Walter van den Broeck (1941–2024)
Author of Brief aan Boudewijn
About the Author
Disambiguation Notice:
(yid) VIAF:54164793
Series
Works by Walter van den Broeck
Amanda en de widowmaker: Een novelle geschreven ter gelegenheid van het vijftigjarig jubileum van De Bezige Bij (Dutch Edition) (1994) 6 copies
Mazelen toneelstuk in vier bedrijven 2 copies
1 cola met 6 rietjes 1 copy
Terug naar Walden roman 1 copy
Het land van Pernath 1 copy
Averechts 1 copy
De achtste deur — Author — 1 copy
Met Marlèn Nolta 1 copy
Associated Works
Tagged
Common Knowledge
- Canonical name
- Broeck, Walter van den
- Legal name
- Van den Broeck, Walter
- Other names
- Broeck, Walter van den
- Birthdate
- 1941-03-28
- Date of death
- 2024-02-05
- Gender
- male
- Occupations
- onderwijzer
- Awards and honors
- Staatsprijs voor Toneel (1982)
Henriëtte Roland Holst-prijs (1993)
Staatsprijs voor Proza (1993) - Relationships
- Van den Broeck, Stefan (zoon)
- Nationality
- Belgium
- Birthplace
- Olen, Belgium
- Places of residence
- Turnhout, Belgium
- Disambiguation notice
- VIAF:54164793
- Associated Place (for map)
- Belgium
Members
Reviews
Ik werd door Jeroen Brouwers in zijn Vliegenboek gewezen op de literatuur van de Vlaamse schrijver Walter van den Broeck. Daarvan las ik al Aantekeningen van een stambewaarder en nu is het de beurt aan Brief aan Boudewijn.
Beschreef Van den Broeck in Aantekeningen van een stambewaarder de elkaar eeuwenlang opvolgende generaties van de familie Van den Broeck, de Brief aan Boudewijn beschrijft het land, de landstreek en het dorp waarin die generaties hebben kunnen gedijen. In die zin is het een show more broeder- of zusterboek.
Het dorp in kwestie heet Olen en het boek is in feite een lange brief aan de koning. De verteller, Walter zelf, komt uit een koningsgezind gezin. Hij heeft de koning drie keer van nabij gezien en het wordt hoog tijd dat hij de koning zelf onverbloemd laat zien hoe het er voor staat in zijn geboortestreek. Reden is dat de koning, als hij op bezoek komt, natuurlijk niet het volledige verhaal meekrijgt;
Voor u ergens op bezoek gaat, wordt uw reisweg door stads- en gemeentebesturen nauwkeurig bestudeerd. In ijltempo krijgen de wegen en de straten waarover u straks zult rijden een nieuw laagje tarmac.
De plaatselijke fabriek wordt opgepoetst, nieuwe beplanting inderhaast aangelegd en er wordt een blik honderdjarigen, gehandicapten en families met zeven zonen in zijn blikveld geschoven en zo wordt de vorst een mooi plaatje gepresenteerd.
Maar dat is buiten Walter gerekend. Hij schrijft een brief waarin hij Boudewijn rondrijdt door zijn dorp en hem buiten de gebaande paden brengt. Dan ontvouwt zich een, wat mij betreft, prachtig portret van een dorp in de Belgische Kempen met haar gewoonten, tradities, haar inwoners met al hun nukken grillen maar ook met hun saamhorigheid.
Zo vertelt hij de vorst over de pijlers van het dorp. Voetbal, de duivensport en het kaartspel. Het gaat over de plaatselijke cinema en over de ruzies die er plaatsvinden. Zeker in het oude dorp worden die onderling opgelost. Politie is er niet gewenst, men dopt er de eigen bonen;
Soms laveert een verloren dronkaard op een kriepende fiets, luidkeels lallend, van de ene gootkant naar de andere. Dan kijken een paar mankerels vanonder hun pet in zijn richting, slenteren met opgetrokken schouders op hem toe, leggen een hand op het stuur en fluisteren hem iets in het oor. Waarna hij, als bij toverslag ontnuchterd, de fiets keert en veel sneller en ook rechter dan daarnet de straat weer uitfietst.
