Adriaan Morriën (1912–2002)
Author of Plantage Muidergracht
About the Author
Works by Adriaan Morriën
Goed geboekt : een verzameling van schetsen, korte verhalen en tekeningen (1954) — Editor — 43 copies
Mens en engel 6 copies
Cryptogram 5 copies
Liefdeswoorden 3 copies
De oude dag : een bloemlezing over ouderdom en ouder worden (1994) — Composer; Introduction; Translator; Contributor — 3 copies
Dromen met open ogen 3 copies
Het Vaderland 2 copies
Een slordig mens 2 copies
Juni 2 copies
Beeldende poezie Amsterdam 2 copies
Moeders en zonen 2 copies
Amsterdam 2 copies
Dromen kost geld 1 copy
Waarom ik geen Dante specialist ben geworden een bijdrage tot het probleem van de besluitvorming 1 copy
De veertiende deur — Author — 1 copy
Floroskoop: juni 1 copy
Al schrijvend - proza en poëzie van 1920 - 1950 (samst. Adriaan Morriën) — Composer — 1 copy
Een bijzonder mooi been 1 copy
Concurreren met de sterren 1 copy
Hartslag 1 copy
Associated Works
Story of O, Part II: Return to the Château (1969) — Translator, some editions — 449 copies, 8 reviews
De Nederlandse poëzie van de negentiende en twintigste eeuw in duizend en enige gedichten (1979) — Contributor, some editions — 209 copies, 1 review
De Nederlandse en Vlaamse literatuur vanaf 1880 in 250 verhalen (2005) — Contributor — 79 copies, 2 reviews
Facetten der Nederlandse poëzie. [3]: Van Martinus Nijhoff tot Herwig Hensen (1954) — Contributor — 5 copies
Bolle buiken : de mooiste verhalen over de zwangerschap — Contributor — 4 copies
Over Multatuli — Contributor — 3 copies
Meesters der vertelkunst : zevenendertig verhalen uit de moderne wereldliteratuur (1975) — Translator — 2 copies
Tagged
Common Knowledge
- Canonical name
- Morriën, Adriaan
- Birthdate
- 1912-06-05
- Date of death
- 2002-06-07
- Gender
- male
- Occupations
- poet
essayist
translator
literary critic - Nationality
- Netherlands
- Birthplace
- Velsen, Noord-Holland, Nederland
- Place of death
- Amsterdam, Noord-Holland, Nederland
- Associated Place (for map)
- Netherlands
Members
Reviews
Genant is the Dutch word for embarrassing. It is the best word to characterize this collection of letters.
Adriaan Morriën was a long-lived author, but throughout his long career has mainly remained unknown to the reading public. Mostly known for poetry, Morriën wrote very little prose, with exception of two volumes of autobiographical writings. His long career was foremostly spent as an editor for various literary magazines. Through his literary work Morriën made many literary friends show more among Dutch and German writers.
In the Spring of 1956 Adriaan Morriën, then 43 years old, met the much younger Lotus Schipper, then 22 years old. With her he started a passionate affair which he was able to keep from his wife for about a year. The illicit affair was kept by an intense correspondence and regular meetings in hotels in the Netherlands, Italy and Germany.
Lotus, who studied French at the time spent some time living in France. Morriën often travelled abroad for his literary work. He would plan or arrange his trips to cities to be with Lotus, and asked her to travel hundreds of miles to meet him in cities in Germany.
The letters are an overflowing wave upon wave of sexual desire. Their meetings are mainly spent in bed. Progressing through the letters, it becomes clear that Lotus is merely a sex object. At the beginning, the reader may be willing to accept the romance as wild passion, but later on it becomes increasingly apparent that Morriën is sex obsessed.
The book only contains the letters written by Morriën. The letters she wrote are not included, however, from some passages it can be gleaned that she had doubts and desired a more balanced, more quiet relationship that would offer her more perspective. She is drawn into Morriën's work, as he gives her commissions to write articles and encourages her development as a writer. However, it seems her emotional needs are ignored. Adriaan Morriën appears as a totally narcissistic sex maniac with a purely selfish lust for the young student, except that, in the end, he endorses and lightly encourages her to start a relationship with a young man who is interested in her.
