Picture of author.

Jean Ray (1887–1964)

Author of Malpertuis

356+ Works 1,892 Members 73 Reviews 14 Favorited

About the Author

Disambiguation Notice:

Jean Ray and John Flanders are pseudonyms of the Belgian writer, Raymond Jean De Kremer.  Because there is at least one other author represented on LibraryThing whose real name is John Flanders, do not combine the two pages.

Series

Works by Jean Ray

Malpertuis (1943) 463 copies, 11 reviews
Whiskey Tales (1966) 90 copies, 2 reviews
The Great Nocturnal: Tales of Dread (1984) 69 copies, 1 review
Ghouls in My Grave (1965) 46 copies, 2 reviews
Phantastische Träume. (1983) — Contributor — 44 copies
The City of Unspeakable Fear (1943) 42 copies, 3 reviews
Circles of Dread (2020) 40 copies
La cité de l'indicible peur (1943) 28 copies, 2 reviews
The Horrifying Presence and Other Tales (2009) 23 copies, 2 reviews
My Own Private Spectres (1999) 21 copies, 1 review
Le carrousel des maléfices (1978) 18 copies
Harry Dickson 1 (1980) 17 copies, 1 review
Les Derniers Contes de Canterbury (1944) 17 copies, 1 review
Les contes noirs du golf (1978) 16 copies
El extraño resplandor verde (1932) 14 copies, 1 review
Le livre des fantômes (1952) 13 copies
Les étoiles de la mort (1999) 12 copies
La Terrible Nuit du zoo, suivi de "Messire" (1999) — Author — 12 copies
Le lit du diable (1935) 10 copies, 1 review
El camino de los dioses (1934) 9 copies, 2 reviews
Le Monstre de Borough (1993) 9 copies
Relatos de hombres lobos y otra (1997) — Contributor — 9 copies
Spoken op de ruwe heide (1978) 8 copies
Das Storchenhaus (1989) 8 copies
Le Fauteuil 27 (1999) 8 copies
Harry Dickson 3 (1980) 8 copies
The Last Canterbury Tales (2026) 8 copies
Terror en el teatro (1935) 8 copies, 1 review
La resurrección de la Gorgona (2007) 8 copies, 1 review
El canto del vampiro (1934) 8 copies, 1 review
La banda de la araña (1933) 8 copies, 2 reviews
The Mainz Psalter (1997) 7 copies
Han matado a Parkinson (1938) 7 copies, 1 review
La terrible noche del zoo (1937) 7 copies, 1 review
Los espectros verdugos (1933) 7 copies, 2 reviews
Harry Dickson 5 (1998) 7 copies
Los vengadores del diablo (1932) 7 copies, 1 review
Los enigmas de la inscripción (1937) 7 copies, 2 reviews
Over folklore (1984) 6 copies, 1 review
La venganza de las siete sillas (1936) 6 copies, 1 review
Die Gasse der Finsternis (1972) 6 copies
Les cercles de l'épouvante (1978) 6 copies, 1 review
Fábricas de muerte (1938) 6 copies, 1 review
Los misteriosos estudios del Doctor Drum (1933) 5 copies, 1 review
OBRAS ESCOGIDAS 5 copies
El vampiro de los ojos rojos (1933) 5 copies, 1 review
El jardín de las furias (1933) 5 copies, 1 review
Harry Dickson (1972) 5 copies, 1 review
Dat was een tijd ! 5 copies, 1 review
El pulpo negro (1933) 5 copies, 1 review
Griezelen 4 copies, 1 review
De golem (1991) 4 copies
Jean Ray. Oeuvres complètes (1964) 4 copies, 1 review
El tribunal del terror (1933) 4 copies
La ametralladora Musgrave (1936) 4 copies
EL MISTERIO DE LOS SIETE LOCOS (1933) 4 copies, 1 review
El castigo de los Foyle (1934) 4 copies, 1 review
La cabeza de dos centavos (1937) 4 copies, 1 review
La gerbe noire (1984) 4 copies
La casa de las alucinaciones (1934) 4 copies, 1 review
L'Île de la terreur (1973) 4 copies, 1 review
Oeuvres choisies (2001) 4 copies
Speurders in actie (1978) 4 copies
La malédiction de Machrood (1984) 4 copies, 1 review
Harry Dickson 4 (2007) 3 copies
Pánico sobre Londres (1933) 3 copies
El templo de hierro (1973) 3 copies, 1 review
Geheimen van het Noorden (1987) 3 copies
El sabio invisible (1973) 3 copies, 1 review
LA BRUME VERTE. (1985) 3 copies
La piedra lunar (1933) 3 copies, 1 review
Das Tor im Meer (1984) 3 copies
Geierstein (1987) 3 copies
Les contes de Fulmar (1986) 3 copies
Harry Dickson 2 (1999) 3 copies
La nef des bourreaux (1987) 3 copies
Jack de minuit (1996) 3 copies
Harry Dickson 6 (1968) 2 copies
VISIONS NOCTURNES. (1984) 2 copies
Detours from Muleshoe (2005) 2 copies
Le Gardien du cimetière (1919) 2 copies
Los terroríficos (1973) 2 copies, 1 review
X-4 (1973) 2 copies, 1 review
Los ladrones de mujeres (1932) 2 copies
El fantasma del judío errante (1934) 2 copies, 1 review
Las aguas infernales (1972) 2 copies
De weerwolf in de sneeuw (1993) 2 copies
El baile de los horrores (1973) 2 copies
Las 24 horas prodigiosas (1936) 2 copies
Omnibus (1983) 2 copies
L'oasis du rêve (1963) 2 copies
Harry dickson t. 3 (1967) 1 copy
L'OMBRE ROUGE (1992) 1 copy
L'Île noire (2005) 1 copy
Visions infernales (1984) 1 copy
Vlucht naar Bradford (1984) 1 copy
I racconti del whisky (2013) 1 copy
Le secret des sargasses — Author — 1 copy
Harry dickson. tome 6 (1968) 1 copy
EL ASIENTO NÚMERO 27 (1973) 1 copy
Los cuadros embrujados (1972) 1 copy
El tirador misterioso (1973) 1 copy
El novio ensangrentado (1974) 1 copy
Habitación 113 (1973) 1 copy
El dios desconocido (1974) 1 copy
Harry Dickson 12 (1971) 1 copy
Bizarre verhalen (2023) 1 copy
PAR-DELA LES SEPT MERS (2021) 1 copy
Harry Dickson T08 (2010) 1 copy