Grotere vergrijpen worden voorgelegd aan de chef garde, het hoofd van de fabriekswacht. Iedereen werkt op de koperfabriek en dreigen met een bezoek aan de directeur om uw vergrijp eens toe te lichten brengt de meeste heethoofden tot bedaren.
De mensen zijn er niet rijk en kijken op tegen de hoge heren. Ze zijn ook niet tegen rijkdom, dat blijft een gezamenlijk streven. Tot die tijd is het sappelen en als de vrachtwagens met sintels, as en slakken de fabriek verlaten, loopt het dorp uit om brandstof te verzamelen;
Verbetenheid en korzeligheid hebben de grapjes verdrongen. Als men elkaar verholen aankijkt, geknield, hijgend, aldoor smeriger wordend, wordt duidelijk wat men écht aan het doen is.
Hier zit je godverdomme cokes te rapen, kooltje na kooltje, om een paar frank uit te kunnen sparen.
Cokes rapen is een vernederend karwei, sire. Vooral als je af en toe van de weg af moet, om de driftig toeterende wagen van een of andere ingenieur te laten passeren.
Het is dus een hard bestaan maar men maakt ook tijd vrij voor vertier. Op de jaarlijkse kermis steekt iedereen de handen uit de mouwen om het tot een succes te maken. Er wordt een lepel- en een kikkerkoers gelopen onder de klanken van de schlagers van De Trappers van Alaska of De Jodelende Fluiter. ’s Avonds wordt er gedanst en geflikflooid. Roept de drummer van de band ‘Hooi!’, dan moet de jongen het meisje aan de tap een consumptie betalen, roept hij ‘Strooi!’ dan is het andersom.
Zo tuft Walter met Boudewijn op zijn fictieve tocht door Olen en laat hem alles zien. Per huisnummer volgt een toelichting op welk gezin er woont en wat hen zoal bezig houdt of treft in het leven. Soms neemt hij de vorst even mee naar binnen en laat een huis zien. Ook zijn eigen huisje waar hij als kind woonde en de vorst blijft niets bespaard;
De weeë geur die u nu waarneemt komt van het witgeëmailleerde pissijn (urinoir) dat tegen tstalleke is vastgeschroefd. Zelfs als hij op zijn tenen gaat staan, slaagt Walter er niet in er zijn kleine boodschap in te lozen. Daarom gaat hij in de regel tegen de seringenhaag staan. In de hoek met de scheidingsmuur, daar waar de steentjes eindigen op het deksel van de beerput, zit een groene deur met zwartgelakte klink. Daarachter is tgemak. Ik toon het u even, sire. Ach, die stank, dat went wel.
Ik zou nog veel meer citaten kunnen geven maar dit sociaal-economische prachtportret verdient wat mij betreft een groot lezerspubliek. show less
Beschreef Van den Broeck in Aantekeningen van een stambewaarder de elkaar eeuwenlang opvolgende generaties van de familie Van den Broeck, de Brief aan Boudewijn beschrijft het land, de landstreek en het dorp waarin die generaties hebben kunnen gedijen. In die zin is het een show more broeder- of zusterboek.
Het dorp in kwestie heet Olen en het boek is in feite een lange brief aan de koning. De verteller, Walter zelf, komt uit een koningsgezind gezin. Hij heeft de koning drie keer van nabij gezien en het wordt hoog tijd dat hij de koning zelf onverbloemd laat zien hoe het er voor staat in zijn geboortestreek. Reden is dat de koning, als hij op bezoek komt, natuurlijk niet het volledige verhaal meekrijgt;
Voor u ergens op bezoek gaat, wordt uw reisweg door stads- en gemeentebesturen nauwkeurig bestudeerd. In ijltempo krijgen de wegen en de straten waarover u straks zult rijden een nieuw laagje tarmac.
De plaatselijke fabriek wordt opgepoetst, nieuwe beplanting inderhaast aangelegd en er wordt een blik honderdjarigen, gehandicapten en families met zeven zonen in zijn blikveld geschoven en zo wordt de vorst een mooi plaatje gepresenteerd.
Maar dat is buiten Walter gerekend. Hij schrijft een brief waarin hij Boudewijn rondrijdt door zijn dorp en hem buiten de gebaande paden brengt. Dan ontvouwt zich een, wat mij betreft, prachtig portret van een dorp in de Belgische Kempen met haar gewoonten, tradities, haar inwoners met al hun nukken grillen maar ook met hun saamhorigheid.