Lotus-brieven. Het verslag van een betovering was the last book to be appear in his lifetime, the year before his death. It is a commercial publication, not an academic edition, although Morriën's biographer has acted as an editor, adding some notes, a foreword and an afterword. The correspondence was published several decades after the death of Lotus Schipper, who died in 1965. show less
Adriaan Morriën was a long-lived author, but throughout his long career has mainly remained unknown to the reading public. Mostly known for poetry, Morriën wrote very little prose, with exception of two volumes of autobiographical writings. His long career was foremostly spent as an editor for various literary magazines. Through his literary work Morriën made many literary friends show more among Dutch and German writers.
In the Spring of 1956 Adriaan Morriën, then 43 years old, met the much younger Lotus Schipper, then 22 years old. With her he started a passionate affair which he was able to keep from his wife for about a year. The illicit affair was kept by an intense correspondence and regular meetings in hotels in the Netherlands, Italy and Germany.
Lotus, who studied French at the time spent some time living in France. Morriën often travelled abroad for his literary work. He would plan or arrange his trips to cities to be with Lotus, and asked her to travel hundreds of miles to meet him in cities in Germany.
The letters are an overflowing wave upon wave of sexual desire. Their meetings are mainly spent in bed. Progressing through the letters, it becomes clear that Lotus is merely a sex object. At the beginning, the reader may be willing to accept the romance as wild passion, but later on it becomes increasingly apparent that Morriën is sex obsessed.
The book only contains the letters written by Morriën. The letters she wrote are not included, however, from some passages it can be gleaned that she had doubts and desired a more balanced, more quiet relationship that would offer her more perspective. She is drawn into Morriën's work, as he gives her commissions to write articles and encourages her development as a writer. However, it seems her emotional needs are ignored. Adriaan Morriën appears as a totally narcissistic sex maniac with a purely selfish lust for the young student, except that, in the end, he endorses and lightly encourages her to start a relationship with a young man who is interested in her.
Lotus-brieven. Het verslag van een betovering was the last book to be appear in his lifetime, the year before his death. It is a commercial publication, not an academic edition, although Morriën's biographer has acted as an editor, adding some notes, a foreword and an afterword. The correspondence was published several decades after the death of Lotus Schipper, who died in 1965. show less
Ik weet niet meer waarom ik precies dit Privé-Domein deel van Adriaan Morriën aanschafte in 2011. Plantage Muidergracht leek mij een bekende titel in die serie maar het staat dus al jaren ongelezen in de kast en dat kon zo niet langer.
Nu heb ik het gelezen en weet ik niet precies wat ik er mee aan moet. Laat ik voorop stellen dat ik nog nooit iets van Adriaan Morriën heb gelezen. Hij was dichter, schrijver, vertaler en essayist en deed dat naar verluidt zeer verdienstelijk maar ik zie show more nergens dat hij tot de grote schrijvers der Nederlanden wordt gerekend. Dat hoeft een prettige kennismaking via dit egotistisch geschrift natuurlijk niet in de weg te staan, dus ik was benieuwd.
De achterkant van dit boek belooft ons herinneringen, invallen, autobiografische verhalen, reisbeschrijvingen en notities. Dit alles in rijkgeschakeerde stijl, lichtvoetig en met ironie en scepsis.
Van die autobiografische verhalen zijn de herinneringen aan verpleegster Lies Franken degenen die het meest bijblijven. Morriën lijdt in zijn jeugd aan tuberculose en wordt opgenomen in een sanatorium waar hij door Lies verpleegd wordt. Hij ontwikkelt een heimelijke verliefdheid en zij deelt later zijn lot en loopt de ziekte ook op. Na een uitgebreide briefwisseling ontmoeten zij elkaar weer maar de jubelstemming is ver te zoeken;
Reeds toen en aan het begin tevens van onze wandeling voelde ik voor haar, behalve sympathie, vooral een sterk medelijden en een grote droefheid waarvoor mij telkens de Franse woorden douleur en douloureux invielen, een schemerig gevoel, zo zacht, zo bang om verder te gaan en zich te stoten als ik zelden heb gehad: het bewustzijn van de eenzaamheid van de ander.
Morriën vertelt ook smakelijk over een Syrische meneer die de gedichten van Gerrit Achterberg in het Arabisch heeft vertaald. Dat lijkt mij persoonlijk een opgave en ook Morriën zou graag de ‘decoratieve vliegenpoepjes’ van het Arabische schrift weer eens terugvertaald willen zien naar het Nederlands om te zien wat er nu van gebrouwen is. Het is er niet van gekomen, hij gaat naadloos over tot zijn benoeming tot penningmeester van de gereformeerde knapenvereniging waar hij nog iets over kwijt wil. Dat is ook belangrijk natuurlijk.