Associated Works

The Weird: A Compendium of Strange and Dark Stories (2011) — Contributor — 967 copies, 21 reviews
Ghosts: A Treasury of Chilling Tales Old & New (1981) — Contributor — 369 copies, 2 reviews
Witches & Warlocks: Tales of Black Magic, Old & New (1991) — Contributor — 318 copies, 6 reviews
Don't Open This Book! (1998) — Contributor — 224 copies, 2 reviews
100 Wild Little Weird Tales (1994) — Contributor — 199 copies, 2 reviews
Foundations of Fear (1992) — Contributor — 107 copies, 2 reviews
The Century's Best Horror Fiction: Volume Two, 1951-2000 (2011) — Contributor — 50 copies, 1 review
Shadows of Fear (1994) — Contributor — 44 copies
LES CENT ANS DE DRACULA. 8 histoires de vampires de Goethe à Lovecraft (1999) — Contributor — 43 copies, 2 reviews
Bifrost n°87 - Special Jean Ray (2017) — Contributor — 5 copies
Das Lächeln am Abgrund. Phantastische Geschichten aus Frankreich. (1982) — Contributor, some editions — 4 copies
夢見る妖虫たち―妖異繚乱 (1994) — Contributor — 1 copy
架空の町 (書物の王国) (1997) — Contributor — 1 copy
幻想の坩堝 — Contributor — 1 copy

