Günter de Bruyn (1926–2020)
Author of Zwischenbilanz: Eine Jugend in Berlin
About the Author
Image credit: Günter de Bruyn (right) with Christa Wolf. Photo by Gabriele Senft. (Deutsches Bundesarchiv Bild 183-Z1229-317)
Works by Günter de Bruyn
Preussens Luise: Vom Entstehen und Vergehen einer Legende (German Edition) (2001) — Author — 39 copies
Sünder und Heiliger: Das ungewöhnliche Leben des Dichters Zacharias Werner (2016) — Author — 6 copies
Preisverleihung : Roman. Märkische Forschungen : Erzählung für Freunde d. Literaturgeschichte : Günter de (1972) 6 copies
Die Zeit der schweren Not : Schicksale aus dem Kulturleben Berlins 1807 bis 1815 (2010) — Author — 6 copies
Rahels erste Liebe. Rahel Levin (Varnhagen von Ense) und Karl Graf von Finckenstein in ihren Briefen (1986) 2 copies
Buridana ēzelis : romāns 1 copy
Maskeraden. Parodien 1 copy
Associated Works
The New Sufferings of Young W. and Other Stories from the German Democratic Republic (1997) — Contributor — 12 copies
Die schönsten Wanderungen durch die Mark Brandenburg (1988) — Editor; Afterword; Anmerkungen — 7 copies
Tagged
Common Knowledge
- Canonical name
- Bruyn, Günter de
- Legal name
- Bruyn, Günter Martin de
- Birthdate
- 1926-11-01
- Date of death
- 2020-10-04
- Gender
- male
- Occupations
- librarian
- Organizations
- Deutsche Akademie für Sprache und Dichtung
PEN-Zentrum DDR
PEN-Zentrum Deutschland - Awards and honors
- Thomas-Mann-Preis (1990)
- Nationality
- Germany
- Birthplace
- Berlin, Germany
- Place of death
- Görsdorf, Brandenburg, Deutschland
- Associated Place (for map)
- Berlin, Germany
Members
Reviews
Vierzig Jahre. Ein Lebensbericht (eng: Forty Years. A Memoir is the second part of Günter de Bruyn's memoirs. Volume one, Zwischenbilanz. Eine Jugend in Berlin describes his youth, growing up in Berlin during the rise and fall of the Third Reich. Volume two describes his life over the forty-years lifespan of the German Democratic Republic. The two volumes were published separately, and can be read separately. There is some overlap between the end of volume one and the beginning of volume show more two; each volume is specifically tied in with a period of German history, and therefore, quite distinct.
Forty Years. A Memoir is a rather bland description of the author's life between 1949 and 1989. The word "memoir" (my approximation of "Lebensbericht") is only used in the title. It is not very clear how accurate the memoirs are. Some descriptions and recall of conversations is very detailed, while at other moments the author (twice) mentions that he has forgotten particular details.
Boredom, drabness and grey are epithets often applied to the (former) German Democratic Republic (GDR). Supposedly, as a librarian, developing into an author, Günter de Bruyn must have been rather on the edge of cultural life, rather than in the centre. The author mentions some other authors, but there are no descriptions of cultural life or the literary scene in the GDR. The image arises of De Bruyn as a rather isolated figure. He dutifully describes his life, which is rather boring. While it could be maintained that history should be described elsewhere, and names-dropping is not always a positive thing, the lack of historical and cultural background makes Forty Years. A Memoir a rather uninteresting account of Günter de Bruyn's life. Does the author really belief readers are that much interested in him, rather than in his life in the German Democratic Republic? show less
Forty Years. A Memoir is a rather bland description of the author's life between 1949 and 1989. The word "memoir" (my approximation of "Lebensbericht") is only used in the title. It is not very clear how accurate the memoirs are. Some descriptions and recall of conversations is very detailed, while at other moments the author (twice) mentions that he has forgotten particular details.
Boredom, drabness and grey are epithets often applied to the (former) German Democratic Republic (GDR). Supposedly, as a librarian, developing into an author, Günter de Bruyn must have been rather on the edge of cultural life, rather than in the centre. The author mentions some other authors, but there are no descriptions of cultural life or the literary scene in the GDR. The image arises of De Bruyn as a rather isolated figure. He dutifully describes his life, which is rather boring. While it could be maintained that history should be described elsewhere, and names-dropping is not always a positive thing, the lack of historical and cultural background makes Forty Years. A Memoir a rather uninteresting account of Günter de Bruyn's life. Does the author really belief readers are that much interested in him, rather than in his life in the German Democratic Republic? show less
"Het vermogen domheid te zien neemt in gelijke mate toe met het onvermogen die te verdragen" (pag.83). Deze boutade vat wellicht kernachtig het ambigue levensgevoel van Günter de Bruyn samen gedurende zijn veertigjarige leven in de DDR. Veertig jaar is niet minnetjes en is inderdaad ook de totale levensduur gebleken die de "Arbeiders- en Boerenstaat" beschoren was. Op de hem geheel eigen genuanceerde, nuchtere en pragmatische wijze brengt de Bruyn verslag uit van zijn omgang met de staat in show more zijn hoedanigheid als bibliothecaris en zelfstandig schrijver. Hij is nooit een IM geweest, iets wat niet alle DDR-schrijvers konden onderschrijven.