Zo vertelt hij de vorst over de pijlers van het dorp. Voetbal, de duivensport en het kaartspel. Het gaat over de plaatselijke cinema en over de ruzies die er plaatsvinden. Zeker in het oude dorp worden die onderling opgelost. Politie is er niet gewenst, men dopt er de eigen bonen;
Soms laveert een verloren dronkaard op een kriepende fiets, luidkeels lallend, van de ene gootkant naar de andere. Dan kijken een paar mankerels vanonder hun pet in zijn richting, slenteren met opgetrokken schouders op hem toe, leggen een hand op het stuur en fluisteren hem iets in het oor. Waarna hij, als bij toverslag ontnuchterd, de fiets keert en veel sneller en ook rechter dan daarnet de straat weer uitfietst.
Grotere vergrijpen worden voorgelegd aan de chef garde, het hoofd van de fabriekswacht. Iedereen werkt op de koperfabriek en dreigen met een bezoek aan de directeur om uw vergrijp eens toe te lichten brengt de meeste heethoofden tot bedaren.
De mensen zijn er niet rijk en kijken op tegen de hoge heren. Ze zijn ook niet tegen rijkdom, dat blijft een gezamenlijk streven. Tot die tijd is het sappelen en als de vrachtwagens met sintels, as en slakken de fabriek verlaten, loopt het dorp uit om brandstof te verzamelen;
Verbetenheid en korzeligheid hebben de grapjes verdrongen. Als men elkaar verholen aankijkt, geknield, hijgend, aldoor smeriger wordend, wordt duidelijk wat men écht aan het doen is.
Hier zit je godverdomme cokes te rapen, kooltje na kooltje, om een paar frank uit te kunnen sparen.
Cokes rapen is een vernederend karwei, sire. Vooral als je af en toe van de weg af moet, om de driftig toeterende wagen van een of andere ingenieur te laten passeren.
Het is dus een hard bestaan maar men maakt ook tijd vrij voor vertier. Op de jaarlijkse kermis steekt iedereen de handen uit de mouwen om het tot een succes te maken. Er wordt een lepel- en een kikkerkoers gelopen onder de klanken van de schlagers van De Trappers van Alaska of De Jodelende Fluiter. ’s Avonds wordt er gedanst en geflikflooid. Roept de drummer van de band ‘Hooi!’, dan moet de jongen het meisje aan de tap een consumptie betalen, roept hij ‘Strooi!’ dan is het andersom.
Zo tuft Walter met Boudewijn op zijn fictieve tocht door Olen en laat hem alles zien. Per huisnummer volgt een toelichting op welk gezin er woont en wat hen zoal bezig houdt of treft in het leven. Soms neemt hij de vorst even mee naar binnen en laat een huis zien. Ook zijn eigen huisje waar hij als kind woonde en de vorst blijft niets bespaard;
De weeë geur die u nu waarneemt komt van het witgeëmailleerde pissijn (urinoir) dat tegen tstalleke is vastgeschroefd. Zelfs als hij op zijn tenen gaat staan, slaagt Walter er niet in er zijn kleine boodschap in te lozen. Daarom gaat hij in de regel tegen de seringenhaag staan. In de hoek met de scheidingsmuur, daar waar de steentjes eindigen op het deksel van de beerput, zit een groene deur met zwartgelakte klink. Daarachter is tgemak. Ik toon het u even, sire. Ach, die stank, dat went wel.
Ik zou nog veel meer citaten kunnen geven maar dit sociaal-economische prachtportret verdient wat mij betreft een groot lezerspubliek. show less
Ok, niet beste en zoals verwacht. Wel sfeerschepping van cité in de kempen.
ik ben en blijf een dan, zot verhaal, oer Vlaams, maar toch vernieuwend, zalige combinatie
Awards
You May Also Like
Associated Authors
Statistics
- Works
- 49
- Also by
- 1
- Members
- 873
- Popularity
- #29,325
- Rating
- 3.5
- Reviews
- 16
- ISBNs
- 68
- Languages
- 1
- Favorited
- 1
