Tagged

1DBF (31) 20th century (26) belge (24) Belgian literature (38) Belgian writer (26) book (20) Bélgica (25) character: harry dickson (35) collection (27) crime and mystery (35) ebook (24) fantastique (94) fantasy (50) fiction (135) French (52) gothic (19) Harry Dickson (20) horror (111) literature (52) novel (19) Novela (27) omnibus (21) Policial (23) pulp (43) short stories (42) SO (28) to-read (63) Vlaamse Filmpjes (25) weird fiction (23) XX (24)

Common Knowledge

Legal name
De Kremer, Raymond Jean-Marie
Other names
Flanders, John
Birthdate
1887-07-08
Date of death
1964-09-17
Gender
male
Occupations
writer
Relationships
Anseele, Edward (uncle)
Short biography
Overgenomen uit:

Bernauw, Patrick, (1995) De Mythe van de Rechtvaardige Rechters

Raymond Jean-Marie De Kremer werd op 8 juli 1887 geboren te Gent, als de zoon van een spoorbeambte, werkzaam in de Gentse haven, en van een onderwijzeres. Zijn moeder was niemand minder dan Marie-Thérèse Anseele, de zuster van de beroemde socialistische voorman Edward Anseele. Het gezin betrok een herenhuis in de Ham, een lange donkere straat in de wijk Sint Jacob. De opvoeding van Raymond en zijn drie jaar oudere zus Elvire werd toevertrouwd aan het bijgelovige dienstmeisje Elodie, die de kwajongen allerlei spannende en fascinerende verhalen vertelde, over de Duivel, om maar iemand te noemen.
De belhamel Raymond wordt de schrik van alle leerkrachten, tot hij in de klas van Michel Thiery terechtkomt - zijn zoon zal later bekendheid verwerven als schrijver onder het pseudoniem Johan Daisne -, waar hij diep getroffen wordt door de zachtmoedigheid en eruditie van deze 'meester'. Via zijn onderwijzers leert de kleine Raymond de bibliotheek van het Willemsfonds kennen en de werken van Karl May en Hendrik Conscience. Na schooltijd zwerft hij met zijn kameraden door de donkere en sinistere stegen van de Ham, die door hun verbeelding bevolkt worden met heksen en watergeesten. Het speelterrein van de wilde bende strekt zich uit van de Vrijdagmarkt tot de dokken, waar ze naar de namen van aangemeerde schepen raden. Ze luisteren naar de spookverhalen die van mond tot mond gaan, bezoeken het marionettentheater van Tone Antroes of verslinden 'zantjeswale', de vroege voorlopers van de stripverhalen.
In 1901 wordt Raymond door zijn ouders naar de Rijksmiddelbare School in het Waalse Pecq gestuurd, om er zijn kennis van het Frans bij te spijkeren. Heimwee, eenzaamheid en verveling doen hem vluchten in zijn eigen verbeelding. Twee jaar later behaalt hij het getuigschrift voor het derde jaar middelbaar onderwijs en in 1903 volgt hij de lessen aan het Koninklijk Atheneum van de Ottogracht te Gent, waar hij een eerste prijs Nederlands en lichamelijke opvoeding behaalt. Op zeventienjarige leeftijd publiceert hij zijn eerste griezelverhalen in een Vlaams studententijdschrift, maar op aandringen van zijn omgeving geeft hij het studeren aan de Rijksnormaalschool voorrang op het schrijven. Daar zakt hij echter tot twee maal toe, zodat hij weer tijd krijgt om te schrijven. In de almanak van de Gentse vrijzinnige studentenvereniging 't Zal wel gaan publiceert hij gedichten en een verhaal. Als het grote succes uitblijft, besluit hij zijn geluk te beproeven in Parijs, maar ook de lichtstad zal hij ontgoocheld de rug toekeren.
Dan komt Raymond De Kremer in contact met het Gentse theatermilieu, begint hij liedjesteksten te schrijven en leert hij tijdens de première van een revue de Brusselse actrice Nini Balta kennen, alias Virginie Bal. Zij sterkt hem in de overtuiging dat een schrijver in hem woont, maar de familie Anseele - zijn oom Edward zetelt in de Gentse gemeenteraad - dringt hem een baan bij het stadsbestuur op. Telkens Raymond De Kremer een doktersattest aflevert op kantoor, mag je er donder op zeggen dat één van de revues van Jean Ray in première gaat, het pseudoniem van de jonge Gentenaar heeft gekozen.