Dit boek is vooral een doodeerlijk relaas van een auteur die in de marge van het politieke bestel zijn grens wist te trekken tegenover de politiek en de censuur om zo zijn integriteit in de mate van het mogelijke te vrijwaren. Niet dat er zoveel ruimte was om een eigen literair geluid te ontwikkelen in de DDR. Hij werd, ten bate van zijn eigen carrière lid van de Partij. Hij wou immers niet in negatieve zin opvallen en wilde zich in beperkte mate openstellen voor haar ideologie. Want het is slecht leven in een staat van permanente politieke schizofrenie." (pag.94). De Bruyn, een eminent literatuurliefhebber, wist vooral zijn kracht te putten uit zijn "Innere Emigration", een beproefd recept om barre tijden te overbruggen. Hij onderhandelde geduldig met de alomtegenwoordige censoren en greep zelf vaak terug naar de oude Duitse vooroorlogse cultuur, wat een neutraal onderwerp was. Maar zelfs zijn biografie over de Duitse romantische schrijver Jean Paul (1763-1825) werd getoetst of het wel conform was aan de heersende "socialistische principes" wat literatuur diende te zijn.
Mooie bladzijden worden in dit boek ook gewijd aan een bezoek van Heinrich Böll aan Oost-Berlijn in november 1969. Böll houdt er een lezing op uitnodiging van de Evangelische Akademie, en is iemand die de Bruyn in hoge mate vereert. Hij onderhoudt verder goede relaties met het schrijversechtpaar Christa en Gerhard Wolf, en sluit zich aan bij de algemene verontwaardiging en protest tegen het opheffen van het staatsburgerschap van Wolf Biermann in 1976. De vele opportunisten die lippendienst bewezen aan het systeem, hetzij schrijvers, uitgevers of wie dan ook uit het literaire wereldje, poogde hij in de mate van het mogelijke zoveel mogelijk te ontwijken. de Bruyn ontpopt zich vooral als een overlever, die het klappen van de zweep in het systeemfeilloos aanvoelt, en op veel naderend onheil gevat weet te anticiperen. In de periodes dat het hem echt te bar werd en hij persoonlijk geviseerd werd, verdwijnt hij naar zijn afgelegen toevluchtsoord in de bossen van de Mark Brandenburg, dat hij terloops vergelijkt met de hut aan het Walden-meer, waar Henry D. Thoreau zich placht terug te trekken. Maar een uitgesproken politiek dissident is de Bruyn nooit geweest. Hij legde er zich bij neer dat, als je dit regime te veel tegensprak, je helemaal niets meer kon bewerkstelligen. Dan maar de luwte opzoeken, en geduldig wachten op de politieke dooi. Pas op zijn 63ste levensjaar kon hij de val van de muur begroeten. Veertig jaar heeft hij hierop gewacht.... De lankmoedigheid in zijn stijl hoeft dan ook niemand te verbazen. De luciditeit en eerlijkheid van deze memoires dwingen alvast mijn bewondering af.
Ook dit tweede luik van "Zwischenbalanz", de autobiografie van Günter de Bruyn, is besproken op http://www.liberales.be/cgi-bin/show.pl?boek&debruynbiografie&print show less
Dit boek is vooral een doodeerlijk relaas van een auteur die in de marge van het politieke bestel zijn grens wist te trekken tegenover de politiek en de censuur om zo zijn integriteit in de mate van het mogelijke te vrijwaren. Niet dat er zoveel ruimte was om een eigen literair geluid te ontwikkelen in de DDR. Hij werd, ten bate van zijn eigen carrière lid van de Partij. Hij wou immers niet in negatieve zin opvallen en wilde zich in beperkte mate openstellen voor haar ideologie. Want het is slecht leven in een staat van permanente politieke schizofrenie." (pag.94). De Bruyn, een eminent literatuurliefhebber, wist vooral zijn kracht te putten uit zijn "Innere Emigration", een beproefd recept om barre tijden te overbruggen. Hij onderhandelde geduldig met de alomtegenwoordige censoren en greep zelf vaak terug naar de oude Duitse vooroorlogse cultuur, wat een neutraal onderwerp was. Maar zelfs zijn biografie over de Duitse romantische schrijver Jean Paul (1763-1825) werd getoetst of het wel conform was aan de heersende "socialistische principes" wat literatuur diende te zijn.
