
Bill C. Malone
Author of Country Music, U.S.A.
About the Author
Bill C. Malone is professor emeritus of history at Tulane University. His books include Don't Get above Your Raisin': Country Music and the Southern Working Class and Country Music, U.S.A.
Works by Bill C. Malone
Stars of Country Music: Uncle Dave Macon to Johnny Rodriguez (Music in American Life series) (1975) — Editor — 40 copies
Don't Get above Your Raisin': Country Music and the Southern Working Class (Music in American Life) (2001) 39 copies
Singing Cowboys and Musical Mountaineers: Southern Culture and the Roots of Country Music (1993) 30 copies
Associated Works
Tagged
Common Knowledge
- Birthdate
- 1934-08-25
- Gender
- male
- Education
- University of Texas
- Occupations
- musician
historian - Nationality
- USA
- Birthplace
- Tyler, Texas, USA
- Associated Place (for map)
- Texas, USA
Members
Reviews
A good solid history of country music, which I first encountered as a college textbook in 1982. This edition covers country music through about 1980 really well, with separate coverage of bluegrass and a bit of folk music in the mix.
Except the last two chapters, which are new with this edition. I found the next-to-last chapter, by Malone, unsatisfactory--while it talks about late-twentieth-century country music at about the same level of detail as the rest of the book, the treatment's show more relatively superficial.
The last chapter, by co-author Tracey EW Laird, is just annoying. While there's some good work in the chapter, it's tied way too closely to the Dixie Chicks (a group I love, by the way). It begins and ends with their CMA performance with Beyonce; in between there's discussion of their "controversial" politics. Some of that discussion certainly belongs in this book, but it shouldn't have been central to the chapter. show less
Except the last two chapters, which are new with this edition. I found the next-to-last chapter, by Malone, unsatisfactory--while it talks about late-twentieth-century country music at about the same level of detail as the rest of the book, the treatment's show more relatively superficial.
The last chapter, by co-author Tracey EW Laird, is just annoying. While there's some good work in the chapter, it's tied way too closely to the Dixie Chicks (a group I love, by the way). It begins and ends with their CMA performance with Beyonce; in between there's discussion of their "controversial" politics. Some of that discussion certainly belongs in this book, but it shouldn't have been central to the chapter. show less
U kent natuurlijk het laatste beeld van Lucky Luke, die het stripverhaal uitloopt terwijl hij zingt I’m A Poor Lonesome Cowboy. Ik vermoedde wel zo’n beetje dat hier niet de oorsprong van de countrymuziek lag maar ben wel benieuwd naar de achtergrond van die muzieksoort. Zoals ik eerder al eens aangaf, ik heb iets met countrymuziek.
Hiervoor kunt u prima terecht in dit lijvige boek van Bill C. Malone, Country Music USA. Tracey E.W. Laird staat ook als auteur vermeld en dat klopt, maar dat show more betreft slechts het laatste hoofdstuk over de meest recente ontwikkelingen.
Het boek telt een kleine 600 pagina’s én nog ruim 80 pagina’s aan bibliografische essays voor als u meer over de materie wilt opzoeken. Het is zo’n uitgebreid boek omdat het diende als promotieonderzoek van Malone.
Dat is ook de reden dat we diep in de materie duiken. Malone gaat in op wat ‘country’ nu eigenlijk is en wie het zingt. Dan zitten we ver voor cowboys als Lucky Luke, want de vroege countrymuziek wordt uit Europa meegebracht door de immigranten. Zij spelen en zingen muziek met invloeden uit Engeland, Ierland, Schotland, Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk en de Bohemen. Daar komen invloeden uit Afrika bij en zo leren we dat de banjo, bekend uit de vroege rurale muziek, zijn oorsprong kent in West-Afrika.
Countrymuziek wordt vaak geassocieerd met gitaren en dat klopt, maar die komen later pas om de hoek kijken. De viool, of ‘fiddle’, en de banjo dus spelen een grote rol. De auteur noemt veel voorbeelden in zijn boek van viool-, banjo- en later ook gitaarspelers en gaat in op hun stijl en waar ze hun invloeden vandaan halen. Zo zegt hij over de banjospeler Dock Boggs (1898-1971);
Boggs’s repertory was filled with traditional songs but…Boggs also successfully adapted black material to traditional white rural performing styles…Boggs’s banjo style has been as intruiging to listeners as his songs choices. Unlike any other performer, he did not strum or frail but instead picked out the melodies note for note as he sang.