In 1912 trouwt de vierentwintigjarige auteur met de vier jaar oudere revuester en gaan zij wonen aan de Zondernaamstraat te Gent. Jean Ray krijgt enkele vaste kronieken in een maandblad en wanneer Gent in 1913 internationale belangstelling geniet voor de organisatie van de wereldtentoonstelling en de daarmee gepaard gaande financiële kater, is dat een dankbaar onderwerp voor weer een nieuwe revue. In dat jaar krijgen Raymond en Virginie ook een dochtertje: Lucienne, die Lulu zal genoemd worden.
Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog wordt Raymond opgeroepen als korporaal bij de Burgerwacht en raakt hij gewond. Tijdens de bezetting wordt hij tewerkgesteld in het Expeditiebureau van de stad en bij de Dienst Opeisingen, waar hij logies moet zoeken voor Duitse officieren. Zijn vader sterft na een langdurige ziekte en wegens de oorlogsomstandigheden schrijft hij slechts twee revues, die allebei worden opgevoerd in de Minardschouwburg. Na de Wapenstilstand kent Pinnen af!, waarvoor Henri Van Daele de muziek schrijft, een enorm succes: verscheidene vertoningen in de Minard, meer dan 500 voorstellingen in de belangrijkste Belgische steden.
Het tweetal, soms bijgestaan door Nini Balta, gaat nog een tijdje op hetzelfde élan door, maar dan meent Raymond De Kremer - niet geheel ten onrechte - dat de nog jonge filmkunst het medium van de toekomst is en gaat hij een tweetalig filmtijdschrift uitgeven. Hij zegt zijn baan bij het Gentse stadsbestuur op, gebruikt de advertentieruimte van zijn filmblad om publiciteit te maken voor zijn theaterstukken en publiceert enige verhalen in zijn eigen Ciné en in een paar andere bladen. Na nauwelijks een half jaar wordt het filmtijdschrift echter opgedoekt, omdat de publieke belangstelling ondermaats blijkt.
De bekende Gentenaar Jean Ray gaat nu werken bij de Gentse wisselagent August Van den Bogaerde en wordt ook redacteur van het liberale dagblad Journal de Gand - Echo des Flandres, waarin hij benevens een theaterrubriek en een 'chronique fantaisiste' literatuurrecensies pleegt en zijn eigen verhalen publiceert. Wanneer de krant van de markt wordt gehaald, zal hij ongeveer hetzelfde doen in het tweemaandelijks tijdschrift van dezelfde eigenaar, L'Ami du Livre. In 1925 verschijnt zijn eerste verhalenbundel, Les Contes du Whisky, bij een Brusselse uitgeverij. Het boek wordt dadelijk enthousiast ontvangen.
Op literair en financieel gebied gaat het Raymond De Kremer voor de wind. Hij huurt regelmatig een automobiel met chauffeur, organiseert picknicks voor de familie Anseele en jachtpartijen voor de vrienden, verblijft tijdens de weekends bij voorkeur met zijn gezin aan het Noordzeestrand en haalt uit de stoere verhalen van de vissers die hij daar treft inspiratie voor steeds nieuwe verhalen. Maar drie jaar voor de beruchte crach van Wall Street en het begin van de economische recessie, komt er voor Jean Ray een einde aan het sprookje.
Samen met wisselagent Van den Bogaerde wordt hij aangehouden, op verdenking van misbruik van vertrouwen. Zij zouden grote geldsommen van cliënten achterover hebben gedrukt. Gedurende de hele maand maart van het jaar 1926 gonst het in Gent van de geruchten over de omvang van de fraude en de wijze waarop het geld zou zijn beseed. De kranten maken zelfs gewag van alcoholsmokkel, door Jean Ray georganiseerd, van Europa naar de Verenigde Staten, in het kader van de Drooglegging. Het gezin verhuist naar een kleine woning aan de Albertkaai en om de eindjes aan elkaar te knopen, moet de actrice Nini Balta gaan werken als naaister.
