf als dichter, of met de poëzie als zodanig. Want de focus is duidelijk: ik kan alleen maar ontsnappen aan de wereld en aan mezelf, via de taal, via de poëzie. En daarmee zit Nolens in de ondubbelzinnig romantische traditie: het ik tegenover de wereld.
Die ik-thematiek blijft ook in de latere bundels sterk aanwezig, maar Nolens heeft ze daar toch mooier ingebed in een veel ingewikkelder netwerk van relaties tot de wereld. In de bundel ‘Manieren van Leven ‘ (2001) bereikt hij volgens mij zijn volle maturiteit, en in de bundel ‘Derwisj’ (2003) krijgt het woord ‘wij’ zelfs bijzondere nadruk (met de impressionante reeks Bres IV). Ook stilistisch is er verdere evolutie en zijn sommige gedichten pareltjes van complexe soberheid. Ik zal nooit een ‘die hard’ fan worden van Nolens poëzie (ik ben meer een proza-man), maar zeker zijn latere bundels getuigen van indrukwekkend vakmanschap. Ik ga zeker ook zijn latere bundels ter hand nemen.
show less
" O, dat soms afschuwelijke besef dat alle leven uit jezelf moet komen en dat de wereld haar gezicht verliest als je het niet dagelijks portretteert om althans de illusie te hebben haar in je handen te nemen. Is dat wat men noemt solipsisme, de filosofische leer die zegt dat alleen ons eigen ik en zijn bewustzijnsdaden bestaan? En ben ik voor de rest van mijn leven veroordeeld tot het kamerarrest van wie de grenzen van zijn vrijheid alleen maar verkent? " (L.N. pagina 812).

Wellicht zijn deze show more dagboeken het wisselgeld dat betaald moet worden voor een gedecideerd en uniek schrijverschap dat vanuit een diepe noodzaak is ontstaan. ’Waarschijnlijk ben ik schrijver geworden omdat ik alles wou zijn’ memoreert hij aan zijn overleden moeder op bladzijde 82. Deze illusie kan met het verstrijken der jaren alleen maar bevestigd worden. Zo geprononceerd de contouren van de dichter in zijn oeuvre verschijnen, zo eerlijk maakt hij de lezer in dit dagboek attent op de hoge prijs die hier betaald voor moet worden. .

Strikt filosofisch gesproken meen ik dat dit dagboek de enge grenzen van het solipsisme ver achter zich laat. Leonard Nolens heeft vele problemen gekend (o.a. een alcoholverslaving die hij steevast 'de alcohel' noemt) Maar we voelen ook de dichter in zijn hang naar verbondenheid met het universele en het tijdloze discours van de pleiade van de wereldliteratuur.

Dit dagboek is uit noodzaak geschreven als een zichzelf reinigende geste. Het leidt zelfs vaak naar de hoogste vertwijfeling in het eigen kunnen. Van het feit dat Leonard Nolens een karakteriële pose zou aannemen, zoals gesuggereerd wordt door een onbehouwen en spottende Nederlandse critica (pagina 831-833) kan men hem al helemaal niet verdenken. Een pose houdt men nu eenmaal geen dertig jaar vol en op de integriteit van het geschrevene valt m.i. weinig af te dingen, temeer omdat deze verzamelde dagboeken het volstrekt eerlijke resultaat zijn van een dichter die zijn pen weet te beschermen en die steeds zijn stem weet te vrijwaren van ongewenste ruis.

Ik heb deze verzamelde dagboeken evenwel moeten leren smaken, de vertwijfelde introspectie die eruit sprak stelde me vaak op de proef. Maar de lange rit uitzitten bleek uiteindelijk de moeite waard. Gaandeweg werd het boek meer en meer ontdaan van monomane zelfverwijten en ietwat te nadrukkelijk pathos, en liet zo de weg open voor een meer tastbare meditatie over literatuur en dichterschap. Het discours werd minder flou, "de pen prikte minder in het eigen vlees", de syntaxis verloor zich minder in dichterlijke maar weinigzeggende tautologieën. (e.g. "Ik leef in het vacuüm van de volledigheid, in de volheid van de leegte" (pag. 102)). Als dergelijke dikwijls herhaalde apodictie niet omstandig uitgewerkt wordt in een meer uitgebreide context verliest ze algauw haar glans voor de lezer. Maar misschien dient men een dichterstem niet zo te analyseren. En glans verwerven was misschien wel de allerlaatste betrachting van dit project. (cfr. "Mijn dagboek is tenslotte geen kunst" (pag. 1028)).
Weliswaar geen Gombrowicz of Frisch, maar als authentieke egoschriftuur kan dit opzet tellen in ons taalgebied. En een groot dichter is Leonard Nolens zeker. Hij werd meermaals bekroond, o.a. in 2012 met de prijs der Nederlandse letteren.
show less

Awards

You May Also Like

Statistics

Works
39
Also by
3
Members
476
Popularity
#51,803
Rating
½ 3.7
Reviews
7
ISBNs
46
Languages
6
Favorited
4

Charts & Graphs