Een van de eerste grote countryzangers is Jimmie Rodgers (1897-1933). Hij staat bekend om de jodel in zijn stem en dat mag wat gedateerd aandoen; alle countryartiesten van naam zeggen door hem te zijn beïnvloed. Hij sterft jong want lijdt aan tuberculose, maar schrijft ook daar nummers over, zoals TB Blues.
Voor de verspreiding en populariteit van countrymuziek is de radio erg belangrijk, en dan met name programma’s als de National Barne Dance en de Grand Ole Opry. Met name die laatste wordt een instituut waar tot op de dag van vandaag iedere countryartiest van naam wil optreden. De Opry groeit en verhuist zelfs, maar behoudt sfeer;
The management strove mightily to preserve the sense of family and informality for which the show was famous. Friends and relatives still sat on benches at the back of the stage, and performers walked in and out while their colleagues performed before the microphones.
Omdat dit eigenlijk een proefschrift is, is het onderzoek gedegen en wordt u aardig cultureel-antropologisch bijgespijkerd. U leert over de origine van de muziek en de uitvoerenden, maar ook over de onderwerpen en de reden voor de populariteit van het genre.
Die neemt namelijk een vlucht na de Tweede Wereldoorlog. Mensen verlangen naar rust en naar huis en de countrymuziek, met haar relatief eenvoudige teksten, verwoordt dat verlangen uitstekend. Iedereen herkent zich in de normen en waarden van het land dat bezongen wordt. Opvallend is dat het tot dan toe een voornamelijk blanke aangelegenheid is, hoewel de invloed van de blues vaak onmiskenbaar aanwezig is.
Malone neemt u vervolgens mee door de tijd. Na de oorlog bijvoorbeeld, toen de countrymuziek ongekend populair werd. Commercie gaat een rol spelen en Nashville wordt de ‘hoofdstad’ van de countrymuziek. Alle bekende countryartiesten passeren de revue en Malone gaat uitgebreid in op hun oeuvre en hun stijl. Willie Nelson, Dolly Parton, Emmylou Harris, Waylon Jennings, Merle Haggard, Don Williams, Garth Brooks, u kent ze waarschijnlijk wel en terecht. Maar het is zo leuk om te lezen en te luisteren naar artiesten als Lefty Frizzell, Roy Acuff, Kitty Wells, George Strait, Earl Scruggs, Johnny Horton, George Jones en Ricky Scaggs. En het is maar een heel kleine greep.
Malone schrijft een apart hoofdstuk over bluegrass. Dat is een muzieksoort die over en weer met countrymuziek raakvlakken heeft en zijn oorsprong kent in de Appalachian Mountains. Het is folkmuziek met banjo, mandoline, gitaar, contrabas en viool en ook hiervan geeft Malone talloze voorbeelden die u kunt beluisteren.
Malone laat goed zien waarom iemand als Merle Haggard (en met hem ga ik u nog nader kennis laten maken) zo populair is. Een ruwe bolster die daadwerkelijk in de gevangenis heeft gezeten maar wiens pit toch blank bleek en die zijn weg in de muziek heeft gevonden;
He exhibited great sensitivity and skill in his treatment of a wide variety of topics ranging from prisons and ex-convicts to dissapointed lovers and truck drivers. His simple and direct language, homely metaphors, and preoccupation with the lives of plain, everyday folk…led some observers to describe him as the “poet of the common man.”
Niet alle countrysterren komen tussen de koeien en paarden vandaan. Kris Kristofferson was helikopterpiloot en studeerde summa cum laude af in Engelse literatuur. Toch is hij onsterfelijk door nummers als Sunday Morning Coming Down en Help Me Make It Through The Night.