Op 10 januari 1927 komt het proces Van den Bogaerde versus Raymond De Kremer voor de correctionele rechtbank van Gent. Volgens de openbare aanklager is Jean Ray een sluwe zwendelaar die de naam van zijn oom, minister Anseele, heeft misbruikt om het vertrouwen te winnen van goedgelovige, welgestelde burgers, en hun spaarcenten - driekwart miljoen frank - te beleggen in frivole uitstapjes. Op 20 januari 1927 wordt Raymond De Kremer veroordeeld tot een effectieve gevangenisstraf van zes jaar en zes maanden en een boete van 1350 frank; zijn werkgever krijgt een straf van vijf jaar en een boete van 300 frank. De precieze toedracht van de feiten is nooit erg duidelijk geweest, maar één ding staat vast: Jean Ray is een gebroken man.
Zoals weleer in tijden van eenzaamheid, zoekt hij zijn toevlucht in de fantasie en de literatuur. In zijn cel schrijft hij enkele van zijn beste verhalen, die later voor het grootste deel zullen verschijnen in La Revue Belge, onder een ander pseudoniem evenwel, want de naam Jean Ray is voorlopig verbrand. Raymond De Kremer kiest voor John Flanders, naar de heldin Moll Flanders uit de gelijknamige roman van Daniel Defoe. Onder de schuilnaam John Flanders publiceert hij ook in het weekblad Ons Land, dat niet op de hoogte is van de ware identiteit van de auteur.
Op 1 februari 1929 wordt Raymond De Kremer vervroegd vrijgelaten. Zijn losse bijdragen voor beide bladen leveren niet genoeg geld op, zodat hij genoodzaakt wordt contact te zoeken met uitgeverijen die reeksen publiceren. Vanaf 1931 begint John Flanders mee te werken aan de jeugdreeks Vlaamsche Filmkens van de Goede Pers te Averbode; in totaal zal hij in deze serie 'van de paters' 150 verhalen publiceren. Tegelijk begint John Flanders voor een Amsterdamse uitgever de avonturen van Harry Dickson, de Amerikaanse Sherlock Holmes te vertalen in het Frans. Uiteindelijk zal hij de verhalen echter helemaal zelf gaan schrijven, aangezien hij de oorspronkelijke stukken niet zo best vindt. Voor de uitgever is dit in orde, als hij maar rekening houdt met de kaftillustraties van Alfred Raloff. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog wordt deze reeks na 178 nummers stopgezet.
Eind 1931 durft John Flanders het opnieuw aan onder zijn oorspronkelijke pseudoniem een verhalenbundel te publiceren: La Croisière des Ombres bevat enige van zijn beste verhalen, voor het grootste deel ontstaan tijdens zijn verblijf in de cel. Het nieuwe boek van Jean Ray wordt door de pers en het publiek echter straal genegeerd.
Vanaf 1933 begint Raymond De Kremer opnieuw te werken voor een paar kranten. In het Gentse katholieke dagblad Le Bien Public schrijft hij over het dagelijkse leven in de stad, over zijn jeugdherinneringen en over dramatische gebeurtenissen als de dood van koning Albert I, in februari 1934. In dat jaar kan hij ook aan de slag als reporter voor de regio Gent bij het 'onpartijdige morgenblad in woord en beeld', De Dag. Daarin schrijft hij niet alleen nostalgische artikels neer over het Gent van rond de eeuwwisseling, maar wordt hij de specialist van de sensationele berichtgeving, met onder meer zijn verslagen van enkele opzienbarende moordzaken... en zijn reeks reportages over de roof van de Rechtvaardige Rechters uit de Sint Baafs. John Flanders zal aan De Dag verbonden blijven tot 1943, wanneer het blad in een steeds duidelijker collaborerend vaarwater verzeild geraakt.
In de jaren dertig kent John Flanders successen in het buitenland met de publikatie van verhalen in Amerikaanse tijdschriften als Weird Tales en Terror Tales, maar voor het jeugdige publiek in België is hij stilaan een begrip geworden. Hij begint nu ook verhalen te leveren voor de Franstalige tegenhanger van de Vlaamsche Filmkens en publiceert een eerste avonturenroman voor de jeugd: de klassieker Spoken op de ruwe heide uit 1935. Zijn eerste Franstalige jeugdroman verschijnt het jaar nadien.