Mooie bladzijden worden in dit boek ook gewijd aan een bezoek van Heinrich Böll aan Oost-Berlijn in november 1969. Böll houdt er een lezing op uitnodiging van de Evangelische Akademie, en is iemand die de Bruyn in hoge mate vereert. Hij onderhoudt verder goede relaties met het schrijversechtpaar Christa en Gerhard Wolf, en sluit zich aan bij de algemene verontwaardiging en protest tegen het opheffen van het staatsburgerschap van Wolf Biermann in 1976. De vele opportunisten die lippendienst bewezen aan het systeem, hetzij schrijvers, uitgevers of wie dan ook uit het literaire wereldje, poogde hij in de mate van het mogelijke zoveel mogelijk te ontwijken. de Bruyn ontpopt zich vooral als een overlever, die het klappen van de zweep in het systeemfeilloos aanvoelt, en op veel naderend onheil gevat weet te anticiperen. In de periodes dat het hem echt te bar werd en hij persoonlijk geviseerd werd, verdwijnt hij naar zijn afgelegen toevluchtsoord in de bossen van de Mark Brandenburg, dat hij terloops vergelijkt met de hut aan het Walden-meer, waar Henry D. Thoreau zich placht terug te trekken. Maar een uitgesproken politiek dissident is de Bruyn nooit geweest. Hij legde er zich bij neer dat, als je dit regime te veel tegensprak, je helemaal niets meer kon bewerkstelligen. Dan maar de luwte opzoeken, en geduldig wachten op de politieke dooi. Pas op zijn 63ste levensjaar kon hij de val van de muur begroeten. Veertig jaar heeft hij hierop gewacht.... De lankmoedigheid in zijn stijl hoeft dan ook niemand te verbazen. De luciditeit en eerlijkheid van deze memoires dwingen alvast mijn bewondering af.
Ook dit tweede luik van "Zwischenbalanz", de autobiografie van Günter de Bruyn, is besproken op http://www.liberales.be/cgi-bin/show.pl?boek&debruynbiografie&print show less
Karl Erp is bibliothecaris, woont in Berlijn en heeft een vrouw en twee kinderen. Hij is nogal met zichzelf ingenomen en zijn vrouw is al lang opgehouden hem iets in de weg te leggen. Erp wordt verliefd op een stagiaire in de bibliotheek en hij weet zeker dat zij de waren is. Hij trekt bij haar in op haar kleine kamertje waar de geluiden van de buren duidelijk te horen zijn en de muren afbrokkelen. In het begin is dat uit te houden, maar hij ergert zich steeds meer en ook heeft zijn show more geliefde, juffr. Broder, zo haar eigen mening over een aantal zaken. In de bibliotheek is besloten dat een van beiden de bibliotheek moet verlaten, en juffr. Broder heeft zich in haar hoofd gezet dat zij dat is. Karl wil dat niet, want ze houdt immers zo van Berlijn. Als zij toch na haar examen vertrekt, wil Karl terug naar zijn vrouw. Die ontvangt hem, maar zij is inmiddels wel veranderd.
Zo is Karl in dezelfde situatie als de ezel van Buridan, die niet kon kiezen tussen de linker en de rechter baal hooi, en zo verhongerde.
Prachtig hoe De Bruyn de eigendunk van Erp beschrijft en tussendoor ironisch over de socialistische heilsstaat schrijft. show less
Zo is Karl in dezelfde situatie als de ezel van Buridan, die niet kon kiezen tussen de linker en de rechter baal hooi, en zo verhongerde.
Prachtig hoe De Bruyn de eigendunk van Erp beschrijft en tussendoor ironisch over de socialistische heilsstaat schrijft. show less
Een bijzonder ijdele professor heeft zo'n 10 jaar aan een boek over een wat vergeten Duitse dichter uit het begin van de 19e eeuw gewerkt. Hij maakt met zijn vrouw een tochtje door de omgeving waar de dichter heeft gewoond en komt met zijn auto vast te zitten in de modder. Hij wordt daar uitgehaald door een dorpsbewoner die zo ongeveer alles van de dichter weet, en de professor vindt dat deze man ook voor hem moet gaan werken. Dorpsbewoner Pötsch kijkt hoog op tegen de man en doet show more verschrikkelijk zijn best om een goede bijdrage te leveren. Die blijkt echter zo ongeveer het hele werk van de professor onderuit te halen. De professor heeft hier als antwoord op dat het bewijs ontbreekt. Het lijkt er op dat Pötsch de rest van zijn leven bezig is letterlijk de onderste steen boven te halen in zijn omgeving, om het bewijs van zijn stelling dat het om een pseudoniem van een later helemaal niet meer revolutionaire dichter gaat. Prachtige vertelling. De Bruyn weer met weinig woorden exact de sfeer of een persoon te treffen. show less
Jan 27, 2013Dutch
Awards
You May Also Like
Associated Authors
Statistics
- Works
- 39
- Also by
- 8
- Members
- 521
- Popularity
- #47,686
- Rating
- 3.8
- Reviews
- 11
- ISBNs
- 95
- Languages
- 7
- Favorited
- 3

