Het boek staat vol met dit soort weetje en ik houd ervan. Het laat ook zien waar de countrymuziek vandaan komt. Wel degelijk van artiesten die het landleven kennen, maar later ook van artiesten die talentenshows op televisie winnen. Maar ook van popartiesten die countrymuziek gaan maken of in de country zijn begonnen, zoals Olivia Newton-John. Het beste bewijs voor al deze kruisbestuivingen zijn het recente countryalbum van popster Beyoncé én het rockalbum van countryster Dolly Parton. Beide albums kwamen uit na het verschijnen van dit boek, anders hadden ze erin gestaan.
Het boek is wat mij betreft een vrij compleet overzicht van het ontstaan en de ontwikkeling van de countrymuziek. Malone doet dat aan de hand van de artiesten die het genre (mede) vormgeven, de muziek die ze maken en de teksten die ze schrijven en u krijgt er minibiografieën bij. Die staan gewoon in het verhaal verweven dus dat leest prima door.
Ik kan nog jaren vooruit met dit boek want ik heb talloze aantekeningen gemaakt van artiesten en albums die ik ga beluisteren. En Lucky Luke? Die heeft zijn liedje niet zelf verzonnen hoor. Even op YouTube zoeken naar Pat Woods met I’m A Poor Lonesome Cowboy, dan hoort u wat hij zingt. show less
Hiervoor kunt u prima terecht in dit lijvige boek van Bill C. Malone, Country Music USA. Tracey E.W. Laird staat ook als auteur vermeld en dat klopt, maar dat show more betreft slechts het laatste hoofdstuk over de meest recente ontwikkelingen.
Het boek telt een kleine 600 pagina’s én nog ruim 80 pagina’s aan bibliografische essays voor als u meer over de materie wilt opzoeken. Het is zo’n uitgebreid boek omdat het diende als promotieonderzoek van Malone.
Dat is ook de reden dat we diep in de materie duiken. Malone gaat in op wat ‘country’ nu eigenlijk is en wie het zingt. Dan zitten we ver voor cowboys als Lucky Luke, want de vroege countrymuziek wordt uit Europa meegebracht door de immigranten. Zij spelen en zingen muziek met invloeden uit Engeland, Ierland, Schotland, Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk en de Bohemen. Daar komen invloeden uit Afrika bij en zo leren we dat de banjo, bekend uit de vroege rurale muziek, zijn oorsprong kent in West-Afrika.
Countrymuziek wordt vaak geassocieerd met gitaren en dat klopt, maar die komen later pas om de hoek kijken. De viool, of ‘fiddle’, en de banjo dus spelen een grote rol. De auteur noemt veel voorbeelden in zijn boek van viool-, banjo- en later ook gitaarspelers en gaat in op hun stijl en waar ze hun invloeden vandaan halen. Zo zegt hij over de banjospeler Dock Boggs (1898-1971);
Boggs’s repertory was filled with traditional songs but…Boggs also successfully adapted black material to traditional white rural performing styles…Boggs’s banjo style has been as intruiging to listeners as his songs choices. Unlike any other performer, he did not strum or frail but instead picked out the melodies note for note as he sang.
Een van de eerste grote countryzangers is Jimmie Rodgers (1897-1933). Hij staat bekend om de jodel in zijn stem en dat mag wat gedateerd aandoen; alle countryartiesten van naam zeggen door hem te zijn beïnvloed. Hij sterft jong want lijdt aan tuberculose, maar schrijft ook daar nummers over, zoals TB Blues.
Voor de verspreiding en populariteit van countrymuziek is de radio erg belangrijk, en dan met name programma’s als de National Barne Dance en de Grand Ole Opry. Met name die laatste wordt een instituut waar tot op de dag van vandaag iedere countryartiest van naam wil optreden. De Opry groeit en verhuist zelfs, maar behoudt sfeer;
The management strove mightily to preserve the sense of family and informality for which the show was famous. Friends and relatives still sat on benches at the back of the stage, and performers walked in and out while their colleagues performed before the microphones.
Omdat dit eigenlijk een proefschrift is, is het onderzoek gedegen en wordt u aardig cultureel-antropologisch bijgespijkerd. U leert over de origine van de muziek en de uitvoerenden, maar ook over de onderwerpen en de reden voor de populariteit van het genre.