In 1936 staat hij aan de wieg van het Vlaamse jeugdtijdschrift Bravo!, dat naast Amerikaanse strips als Felix de kat of Stormer Gordon ook ontelbare bijdragen zal brengen van tientallen schuilnamen, waarachter steeds weer Raymond De Kremer verborgen gaat. Samen met de bekende Vlaamse expressionist Frits Van den Berghe verzorgt John Flanders een stipversie van Edmund Bell, de jonge detective. In die periode krijgt hij ook een aantal zware emotionele klappen te verwerken: de dood van zijn moeder, van zijn vriend Frits Van den Berghe en ten slotte ook van zijn zus Elvire, in 1939. Het enige lichtpunt in die dagen is de hereniging met zijn gezin, waarmee hij na zijn arrestatie nog slechts sporadisch contact heeft gehad.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog maakt John Flanders/Jean Ray deel uit van het Brusselse schrijverscollectief annex uitgeverij Les Auteurs Associés. Hij besluit opnieuw zijn oude pseudoniem te hanteren en publiceert bij het collectief de bundels Le Grand Nocturne, Les Cercles de l'épouvante en Les Derniers contes de Canterbury. Bij dezelfde uitgeverij verschijnt ook de roman La Cité de l'indicible peur en zijn meesterwerk, dat algemeen wordt beschouwd als een hoogtepunt in de internationale fantastische literatuur, de roman Malpertuis (1943). Op dat ogenblik blijft erkenning echter nog uit.
Na de oorlog introduceert Averbode de naam John Flanders in de kindertijdschriften Zonneland en Petits Belges, waarvoor hij korte verhalen, feuilletons en stripscenario's schrijft. Tegelijk publiceert hij bij deze uitgeverij enkele jeugdromans, waaronder de klassieker Geheimen van het noorden uit 1948. In die periode werkt John Flanders ook mee aan de jeugdbladen Kuifje (Tintin), Mickey Magazine, 't Kapoentje, Ons Volkske en Pat. De kranten Het Volk en De Nieuwe Gids zijn eveneens gretige afnemers van zijn verhalen en artikels.
Een eerste stap naar internationale erkenning voor zijn werk, wordt gezet door de Franse cineast Roland Stragliati, die na een mislukte poging om La Cité de l'indicible peur te verfilmen, het werk van Jean Ray onder de aandacht brengt van de Franse tijdschriften Mystère Magazine en Fiction. Op die manier belandt de roman Malpertuis ten slotte bij de Parijse uitgever Denoël, die een herdruk van dit meesterwerk brengt in 1955. Het literaire succes wordt overschaduwd door de dood van zijn echtgenote Virginie Bal, maar daarna staat er voor Jean Ray geen maat meer op de roem in Frankrijk.
Het blad Audace bekroont één van zijn verhalen als het beste van het jaar 1956, interviews op radio en televisie volgen elkaar op, in 1961 verschijnt Les 25 meilleures historires noires et fantastiques van Jean Ray bij de Franse uitgeverij Gérard, die onder meer ook Malpertuis opnieuw op de markt brengt. Met de hulp van Jean Ray krijgt zijn vriend, de toneelauteur Michel de Ghelderode, literair eerherstel. In 1963 wordt aan Jean Ray Le Prix des Bouquinistes toegekend te Parijs en enige tijd later verschijnt bij Robert Laffont het eerste deel van zijn Oeuvres complètes. In eigen land wordt Jean Ray nu ook gevierd door diverse verenigingen en door een opvoering van het Ballert van de Twintigste Eeuw, gebaseerd op een verhaal van Jean Ray, in de Koninklijke Muntschouwburg.
Op dat ogenblik is de auteur echter al ernstig ziek. Hij overlijdt op 17 september 1964 te Gent. Zijn omvangrijke werk onder diverse pseudoniemen wordt na zijn dood door verschillende uitgeverijen gepubliceerd, herdrukt en vertaald in het Spaans, Italiaans, Portugees, Duits en Engels. Striptekenaars creëren hun versie van Harry Dickson en Edmund Bell; filmregisseurs laten zich inspireren door zijn boeken: Jean-Pierre Mocky door La Cité de l'indicible peur en Harry Kümel door Malpertuis (1972)...