Zijn reis naar Roemenië voor een schrijverscongres kunt u wat mij betreft overslaan. Zijn beschrijving van dat land is uiteraard zeer gedateerd, of u moet belangstelling hebben voor het Roemenië van 1956, dat kan natuurlijk.
Wat wel een mooi en ontroerend verhaal is, is het verhaal over zijn grootmoeder. Grootvader was als visser al een tijd terug in een vliegende storm bij IJsland overboord geslagen en verdronken. Na de kerkdienst zit de familie bij elkaar en barst oma in tranen uit, en zij bekent blozend dat ze de benen knoop van opa’s onderbroek tijdens de preek heeft laten vallen, buiten haar bereik. Het enige voorwerp dat van hem was overgebleven en waar ze mee heeft zitten spelen tijdens de dienst;
Mijn grootmoeder had zo hevig gebloosd dat de blos zich tot haar hals uitbreidde, getuige niet slechts van de schaamte die zij had moeten overwinnen om het verlies van de knoop van mijn grootvaders onderbroek te bekennen en het bestaan ervan prijs te geven, maar ook, begreep ik onmiddelijk, van de kracht van haar herinnering die niet anders dan van erotische aard kon zijn.
Natuurlijk beweegt Morriën zich in literaire kringen en wij lopen met hem mee op de begrafenis van Simon Vestdijk. Ook gaat het over zijn relatie met Willem Frederik Hermans. Zij zouden later gebrouileerd raken, iets dat met Hermans overigens niet al te moeilijk was.
In 1946, denkt u niet dat al het nieuws heet van de naald is, is Morriën in Parijs. Hij is op zoek naar uitgevers maar belandt in een uitspanning met de naam Maison Antinéa. Dat is geen uitgeverij, ook geen café, maar wel een plek waar hij Mademoiselle Alpacca ontmoet die hem even precies uitlegt op welke manieren ‘on peut faire l’amour.’ Hij is helemaal ondersteboven van haar en ziet haar vaker. Als hij haar op een later bezoek aan Parijs weer wil opzoeken, is hij haar voorgoed kwijt;
Toch ga ik naar Pigalle en tel de straten af totdat ik Maison Antinéa gevonden heb…Het naambord is verdwenen. De lamp boven de deur heeft zijn glans verloren. Grauwe vitrages voor de ramen. Op een karton, achter een van de ramen, de mededeling dat in het huis een bureau is gevestigd voor de behartiging van de belangen voor slachtoffers van het racisme.
Klein leed voor de heer Morriën dus, maar niet echt want een paar pagina’s verder verhaalt hij alweer over zijn verhouding met Lotus. Waarom het boek precies Plantage Muidergracht heet weet ik niet. Hij heeft het wel even over zijn Amsterdamse woning maar zijn geboorteplaats IJmuiden komt vaker voor. Ik heb een aantekening gemaakt over de futen op zijn gracht maar u kunt gerust zonder die informatie.
Dat geldt eigenlijk voor het hele boek. Het is aangenaam geschreven, het kabbelt lekker voort en er is niets mis mee maar uw levensgeluk daalt niet navenant als u onverhoopt niet aan dit boek toekomt. show less
Nu heb ik het gelezen en weet ik niet precies wat ik er mee aan moet. Laat ik voorop stellen dat ik nog nooit iets van Adriaan Morriën heb gelezen. Hij was dichter, schrijver, vertaler en essayist en deed dat naar verluidt zeer verdienstelijk maar ik zie show more nergens dat hij tot de grote schrijvers der Nederlanden wordt gerekend. Dat hoeft een prettige kennismaking via dit egotistisch geschrift natuurlijk niet in de weg te staan, dus ik was benieuwd.
De achterkant van dit boek belooft ons herinneringen, invallen, autobiografische verhalen, reisbeschrijvingen en notities. Dit alles in rijkgeschakeerde stijl, lichtvoetig en met ironie en scepsis.
Van die autobiografische verhalen zijn de herinneringen aan verpleegster Lies Franken degenen die het meest bijblijven. Morriën lijdt in zijn jeugd aan tuberculose en wordt opgenomen in een sanatorium waar hij door Lies verpleegd wordt. Hij ontwikkelt een heimelijke verliefdheid en zij deelt later zijn lot en loopt de ziekte ook op. Na een uitgebreide briefwisseling ontmoeten zij elkaar weer maar de jubelstemming is ver te zoeken;
Reeds toen en aan het begin tevens van onze wandeling voelde ik voor haar, behalve sympathie, vooral een sterk medelijden en een grote droefheid waarvoor mij telkens de Franse woorden douleur en douloureux invielen, een schemerig gevoel, zo zacht, zo bang om verder te gaan en zich te stoten als ik zelden heb gehad: het bewustzijn van de eenzaamheid van de ander.