Die neemt namelijk een vlucht na de Tweede Wereldoorlog. Mensen verlangen naar rust en naar huis en de countrymuziek, met haar relatief eenvoudige teksten, verwoordt dat verlangen uitstekend. Iedereen herkent zich in de normen en waarden van het land dat bezongen wordt. Opvallend is dat het tot dan toe een voornamelijk blanke aangelegenheid is, hoewel de invloed van de blues vaak onmiskenbaar aanwezig is.
Malone neemt u vervolgens mee door de tijd. Na de oorlog bijvoorbeeld, toen de countrymuziek ongekend populair werd. Commercie gaat een rol spelen en Nashville wordt de ‘hoofdstad’ van de countrymuziek. Alle bekende countryartiesten passeren de revue en Malone gaat uitgebreid in op hun oeuvre en hun stijl. Willie Nelson, Dolly Parton, Emmylou Harris, Waylon Jennings, Merle Haggard, Don Williams, Garth Brooks, u kent ze waarschijnlijk wel en terecht. Maar het is zo leuk om te lezen en te luisteren naar artiesten als Lefty Frizzell, Roy Acuff, Kitty Wells, George Strait, Earl Scruggs, Johnny Horton, George Jones en Ricky Scaggs. En het is maar een heel kleine greep.
Malone schrijft een apart hoofdstuk over bluegrass. Dat is een muzieksoort die over en weer met countrymuziek raakvlakken heeft en zijn oorsprong kent in de Appalachian Mountains. Het is folkmuziek met banjo, mandoline, gitaar, contrabas en viool en ook hiervan geeft Malone talloze voorbeelden die u kunt beluisteren.
Malone laat goed zien waarom iemand als Merle Haggard (en met hem ga ik u nog nader kennis laten maken) zo populair is. Een ruwe bolster die daadwerkelijk in de gevangenis heeft gezeten maar wiens pit toch blank bleek en die zijn weg in de muziek heeft gevonden;
He exhibited great sensitivity and skill in his treatment of a wide variety of topics ranging from prisons and ex-convicts to dissapointed lovers and truck drivers. His simple and direct language, homely metaphors, and preoccupation with the lives of plain, everyday folk…led some observers to describe him as the “poet of the common man.”
Niet alle countrysterren komen tussen de koeien en paarden vandaan. Kris Kristofferson was helikopterpiloot en studeerde summa cum laude af in Engelse literatuur. Toch is hij onsterfelijk door nummers als Sunday Morning Coming Down en Help Me Make It Through The Night.
Het boek staat vol met dit soort weetje en ik houd ervan. Het laat ook zien waar de countrymuziek vandaan komt. Wel degelijk van artiesten die het landleven kennen, maar later ook van artiesten die talentenshows op televisie winnen. Maar ook van popartiesten die countrymuziek gaan maken of in de country zijn begonnen, zoals Olivia Newton-John. Het beste bewijs voor al deze kruisbestuivingen zijn het recente countryalbum van popster Beyoncé én het rockalbum van countryster Dolly Parton. Beide albums kwamen uit na het verschijnen van dit boek, anders hadden ze erin gestaan.
Het boek is wat mij betreft een vrij compleet overzicht van het ontstaan en de ontwikkeling van de countrymuziek. Malone doet dat aan de hand van de artiesten die het genre (mede) vormgeven, de muziek die ze maken en de teksten die ze schrijven en u krijgt er minibiografieën bij. Die staan gewoon in het verhaal verweven dus dat leest prima door.
Ik kan nog jaren vooruit met dit boek want ik heb talloze aantekeningen gemaakt van artiesten en albums die ik ga beluisteren. En Lucky Luke? Die heeft zijn liedje niet zelf verzonnen hoor. Even op YouTube zoeken naar Pat Woods met I’m A Poor Lonesome Cowboy, dan hoort u wat hij zingt. show less
Awards
You May Also Like
Associated Authors
Statistics
- Works
- 10
- Also by
- 2
- Members
- 432
- Popularity
- #56,590
- Rating
- 3.9
- Reviews
- 3
- ISBNs
- 38