---
Nationality
Belgium
Birthplace
Ghent, Belgium
Places of residence
Ghent, Belgium (birthplace)
Place of death
Ghent, Belgium
Burial location
Westerbegraafplaats, Ghent, Belgium
Disambiguation notice
Jean Ray and John Flanders are pseudonyms of the Belgian writer, Raymond Jean De Kremer.  Because there is at least one other author represented on LibraryThing whose real name is John Flanders, do not combine the two pages.
Associated Place (for map)
Ghent, Belgium

Members

Discussions

THE DEEP ONES: "The Mainz Psalter" by Jean Ray in The Weird Tradition (June 2023)

Reviews

76 reviews
En muy pocas ocasiones me encontré frente a un problema tan angustioso, pues lo imposible, lo inverosímil y lo fantástico se mezclaban continuamente.


La historia comienza cuando Dickson y su ayudante Tom Wills quedan varados cerca del siniestro dominio de Cricklewell. Allí descubren un mundo de pesadilla oculto en Londres, donde lo fantástico y lo criminal se entrelazan. El misterio involucra la caída de objetos celestes, desapariciones inexplicables y la presencia de Gurrhu, una show more criatura de aspecto inhumano y origen incierto. En una carrera contra el tiempo, el detective deberá enfrentar a una organización despiadada y resolver un enigma que desafía toda lógica científica.