Morriën vertelt ook smakelijk over een Syrische meneer die de gedichten van Gerrit Achterberg in het Arabisch heeft vertaald. Dat lijkt mij persoonlijk een opgave en ook Morriën zou graag de ‘decoratieve vliegenpoepjes’ van het Arabische schrift weer eens terugvertaald willen zien naar het Nederlands om te zien wat er nu van gebrouwen is. Het is er niet van gekomen, hij gaat naadloos over tot zijn benoeming tot penningmeester van de gereformeerde knapenvereniging waar hij nog iets over kwijt wil. Dat is ook belangrijk natuurlijk.
Zijn reis naar Roemenië voor een schrijverscongres kunt u wat mij betreft overslaan. Zijn beschrijving van dat land is uiteraard zeer gedateerd, of u moet belangstelling hebben voor het Roemenië van 1956, dat kan natuurlijk.
Wat wel een mooi en ontroerend verhaal is, is het verhaal over zijn grootmoeder. Grootvader was als visser al een tijd terug in een vliegende storm bij IJsland overboord geslagen en verdronken. Na de kerkdienst zit de familie bij elkaar en barst oma in tranen uit, en zij bekent blozend dat ze de benen knoop van opa’s onderbroek tijdens de preek heeft laten vallen, buiten haar bereik. Het enige voorwerp dat van hem was overgebleven en waar ze mee heeft zitten spelen tijdens de dienst;
Mijn grootmoeder had zo hevig gebloosd dat de blos zich tot haar hals uitbreidde, getuige niet slechts van de schaamte die zij had moeten overwinnen om het verlies van de knoop van mijn grootvaders onderbroek te bekennen en het bestaan ervan prijs te geven, maar ook, begreep ik onmiddelijk, van de kracht van haar herinnering die niet anders dan van erotische aard kon zijn.
Natuurlijk beweegt Morriën zich in literaire kringen en wij lopen met hem mee op de begrafenis van Simon Vestdijk. Ook gaat het over zijn relatie met Willem Frederik Hermans. Zij zouden later gebrouileerd raken, iets dat met Hermans overigens niet al te moeilijk was.
In 1946, denkt u niet dat al het nieuws heet van de naald is, is Morriën in Parijs. Hij is op zoek naar uitgevers maar belandt in een uitspanning met de naam Maison Antinéa. Dat is geen uitgeverij, ook geen café, maar wel een plek waar hij Mademoiselle Alpacca ontmoet die hem even precies uitlegt op welke manieren ‘on peut faire l’amour.’ Hij is helemaal ondersteboven van haar en ziet haar vaker. Als hij haar op een later bezoek aan Parijs weer wil opzoeken, is hij haar voorgoed kwijt;
Toch ga ik naar Pigalle en tel de straten af totdat ik Maison Antinéa gevonden heb…Het naambord is verdwenen. De lamp boven de deur heeft zijn glans verloren. Grauwe vitrages voor de ramen. Op een karton, achter een van de ramen, de mededeling dat in het huis een bureau is gevestigd voor de behartiging van de belangen voor slachtoffers van het racisme.
Klein leed voor de heer Morriën dus, maar niet echt want een paar pagina’s verder verhaalt hij alweer over zijn verhouding met Lotus. Waarom het boek precies Plantage Muidergracht heet weet ik niet. Hij heeft het wel even over zijn Amsterdamse woning maar zijn geboorteplaats IJmuiden komt vaker voor. Ik heb een aantekening gemaakt over de futen op zijn gracht maar u kunt gerust zonder die informatie.
Dat geldt eigenlijk voor het hele boek. Het is aangenaam geschreven, het kabbelt lekker voort en er is niets mis mee maar uw levensgeluk daalt niet navenant als u onverhoopt niet aan dit boek toekomt. show less
Awards
You May Also Like
Associated Authors
Statistics
- Works
- 47
- Also by
- 24
- Members
- 345
- Popularity
- #69,184
- Rating
- 3.9
- Reviews
- 9
- ISBNs
- 27