"El templo de hierro" es uno de esos relatos donde Jean Ray deja claro que el detective clásico solo es una excusa. La novela arranca como un caso policial, pero pronto se desliza hacia un fantástico opresivo, casi febril, donde la acumulación de horrores importa más que la coherencia científica. Ray escribe con desparpajo pulp, sin pudor por el exceso: monstruos, sacrificios, civilizaciones ocultas y ciencia imposible conviven sin jerarquías. El ritmo es irregular, a ratos atropellado, pero esa misma desmesura construye su encanto. No busca verosimilitud, sino inquietar. Y lo consigue: el misterio no se resuelve, se clausura a la fuerza, dejando una sensación incómoda, como toda buena pesadilla.
show less
This is such an odd little book. I don't precisely what I expected going in, besides an excellent translation and research by Scott Nicolay, but this certainly defied whatever expectations I had of the francophone master of the weird. Now, this was the first Jean Ray I read, so I was coming to this clean without a lot of preconceived notions, your mileage may vary if you're already a fan.
As summaries indicate, this story is a strange melange of detective novel, M.R. James-ish ghost story, show more horror/the weird, and Dickensian style tongue-in-cheek comedy. After some startlingly funny bits and turns of phrase early on, I settled in to read it as a distinctly comedic detective story with shades of darker scooby-doo as told by an admirer of Dickens. Which was incredibly fulfilling. But as one proceeds through the work, it does grow increasingly dark, has a dread that slowly builds. So I immediately set about re-reading it with the mindset that it was exclusively a slow building, dreadful tale. In both ways it was deeply engaging and satisfying. So decide going in, or don't and take it as it goes, but know you're in for a wonderful crafted and entertaining time. show less
A pretty awesome and singular weird fiction collection. Jean Ray reminds me almost of Robert Aickman in the degree to which his stories accrue strange details until reality itself falls away, but always in an allusive and strange way. He's quite a bit more pulpy though, so all hell tends to break loose in a way it doesn't for Aickman, and yet things remain unsolved... Credit also to all Wakefield's editions of Ray, which are exemplary even by their standards. Scott Nicolay's love and deep show more engagement with these books is delightful and he provides a huge number of explanatory annotations and an excellent afterword doing a little literary archaeology to situation Jean Ray in the tradition of weird fiction. Malpertuis may be Ray's best but, as Nicolay says, this book is a great pitch for Jean Ray deserving to be in the pantheon of weird fiction writers.

- The Horrifying Presence: More of a tone-setter than a full story, but the final nature of the beast and the way it kills is pretty neat. 3/5

- The End of the Street: A wonderful story, fragmentary, befuddling, and beautifully mournful. Nicolay points out that one of Jean Ray's signatures is that he tends to take a ghost story to where it would normally end and then take it into a further direction that both elaborates on and confuses the previous bit and this is one of the most fluid examples of that style. 5/5

- The Last Guest: A kind of stock ghost story structure for Ray, but not a bad one, and he is really a master at evoking the feeling of being utterly alone in the world. Isn't it interesting, by the way, that invisible monsters figure in every one of these stories? 4/5

- Duhrer, The Idiot: Now this is a Robert Aickman-type story. This thing is utterly enigmatic and deeply unsettling in a way that's difficult to explain. 5+/5

- Mondschein-Dampfer: A very fun twist on Faust with a really interesting ending that takes the story into a much more ambiguous and strange direction than you'd expect. 4/5

- The Gloomy Alley: ABSOLUTE FUCKING BANGER. I think this is absolutely one of the best weird fiction stories of all time and should be essential for anyone interested in the genre. Two perspectives on the same phenomenon turn out to be deeply connected but with a huge outside logic that we never have access to. 5+/5

- The Mainz Psalter: Not quite as good as the previous novella, but still a great time. This one plays with a really fun genre shift, where it starts off as an adventurous pulpy sailing tale and progressively falls apart into chaos and confusion. "We bowed our heads before the Holy Word, and we gave up trying to understand" could be the tagline for this whole collection. 4/5
show less
It's always refreshing to read weird fiction that's truly WEIRD, as opposed to just about strange things happening. Jean Ray's major novel delivers a particularly strange haunted house story, one that increases in surrealism and metaphysics until it ends up taking apart the whole genre and rebuilding it into something else. Ray's language is also wonderful, coating the house in dripping shadows and flickering lights, and his agility of tone between parody, disorientation, and genuinely scary show more stuff is really impressive. An absolute banger, though probably not for everyone. show less

Lists

Awards

You May Also Like

Associated Authors

Statistics

Works
356
Also by
20
Members
1,892
Popularity
#13,595
Rating
3.8
Reviews
73
ISBNs
247
Languages
8
Favorited
14

Charts & Graphs